De uraniumindustrie heeft de nucleaire ramp van Fukushima, intussen al meer dan vier jaar geleden, nog altijd niet verteerd. De vraag naar brandstof voor kerncentrales kelderde en de uraniumprijs kreeg een flinke tik. De spotprice (onmiddellijke levering) voor die nucleaire brandstof veerde eind vorig jaar op naar 44 USD, nadat vorige zomer een dieptepunt van 28 USD werd bereikt. De heropleving kwam er nadat de Japanse regelgevende instantie NRA de heropstart van twee kerncentrales goedkeurde. Sindsdien kreeg de instelling nog elf aanvragen binnen voor 21 centrales. De uraniumprijs stabiliseert de jongste weken rond 40 USD. Japanse central...

De uraniumindustrie heeft de nucleaire ramp van Fukushima, intussen al meer dan vier jaar geleden, nog altijd niet verteerd. De vraag naar brandstof voor kerncentrales kelderde en de uraniumprijs kreeg een flinke tik. De spotprice (onmiddellijke levering) voor die nucleaire brandstof veerde eind vorig jaar op naar 44 USD, nadat vorige zomer een dieptepunt van 28 USD werd bereikt. De heropleving kwam er nadat de Japanse regelgevende instantie NRA de heropstart van twee kerncentrales goedkeurde. Sindsdien kreeg de instelling nog elf aanvragen binnen voor 21 centrales. De uraniumprijs stabiliseert de jongste weken rond 40 USD. Japanse centrales hebben nog veel kernbrandstof in voorraad. Daarnaast is er ook een overschot aan capaciteit voor het verrijken van uranium. Dat maakt dat er extra uranium op de spotmarket terechtkomt. Elders in Azië, maar ook in het Midden-Oosten en zelfs in de Verenigde Staten gaat het plannen, bouwen en in gebruik nemen van kerncentrales wel verder. Aan de vraagzijde ziet het er op middellange termijn dus zeker goed uit. Aan de aanbodzijde hebben heel wat producenten hun projecten uitgesteld of afgeblazen, omdat ze tegen de huidige prijs toch niet rendabel zijn. De meeste aanbieders werken via langetermijncontracten, waarbij de prijs gelukkig wel iets hoger ligt dan de spotprice. Toch is slechts een handvol uraniumproducenten nog rendabel. Een daarvan is het Canadese Cameco, dat naast het thuisland Canada ook actief is in de Verenigde Staten en Kazachstan, en instaat voor ongeveer 15% van de wereldwijde mijnproductie. Cameco geniet van een lage kostenstructuur, en dat is dan weer het gevolg van de specifieke productiemethode waarvan de groep in sommige mijnen gebruikmaakt. De zogenoemde in situ-methode is gelijklopend aan die waarmee schalieolie en -gas worden ontgonnen. In plaats van de ertsen fysiek te verplaatsen, wordt een chemische oplossing geïnjecteerd, wat een stuk goedkoper is. Cameco produceerde vorig jaar 23,3 miljoen pond uranium en verkocht 33,9 miljoen pond. Een deel kwam dus uit de voorraden. De gemiddelde verkoopprijs steeg in het vierde kwartaal naar 50,57 USD, maar daalde op jaarbasis met 2%, tot 47,53 USD. In het vierde kwartaal verkocht Cameco 16% minder uranium, waardoor ook de omzet met 9% daalde, tot 889 miljoen CAD. Op jaarbasis was er een achteruitgang met 2%, tot 2,4 miljard CAD. Dankzij een daling van de productiekosten met 10% klom de aangepaste winst wel met 37%, tot 205 miljoen CAD. Over het volledige boekjaar bleef de achteruitgang beperkt tot 7% (412 miljoen CAD). Door een afschrijving van 126 miljoen CAD op de waarde van Rabbit Lake bleef de nettowinst vorig jaar beperkt tot 185 miljoen CAD. Cameco verwacht dit jaar tussen 25,3 en 26,3 miljoen pond uranium te produceren. Door een verwachte afname van de verkopen wordt voor het boekjaar 2015 op een omzetdaling met 5 tot 10% gerekend. ConclusieTekorten op de uraniummarkt zitten er nog niet direct aan te komen. Als de vraag weer aantrekt, kan het wel snel gaan. Op groei moet Cameco dit jaar niet rekenen maar een hogere uraniumprijs zou uiteraard wel goed zijn voor het sentiment. Tegen 1,3 keer de boekwaarde is het aandeel niet duur.Advies: koopwaardig Risico: hoogRating: 1C