De klim van de goudprijs bleef dit jaar beperkt tot 6%, maar de goudmijnaandelen presteren een stuk beter. Voor Gold Fields (GFI) zat er dit jaar zelfs al een stijging van 40% in. GFI komt dan ook van heel erg diep, want begin dit jaar daalde het aandeel naar het laagste niveau sinds het jaar 2000. Na de afsplitsing van de Zuid-Afrikaanse activiteiten naar Sibanye Gold (met uitzondering van South Deep) is GFI een internationale groep geworden. GFI beschikt, naast South Deep, over nog zeven andere operationele activa verspreid over Ghana, Peru en Australië. Dat laatste land tekent momenteel zelfs voor 45% van de groepsproductie.
...

De klim van de goudprijs bleef dit jaar beperkt tot 6%, maar de goudmijnaandelen presteren een stuk beter. Voor Gold Fields (GFI) zat er dit jaar zelfs al een stijging van 40% in. GFI komt dan ook van heel erg diep, want begin dit jaar daalde het aandeel naar het laagste niveau sinds het jaar 2000. Na de afsplitsing van de Zuid-Afrikaanse activiteiten naar Sibanye Gold (met uitzondering van South Deep) is GFI een internationale groep geworden. GFI beschikt, naast South Deep, over nog zeven andere operationele activa verspreid over Ghana, Peru en Australië. Dat laatste land tekent momenteel zelfs voor 45% van de groepsproductie. De mijnen van de groep produceerden in het tweede kwartaal gezamenlijk 548.000 ounce goud tegen een totale kostprijs van 1050 USD per ounce. Dat was in het eerste kwartaal respectievelijk 557.000 ounce en 1066 USD. De productiekosten liggen nu 26% lager dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Die vooruitgang is opmerkelijk, want South Deep beïnvloedt het groepsgemiddelde in negatieve zin. GFI verwacht dat de mijn tegen halfweg volgend jaar break-even zal draaien. De doelstelling om de productie op de gewenste kruissnelheid van 700.000 ounce per jaar te krijgen, werd al herhaaldelijk uitgesteld en is nu voorzien voor 2018. Tegen dan moeten de totale productiekosten zijn teruggevallen naar ongeveer 900 USD. South Deep heeft met een diepte tot drie kilometer zijn naam niet gestolen. GFI heeft daarom de hulp ingeroepen van Australische mijnbouwingenieurs en zal experimenteren met een nieuwe productiemethode waarvan wordt gehoopt dat die sneller en goedkoper is. Met een geschat reservepotentieel van 40 miljoen ounce is South Deep de mijn met de op één na hoogste reserves ter wereld. De groep maakt zich sterk dat de kostenverlaging duurzaam is. GFI scoort momenteel nog minder goed dan Barrick, Kinross en Goldcorp, maar doet het wel beter dan bijvoorbeeld Newmont, Sibanye en AngloGold Ashanti. Het management mikt voor het volledige boekjaar op een productie van 2,2 miljoen ounce aan een totale kostprijs van 1125 USD. In 2013 bedroegen die cijfers respectievelijk 2,02 miljoen ounce en 1312 USD. Naast kostenverlagingen zet GFI ook in op het verhogen van de kasstromen en de afbouw van de schulden. Daar hoorde een kritische evaluatie van de bestaande activa bij, die leidde tot herstructureringen en het afstoten van twee participaties. Het belang van Yanfolila (Mali) werd verkocht aan Hummingbird Resources in ruil voor 20 miljoen USD aandelen in de laatstgenoemde. De participatie van 51% in de Chucapaca mijnconcessie (Peru) werd verkocht aan joint-venturepartner Buenaventura voor 81 miljoen USD + 1,5% royalty's op de toekomstige verkopen van goud, zilver en koper. De prioriteit ligt verder nog bij het herstructureren van Damang (Ghana) en St.Ives (Australië). De nettoschuld werd in de eerste jaarhelft met 101 miljoen USD afgebouwd naar 1,635 miljard USD of 1,47 keer de ebitda. ConclusieGold Fields is dankzij de verlaging van de productiekosten opnieuw winstgevend. Dat is bemoedigend, temeer daar het ook met de financiële gezondheid van de groep de goede kant uitgaat en ook de productie dit jaar zal toenemen. Ondanks de koersstijging is Gold Fields aan 0,9 keer de boekwaarde nog steeds niet duur. Advies: koopwaardigRisico: hoogRating: 1C