Bij de opsplitsing van het oude Gold Fields in Sibanye Gold (zie IB13A) en het nieuwe Gold Fields nam laatstgenoemde South Deep als enige Zuid-Afrikaanse mijn in de activa van de groep op. South Deep beschikt over een enorm reservepotentieel, maar de ontginning verloopt anders dan bij de meeste andere Zuid-Afrikaanse mijnen: ze is grotendeels gemechaniseerd en dus minder arbeidsintensief. De groep heeft relatief weinig ervaring met die productiemethode en dat breekt haar zuur op. Zelfs een ingehuurd team van Australische specialisten kon het tij niet keren.
...

Bij de opsplitsing van het oude Gold Fields in Sibanye Gold (zie IB13A) en het nieuwe Gold Fields nam laatstgenoemde South Deep als enige Zuid-Afrikaanse mijn in de activa van de groep op. South Deep beschikt over een enorm reservepotentieel, maar de ontginning verloopt anders dan bij de meeste andere Zuid-Afrikaanse mijnen: ze is grotendeels gemechaniseerd en dus minder arbeidsintensief. De groep heeft relatief weinig ervaring met die productiemethode en dat breekt haar zuur op. Zelfs een ingehuurd team van Australische specialisten kon het tij niet keren. Van South Deep werd aanvankelijk verwacht dat de mijn tegen 2017 op kruissnelheid zou zijn, met een jaarlijkse output van 650.000 tot 700.000 ounce goud. Intussen is duidelijk dat dat tempo lang niet wordt gehaald. South Deep produceerde vorig jaar iets meer dan 200.000 ounce goud tegen een gemiddelde totale productiekostprijs van 1548 USD per ounce. Voor dit jaar verwacht het management een productie van 228.000 ounce of zo'n 14% meer dan vorig jaar. De gemiddelde productiekosten zouden weliswaar dalen naar 1400 USD, maar behoudens een forse klim van de goudprijs zal de mijn dus nog altijd verlieslatend zijn. Pas in 2016 zal een break-even worden bereikt. South Deep ligt intussen al meer dan twee jaar achter op het oorspronkelijke schema, wat nog maar eens de operationele risico's in de mijnbouwindustrie illustreert. Op groepsniveau daalden de totale productiekosten (alle mijnen gecombineerd) in het vierde kwartaal naar 1023 USD per ounce. Exclusief South Deep wordt dat 963 USD, waarmee Gold Fields zich op het niveau van de meeste Noord-Amerikaanse sectorgenoten bevindt. De operationele activiteiten bevinden zich in Australië (vijf mijnen), Ghana (Tarkwa en Damang) en Peru (Cerro Corona). Alle activa, met uitzondering van South Deep en een kleinere mijn in Australië, zijn tegen de huidige goudprijs (rond 1200 USD) nog winstgevend. Damang in Ghana zit op de wip met een gemiddelde productiekostprijs van 1175 USD per ounce in 2014, maar het gaat de goede richting uit met een cijfer van 1082 USD in het vierde kwartaal. De gecombineerde productie bedroeg vorig jaar 2,22 miljoen ounce aan een gemiddelde productiekostprijs van 1053 USD (exclusief South Deep 1000 USD). Gold Fields realiseerde ook een aangepaste nettowinst van 85 miljoen USD. De nettokasstroom kwam uit op 236 miljoen USD tegenover -232 miljoen USD in 2013. Die prestatie is opmerkelijk, want de ontvangen goudprijs lag in 2014 gemiddeld 10% lager dan het jaar ervoor. De nettoschuld werd vorig jaar met 282 miljoen USD afgebouwd en bedroeg op het einde van het vierde kwartaal nog 1,453 miljard USD. Dit komt overeen met 1,3 keer de bedrijfskasstroom of ebitda. Het is de bedoeling dat tegen eind volgend jaar verder te reduceren naar 1 keer ebitda. Met een dividend van 0,4 Zuid-Afrikaanse rand (ZAR) per aandeel werd ook de belofte ingelost om 25 tot 35% van de winst uit te keren. ConclusieGold Fields maakte zijn beloften op het vlak van productie, kostencontrole, kasstromen, schuldafbouw en dividenduitkering waar. Niet evident, gezien de lagere goudprijs. Aan 0,9 keer de boekwaarde is het aandeel goedkoop. Maar houd rekening met een hoge volatiliteit.Advies: koopwaardigRisico: hoogRating: 1C