We blijven een houden-advies (rating 2A) voor de drie genoemde Belgische holdings hanteren, maar er is dit jaar inderdaad een opvallend verschil in rendement. Een belangrijke kanttekening is wel dat Ackermans & van Haaren (AvH) in de periode 2011 tot 2015 systematisch beter presteerde dan zowel Sofina als GBL, met vooral uitschieters in 2014 en de eerste helft van 2015. De reden voor de mindere prestatie dit jaar houdt verband met de moeilijkere gang van zaken bij de twee belangrijkste participaties: CFE, met vooral de baggergroep DEME (31% van de portefeuille), en private banking (Delen Investments, 41,5%; en Bank J. Van Breda, 11,5%). DEME ontsnapt na enkele sterke jaren niet aan een algemene terugval, die dit jaar resulteert in een normalisatie van de marges, terwijl de activa onder beheer bij Delen Investments al sinds begin 2015 stabiliseren.
...

We blijven een houden-advies (rating 2A) voor de drie genoemde Belgische holdings hanteren, maar er is dit jaar inderdaad een opvallend verschil in rendement. Een belangrijke kanttekening is wel dat Ackermans & van Haaren (AvH) in de periode 2011 tot 2015 systematisch beter presteerde dan zowel Sofina als GBL, met vooral uitschieters in 2014 en de eerste helft van 2015. De reden voor de mindere prestatie dit jaar houdt verband met de moeilijkere gang van zaken bij de twee belangrijkste participaties: CFE, met vooral de baggergroep DEME (31% van de portefeuille), en private banking (Delen Investments, 41,5%; en Bank J. Van Breda, 11,5%). DEME ontsnapt na enkele sterke jaren niet aan een algemene terugval, die dit jaar resulteert in een normalisatie van de marges, terwijl de activa onder beheer bij Delen Investments al sinds begin 2015 stabiliseren.AvH noteerde vorig jaar gedurende een korte periode met een bonus van 10% op de intrinsieke waarde. Op dit moment is er opnieuw een beperkte korting van 10%, die wijst op het mature karakter van de beurshausse sinds 2009. In de periode 2009 tot 2013 bedroeg de gemiddelde korting ongeveer 30%. Het brutodividendrendement bedraagt 1,9%. Het aandeel van GBL evolueerde dit jaar per saldo vlak. Na de machtswissel bij de holding van Albert Frère kwam er een positief onthaalde versnelling in de uitvoering van de nieuwe strategie, waarbij het historische overwicht in de portefeuille van grote Franse energiewaarden Total en GDF Suez (Engie) wordt afgebouwd. Met de vrijgekomen middelen bouwde GBL posities uit in Adidas (van 4,7% eind 2015 naar 7,2% eind juni), Umicore (van 16,6% naar 17%) en Ontex (van 7,6% naar 15%). GBL noteert met een faire korting op de intrinsieke waarde van 17%, en met een brutodividendrendement van 3,9%. Sofina, de holding gecontroleerd door de familie Boël, boekte dit jaar een koersstijging met 20%. De intrinsieke waarde bleef nagenoeg stabiel, en dus daalde de korting fors, van 30 tot 40% in 2015, naar 20% en tegenover het meerjarengemiddelde van 33%. Naast het mature beursklimaat wijten we dat aan het feit dat de beheerders van de schone slaapster zich het afgelopen jaar op het publieke forum begaven, wat de bekendheid van Sofina ten goede kwam. Het brutodividendrendement bedraagt 2,1%. De goudmijnaandelen zijn al enorm gestegen sinds begin 2016. Ik begin last te krijgen van hoogtevrees. Terecht of niet? De goudmijnaandelen zetten dit jaar een fantastisch parcours neer. De portefeuillewaarde VanEck Vectors Goldminers ETF is een gespreide manier om te beleggen in de grootste beursgenoteerde goudmijnbedrijven, en noteert 124% hoger dan eind 2015. Fantastische cijfers natuurlijk, maar een blik op de langetermijngrafieken relativeert de stijging. Dan springt meteen de historisch zware berenmarkt (neerwaartse trend van meerdere jaren) van de voorbije vijf jaar in het oog, met koersdalingen sinds de top in de zomer van 2011 van 80% en meer. We denken echter dat de ommekeer is ingezet, en dat de sector de eerste fase van een nieuwe haussemarkt (opwaartse trend van meerdere jaren) beleeft. De hernieuwde beleggersappetijt voor edelmetalen wordt gevoed door meerdere factoren. In de eerste plaats zijn er de negatieve rentevoeten. Vooral sinds eind 2015 is de totale wereldwijde hoeveelheid uitstaande schuld met een negatieve rente zeer snel aan het toenemen: van 5500 miljard USD in januari naar 13.000 miljard USD, op een totaal van ruim 40.000 miljard USD. Tezelfdertijd is er de aanzet om grotere bankbiljetten te elimineren. Daarnaast is er het tanende vertrouwen in de politiek van de centrale banken. Tegenover de vooropgestelde vier renteverhogingen dit jaar in de Verenigde Staten rekent de markt nog maximaal op één verhoging, terwijl zowel de Europese als Japanse centrale bank op bijkomende steunmaatregelen broeden, en in Japan stemmen opgaan voor het uitdelen van gratis geld (het zogenoemde 'helikoptergeld'). We zien die context op korte termijn niet veranderen, en mikken daarom binnen enkele jaren op substantieel hogere koersen van zowel de goud- en zilverprijs als van de goud- en zilvermijnaandelen. Het opwaartse patroon zal onvermijdelijk nu en dan onderbroken worden door stevige correcties, maar de timing daarvan voorspellen is onmogelijk. Historisch bekeken is er in het eerste hersteljaar na zo'n zware voorafgaande daling echter geen echt forse correctie. Heel wat beleggers missen vaak de beginfase van een nieuwe haussemarkt, en staan klaar om de minste terugval op te pikken. Technisch bekeken is de opwaartse trend intact zolang de goudprijs boven 1300 USD per ounce noteert. Voorlopig is er dus geen reden tot ongerustheid, al zou voor sommige aandelen een tussentijdse correctie niet onlogisch zijn.