We kleefden in januari opnieuw een koopadvies op de Antwerpse rederij Euronav, nadat het aandeel terugviel onder 10 EUR. Tot nu is er geen echt teken van herstel, ondanks het feit dat de koers intussen 42% onder de koerspiek van augustus 2015 (15,3 EUR) noteert. Analisten blijven onverminderd positief, met een gemiddeld koersdoel op twaalf maanden van 14,3 EUR, of een opwaarts potentieel van 60%. De beurs kijkt echter ook steeds vooruit. Na een fantastisch 2015, waarin het gemiddelde dagverhuurtarief voor een VLCC-olietanker (very large crude carriers met een maximale capaciteit van 320.000 ton) verdubbelde tot 55.800 USD, en voor de Suezmaxschepen (capaciteit tot 200.000 ton) met 59% toenam, tot 42.480 USD, wordt dit jaar een terugval verwacht met respectievelijk 15 en 17%, tot 47.500 USD en 35.000 USD.
...

We kleefden in januari opnieuw een koopadvies op de Antwerpse rederij Euronav, nadat het aandeel terugviel onder 10 EUR. Tot nu is er geen echt teken van herstel, ondanks het feit dat de koers intussen 42% onder de koerspiek van augustus 2015 (15,3 EUR) noteert. Analisten blijven onverminderd positief, met een gemiddeld koersdoel op twaalf maanden van 14,3 EUR, of een opwaarts potentieel van 60%. De beurs kijkt echter ook steeds vooruit. Na een fantastisch 2015, waarin het gemiddelde dagverhuurtarief voor een VLCC-olietanker (very large crude carriers met een maximale capaciteit van 320.000 ton) verdubbelde tot 55.800 USD, en voor de Suezmaxschepen (capaciteit tot 200.000 ton) met 59% toenam, tot 42.480 USD, wordt dit jaar een terugval verwacht met respectievelijk 15 en 17%, tot 47.500 USD en 35.000 USD. Bovendien kijkt de markt toch wat zorgelijk naar de te verwachten evolutie van de wereldvloot. Tegenover vrijwel een nulgroei de voorbije drie jaar (jaarlijks tussen twaalf en 32 schepen extra voor de VLCC- en Suezmax-vloot samen), komen er dit jaar naar verwachting netto 64 schepen bij, 76 schepen in 2017 en 26 schepen in 2018. Ook de steeds lagere groeiverwachtingen voor de wereldeconomie drukken op het sentiment. Op basis van de robuuste olievraag (+1,3% verwacht in 2016) en de structurele veranderingen van de vaarroutes, lijkt de toename van de vloot echter beheersbaar. Zowel CEO Paddy Rodgers als Carl Steen, de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur, uitten onlangs hun ongenoegen over de beurskoers. Maar vooralsnog is van een stevige inkoop van eigen aandelen geen sprake. Het dubbele discours is opvallend en kan erop wijzen dat de huidige lage koers als een handicap wordt ervaren om een nieuwe stap in de verdere groei van Euronav te zetten. Het bedrijf betaalt in mei een slotdividend van 0,82 USD per aandeel, waardoor het jaardividend liefst 1,69 USD bruto per aandeel bedraagt. De nettowinst bedroeg in het vierde kwartaal 104,6 miljoen USD (3,9 miljoen USD nettoverlies in 2014), en op jaarbasis 350,3 miljoen USD (2,25 USD per aandeel), tegenover een nettoverlies in 2014 van 45,8 miljoen USD (0,39 USD per aandeel). De markt verwacht dit jaar 1,73 USD per aandeel nettowinst, om in 2017 terug te vallen tot 1 USD per aandeel. Hoewel we in een lastige beursomgeving geen bovengemiddelde prestatie van Euronav verwachten, bevestigen we vanuit een langetermijnperspectief en op basis van een aantrekkelijke waardering ons koopadvies(rating 1B). Wat is jullie mening over Vestas Wind Systems? Het Deense Vestas Wind Systems heeft een marktkapitalisatie van 13,8 miljard EUR, en is daarmee 's werelds grootste windenergiebedrijf, voor het Chinese Xinjiang Gold en het Spaanse Gamesa, dat een marktkapitalisatie heeft van 4,6 miljard EUR. Net als bij concurrent Gamesa leert de koersgrafiek van de voorbije jaren ons dat Vestas door een enorm moeilijke periode ging tussen 2010 en 2012, om vanaf begin 2013 spectaculair te herstellen. Vestas boekte vorig jaar een recordjaar. De groepsomzet steeg met 21,9%, tot 8,4 miljard EUR, dankzij een toename van het geïnstalleerd vermogen met 20% tot 7486 megawatt (MW). Het orderboek voor de windturbines klokte eind 2015 af op 8732 MW, 16% hoger dan eind 2014. De recurrente bedrijfswinst (rebit; zonder eenmalige elementen) steeg met 53,8%, tot 860 miljoen EUR, en de ebit-marge steeg met 210 basispunten, tot 10,2%. Ter vergelijking: Gamesa boekte vorig jaar een verbetering van de ebit-marge met 170 basispunten, tot 8,4%. Vestas heeft ook een belangrijke afdeling onderhoud. Daar zien we vorig jaar een omzetstijging met 18%, tot 1,14 miljard EUR (13,5% van het groepstotaal). Onderhoud realiseert traditioneel hogere winstmarges (17,7% in 2015) en Vestas nam onlangs twee onderhoudsbedrijven over, met de bedoeling de komende jaren de omzet uit onderhoud met 40% op te krikken. De nettowinst steeg in 2015 met 75%, tot 685 miljoen EUR of 3,1 EUR per aandeel. Het dividend per aandeel stijgt van 3,9 Deense kroon (DKK) vorig jaar naar 6,82 DKK, of een brutorendement van 1,5%. De Denen kochten vorig najaar voor 150 miljoen EUR eigen aandelen in, en beschikten eind 2015 over een comfortabele nettokaspositie van 2,3 miljard EUR. Vestas mikt in 2016 op minstens 9 miljard EUR omzet, en een ebit-marge van minstens 11%. Het gemiddelde koersdoel van de analisten ligt op 482 DKK, nauwelijks 6% boven de huidige koers. De hogere rendabiliteit dan Gamesa en de onverminderd positieve vooruitzichten zijn ruimschoots weerspiegeld in de waardering, tegen 20 keer de verwachte winst 2016 en met een ondernemingswaarde (ev) van 9,2 keer de verwachte bedrijfskasstroom (ebitda) 2016. Zoals al bleek in januari is het aandeel kwetsbaar voor een forse terugval. We zouden bestaande posities dan ook afbouwen.