Na de afsplitsing van de meeste Zuid-Afrikaanse activiteiten beschikt Gold Fields enkel nog over het in aanbouw zijnde South Deep-project in het voormalige thuisland. Daarnaast concentreren de activiteiten zich in Australië (vijf mijnen), Ghana (Tarkwa en Damang) en Peru (Cerro Corona). De goudprijs noteert (in USD) enkele procenten hoger dan bij de start van 2014, maar Gold Fields (GFI) doet het met een klim van 40% een stuk beter. GFI deed de voorbije jaren grote inspanningen om de productiekosten te doen dalen en plukt daarvan ook de vruchten. De totale kosten per ounce geproduceerd goud lag in het derde kwartaal op gemiddeld 1096 USD.
...

Na de afsplitsing van de meeste Zuid-Afrikaanse activiteiten beschikt Gold Fields enkel nog over het in aanbouw zijnde South Deep-project in het voormalige thuisland. Daarnaast concentreren de activiteiten zich in Australië (vijf mijnen), Ghana (Tarkwa en Damang) en Peru (Cerro Corona). De goudprijs noteert (in USD) enkele procenten hoger dan bij de start van 2014, maar Gold Fields (GFI) doet het met een klim van 40% een stuk beter. GFI deed de voorbije jaren grote inspanningen om de productiekosten te doen dalen en plukt daarvan ook de vruchten. De totale kosten per ounce geproduceerd goud lag in het derde kwartaal op gemiddeld 1096 USD. De Australische mijnen zijn, samen met Cerro Corona, de goedkoopste. In Ghana werd al veel vooruitgang geboekt, maar de kosten liggen nog steeds boven het groepsgemiddelde. Het is vooral South Deep dat momenteel dit gemiddelde omhoogduwt met een kostprijs van 1912 USD per ounce in het derde kwartaal. Dat is niet ongewoon, want het gaat dan ook nog niet om een volledig operationele mijn. Bovengrondse stabilisatiewerkzaamheden zetten een groot deel van South Deep op non-actief, waardoor de output met 18% op kwartaalbasis daalde, naar amper 42.000 ounce. Het zal nog enkele kwartalen duren voor de productie er op kruissnelheid is. Exclusief South Deep daalden de gemiddelde productiekosten naar 1025 USD per ounce. GFI realiseerde op groepsniveau een nettowinst van 19 miljoen USD, evenveel als een kwartaal eerder. Er was ook een positieve vrije kasstroom van 63 miljoen USD, wat het totaal sinds begin 2014 op 182 miljoen USD bracht. De mijnen van de groep produceerden gezamenlijk 2% meer goud (559.000 ounce), maar door de lagere verkoop en de daling van de goudprijs daalde de groepsomzet wel met 6%, tot net geen 700 miljoen USD. GFI rekent voor het volledige boekjaar op een gemiddelde productiekostprijs (inclusief South Deep) van 1130 USD per ounce. De groep berekende het break-evenniveau in oktober nog op 1050 USD. Zolang de goudprijs niet langer dan zes tot twaalf maanden onder de grens van 1000 USD noteert, is volgens het management geen aanpassing van de strategie nodig. We kunnen er, gezien de forse daling van de energieprijzen, van uitgaan dat de productiekosten in het vierde kwartaal verder zullen zijn afgenomen. GFI bevindt zich, in tegenstelling tot bepaalde sectorgenoten, dus voorlopig niet in de gevarenzone. Dat kan veranderen als de goudprijs fors zou doorzakken, maar van dat scenario gaan we momenteel niet uit. De groepsoutput zal dit jaar met ongeveer 8% toenemen, tot 2,2 miljoen ounce, tegenover 2,02 miljoen in 2013. De nettoschuld van de groep werd in het derde kwartaal met 137 miljoen USD afgebouwd en bedraagt nu iets minder dan 1,5 miljard USD of 1,3 keer de bedrijfskasstroom. De looptijd van de schuld die normaal in november 2015 verviel (715 miljoen USD), werd onder dezelfde voorwaarden met twee jaar verlengd. ConclusieDe beursprestatie van Gold Fields is niet zonder reden beter dan die van de meeste sectorgenoten. De groep genereert positieve kasstromen, reduceerde de schuldpositie en is erin geslaagd de productiekosten sterk te laten dalen. Met het oog op een klim van de goudprijs is Gold Fields tegen 0,9 keer de boekwaarde nog altijd aantrekkelijk gewaardeerd.Advies: koopwaardigRisico: hoogRating: 1C