De jongste maanden trok de aluminiumprijs weer aan. Een ton aluminium kost op de London Metal Exchange (LME) al 16% meer dan op het dieptepunt van februari. Tijdens het tweede kwartaal schommelde de aluminiumprijs op de LME tussen 1750 en 1900 USD per ton. Toch ontving Alcoa tussen april en juni per verkocht ton aluminium gemiddeld 2191 USD, 54 USD meer dan in het eerste kwartaal en 86 USD meer dan een jaar eerder.
...

De jongste maanden trok de aluminiumprijs weer aan. Een ton aluminium kost op de London Metal Exchange (LME) al 16% meer dan op het dieptepunt van februari. Tijdens het tweede kwartaal schommelde de aluminiumprijs op de LME tussen 1750 en 1900 USD per ton. Toch ontving Alcoa tussen april en juni per verkocht ton aluminium gemiddeld 2191 USD, 54 USD meer dan in het eerste kwartaal en 86 USD meer dan een jaar eerder. Hoe is dat mogelijk? De verklaring ligt bij de kunstmatige schaarste op de wereldwijde aluminiummarkt, die in stand wordt gehouden door de uitbaters van geregistreerde opslagplaatsen. Daardoor moet een premie worden betaald voor fysieke levering. Die fysieke premies lopen sinds vorig jaar sterk op en bedragen nu al bijna 400 USD per ton, tegenover amper de helft begin dit jaar. In theorie zou de fysieke premie niet hoger mogen zijn dan de kost om aluminium op te slaan en te verzekeren. Daarbij gaat het hoogstens om enkele tientallen dollars, wat ook het historische gemiddelde is. De hoge fysieke premies zijn ook een zegen voor Alcoa en de andere producenten van aluminium. Er is op dit moment heel wat aluminium onbeschikbaar voor de fysieke markt, omdat het als onderpand dient voor kredieten. Dat systeem van 'schaduwbankieren' ligt echter onder vuur en de kans bestaat dat de bestaande contracten afgewikkeld moeten worden. In dat geval zou ook meer aluminium beschikbaar komen, waarna de fysieke premies smelten als sneeuw voor de zon. Dat neemt niet weg dat Alcoa in het voorbije tweede kwartaal operationeel beter dan verwacht heeft gepresteerd. De groep heeft de afhankelijkheid van de primaire aluminiumproductie al sterk gereduceerd en evolueerde naar een gespecialiseerde producent van legeringen die worden gebruikt in de luchtvaart- en transportindustrie. In dat kader past ook de recente overname van het Britse Firth Rixson, een toeleverancier aan de luchtvaartsector die componenten voor vliegtuigmotoren bouwt. Alcoa betaalt met 2,85 miljard USD ongeveer 1,5 keer de verwachte omzet en 8 keer de bedrijfskasstroom (ebitda). Toch was het net het bedrijfsonderdeel dat instaat voor de eigenlijke productie van primair aluminium dat het voorbije kwartaal de grootste vooruitgang liet optekenen. Na een verlies van 32 miljoen USD een jaar eerder was er het voorbije kwartaal een winst van 97 miljoen USD. Ondanks een daling van de verkochte volumes bleef de groepsomzet (5,84 miljard USD) op jaarbasis zo goed als ongewijzigd. De afdeling Engineered Products zag de winst op jaarbasis met 6% toenemen, tot 204 miljoen USD, en realiseerde met 23,1% de hoogste ebitda-marge ooit. De nettoschuld daalde naar 6,87 miljard USD, in nominale cijfers het laagste niveau sinds september 2007. De schuldgraad bleef zo goed als ongewijzigd op 35,4%. De vrije kasstroom kwam uit 260 miljoen USD. Alcoa liet zich optimistisch uit over de evolutie van de meeste afzetmarkten tijdens de rest van 2014. ConclusieAlcoa doet het, dankzij een aantrekkende aluminiummarkt en een agressieve herstructurering, uitstekend op de beursvloer (een koersverdubbeling op jaarbasis). Alcoa noteert daardoor weer ruim boven de boekwaarde (1,6 keer) en aan 23 keer de verwachte winst van volgend jaar. Stilaan té duur. Zeker niet achter de koers aan hollen.Advies: verkopenRisico: gemiddeldRating: 3B