Na een vreselijk 2012 bracht 2013 opnieuw bescheiden winstcijfers voor Bekaert. Het management koos er in dit overgangsjaar in de eerste plaats voor om het marktaandeel te verdedigen, behalve in Noord-Amerika. Die keuze woog nog op de marges, maar grotere schade werd vermeden door het uitgevoerde besparingsprogramma. De omzet daalde vorig jaar met 8%, maar de recurrente winstmarge (rebit) steeg van 3,4 naar 5,2%, al kleurde het management die cijfers bij door een eenmalige meevaller van 20 miljoen EUR in de recurrente resultaten te smokkelen. Toch konden aandeelhouders vrede nemen met een bedrijfswinst (ebit) van 137 miljoen EUR en een nettowinst van 0,4...

Na een vreselijk 2012 bracht 2013 opnieuw bescheiden winstcijfers voor Bekaert. Het management koos er in dit overgangsjaar in de eerste plaats voor om het marktaandeel te verdedigen, behalve in Noord-Amerika. Die keuze woog nog op de marges, maar grotere schade werd vermeden door het uitgevoerde besparingsprogramma. De omzet daalde vorig jaar met 8%, maar de recurrente winstmarge (rebit) steeg van 3,4 naar 5,2%, al kleurde het management die cijfers bij door een eenmalige meevaller van 20 miljoen EUR in de recurrente resultaten te smokkelen. Toch konden aandeelhouders vrede nemen met een bedrijfswinst (ebit) van 137 miljoen EUR en een nettowinst van 0,42 EUR per aandeel, voor een overgangsjaar dat gebukt ging onder, dixit het management, "gedeprimeerde markten, zeer ongunstige wisselkoerseffecten, lagere doorgerekende grondstofprijzen en concurrentiële prijsdruk". Dit jaar zou beterschap moeten brengen op diverse fronten. Het management wijst in elk geval op de solide volumegroei in het vierde kwartaal, wat volgens het management illustratief is voor de verhoogde concurrentiekracht van het bedrijf. Die eerste tekenen van een volumeherstel waren halfweg vorig jaar in Europa al merkbaar, wat zich ook al vertaalde in aantrekkende marges en bedrijfswinst. De voorbije maanden mocht Bekaert ook een volumeherstel in Azië optekenen, onder impuls van onder meer een stijgende vraag in de Chinese bandensector. Hoewel de prijzenslag onverminderd voortging op de Aziatische markt, kon Bekaert de rendabiliteit fors opkrikken dankzij de uitgevoerde herstructurering (vooral van de zaagdraadactiviteiten). Bekaert blijft ook geloven in zijn Noord-Amerikaanse activiteiten, maar hier wordt in het beste geval 2014 het overgangsjaar. Vorig jaar stonden de omzet en de marges nog fors onder druk, omdat de Amerikaanse energiebedrijven investeringen uitstelden en Aziatische producenten hun overcapaciteit op de Amerikaanse markt dumpten. De rebit-marge is er teruggevallen tot 3,5%, wat Bekaert zelf als ondermaats bestempelt. Toch blijft het investeren in de regio en moeten verdere besparingen de marges ondersteunen. In Latijns-Amerika ten slotte hield het verkochte volume stand, maar roomden prijsdalingen en wisselkoerseffecten de omzet en de marges af. In Brazilië zorgt de lagere wisselkoers intussen voor een versteviging van de concurrentiepositie. Opmerkelijk is dat Bekaert vorig jaar in deze moeilijke omstandigheden de nettoschuld vrij fors kon verlagen, onder meer door relatief weinig te investeren. De nettoschuld daalde tot minder dan 2 keer de ebitda (bedrijfskasstroom). Vandaar dat Bekaert de ruimte had om de staaldraadactiviteiten van de bandenproducten Pirelli over te nemen, met een afnamecontract door Pirelli. De ondernemingswaarde van die activiteiten wordt geschat op 5 tot 6 keer de ebitda, wat goedkoper is dan Bekaert zelf, dat noteert tegen een ondernemingswaarde van 7 tot 8 ebitda. ConclusieNa het catastrofale 2012 en het overgangsjaar 2013 moet dit jaar het eerste worden van een nieuwe, opgaande winstcyclus. De weg naar een bevredigende rendabiliteit van 2 tot 3 EUR per aandeel is nog lang en gevaarlijk, maar dit scenario zit toch al grotendeels verrekend in de koers. Het aandeel biedt daarom weinig stijgingspotentieel.Advies: houdenRisico: gemiddeldRating: 2B