Sneltrein China

Er zijn signalen dat de zware Chinese berenmarkt stilaan achter ons ligt.

Bart Pennewaert werkte in de periode 2007-2011 op de Belgische ambassade in Beijing (Peking). In zijn boek Sneltrein China schrijft hij dat de Chinese economie in 1978, toen het land aan zijn groeitraject begon, uitgedrukt in termen van bruto binnenlands product (bbp) nauwelijks groter was dan de Belgische economie. Het bbp verdubbelde ongeveer om de zeven jaar. Zo stak het land de voorbije tien jaar al Duitsland en Japan voorbij, om uit te groeien tot de op één na grootste economie ter wereld.

Dat groeimirakel is volgens Pennewaert een combinatie van onnoemelijk hard werken en het lef van miljoenen boerenfamilies, die van het platteland naar de kustprovincies zijn vertrokken om daar in de fabrieken te werken voor een aanvankelijk zeer laag loon. Maar er was ook een slimme overheid die de juiste keuzes maakte door grond en geld goedkoop ter beschikking te stellen en de eigen munt internationaal niet vrij inwisselbaar te maken. Zo werd de wisselkoers met de dollar laag gehouden en werd de exporttrein een tgv naar de rest van de wereld. Bovendien had China het grote geluk van het immense bevolkingsgetal, dat multinationals samenwerkingsakkoorden deed tekenen, die ze in geen enkel ander land zouden afsluiten.

Ommekeer

De uitdaging vandaag is om de Chinese economie meer stabiliteit en evenwicht te geven. Zo zakte het aandeel van de consumptie in het bbp in 2012 tot amper 36% (was nog 46% in 2000; is het dubbele in de Verenigde Staten). Ook werd na de economische en financiële crisis de geld- en kredietkraan veel te ver opengedraaid. Het nieuwste vijfjarenplan probeert het roer om te gooien. De ‘fabriek van de wereld’ moet ook de gewone Chinees ten goede komen. De lonen gaan sinds enkele jaren duidelijk in stijgende lijn, want na de industriële boom is het tijd voor een consumptieboom. Vanzelf gaat dat niet, op een moment dat China via een zachte landing probeert de lucht uit de krediet-, vastgoed- en andere zeepbellen te laten.

Die omschakeling was de voorbije jaren dramatisch voor de Chinese beurzen, gedomineerd door industriële bedrijven en vastgoedmaatschappijen. Maar er zijn signalen dat de zware berenmarkt (baissemarkt) sinds 2010 stilaan achter ons ligt. Steeds meer technische analisten zien weer koopsignalen voor de Chinese beurzen. Het sentiment tegenover de groeilanden in het algemeen en China in het bijzonder was wellicht te negatief geworden begin dit jaar.

Wellicht bieden trackers als DB-X Trackers Harvest CSI300 China (24,4 USD op NYSE met ticker ASHR; ISIN-code US2330518794) of een beursgenoteerd gesloten beleggingsfonds als China Fund (22,2 USD op NYSE met ticker CHN; décôte van 10% op intrinsieke waarde; ISIN-code US1693731077) kansen de komende maanden en jaren. Ook wij zullen de komende maanden Chinese waarden genoteerd op Wall Street of andere westerse beurzen bekijken.

Partner Content