De oorlog in Oekraïne drukt Europa extra hard met de neus op het feit dat het continent door de afhankelijkheid van Russisch gas enorm kwetsbaar is voor energieschokken. Om dat te verhelpen lanceerde de Europese Commissie REPowerEU, een plan om het Russisch gas op lange termijn te vervangen door hernieuwbare energie en energieopslag. Vloeibaar gas (lng) zal enkele decennia de rol van overgangsbron spelen om van fossiele brandstoffen naar volledig hernieuwbare energie te gaan.
...

De oorlog in Oekraïne drukt Europa extra hard met de neus op het feit dat het continent door de afhankelijkheid van Russisch gas enorm kwetsbaar is voor energieschokken. Om dat te verhelpen lanceerde de Europese Commissie REPowerEU, een plan om het Russisch gas op lange termijn te vervangen door hernieuwbare energie en energieopslag. Vloeibaar gas (lng) zal enkele decennia de rol van overgangsbron spelen om van fossiele brandstoffen naar volledig hernieuwbare energie te gaan.De Europese Commissie wil de geïnstalleerde capaciteit voor zonne-energie tegen 2025 verdubbelen tot 320 gigawatt en tegen 2030 tot 600 gigawatt. Eind 2020 bedroeg die capaciteit 136 gigawatt. Om tegen 2050 netto aan nul te komen moet in Europa 5.300 miljard dollar worden geïnvesteerd in hernieuwbare energiebronnen. Tegen 2030 zijn al 300 miljard extra investeringen nodig, waarvan een belangrijk deel in hernieuwbare energieproductie en energie-efficiëntie zoals isolatie en warmtepompen.Ook in de rest van de wereld zullen meer inspanningen nodig zijn om het aandeel van hernieuwbare energie op te krikken. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) moet het aandeel hernieuwbare energie de komende jaren dubbel zo hard stijgen als de afgelopen tien jaar om tegen 2050 koolstofneutraal te worden. Wind- en zonne-energie zullen meer dan 60 procent van die stijging voor hun rekening moeten nemen.Zowel voor zonne- als windenergie zijn volgens het IEA meer inspanningen nodig. Wereldwijd wekte de geïnstalleerde zonnecapaciteit 820 terawattuur op in 2020. Dat moeten tegen 2030 naar 7.000 terawattuur. Hetzelfde geldt voor windenergie: die moet evolueren van 1.500 terawattuur eind 2020 naar 8.000 in 2030. Volgens de specialisten van de investeringsbank Goldman Sachs moet de totale opwekking van elektriciteit verdrievoudigen tegenover 2019 om tegen 2050 koolstofneutraal te kunnen zijn. Alles moet tegen dan elektrisch gebeuren, van transport, verwarming tot industriële processen.Ondanks die fenomenale groeinood hebben de meeste beursindexen van hernieuwbare energie een milde tot serieuze pandoering gekregen de afgelopen maanden. De EQM Global Solar Energy-index staat 40 procent lager dan zijn piek begin 2021, net als de S&P Global Clean Energy-index. Bij de Solactive Wind Energy-index is dat 30 procent. Die koersval biedt langetermijnbeleggers een kans om in te pikken op de seculiere groeitrend van hernieuwbare energie. Want die is onontbeerlijk om de wereldwijde doelstellingen van klimaatneutraliteit te halen.ETF's zijn een manier om daarop in te spelen. De iShares Global Clean Energy ETF (ISIN-code IE00B1XNHC34) is de grootste ETF die de S&P Clean Energy-index volgt. De Lyxor MSCI New Energy ESG ETF (FR0010524777) is vergelijkbaar en volgt de MSCI ACWI IMI New Energy ESG Filtered-index. Om in te spelen op zonne-energie zijn er de HANetf Solar Energy ETF (IE00BMFNWC33) en de Invesco Solar Energy ETF (IE00BM8QRZ79). Tot slot is er de Global X Wind Energy ETF om de windenergiesector te volgen (IE000JNHCBM6).Sommige van die ETF's zetten niet alleen in op pure hernieuwbare spelers, maar ook op energiebedrijven die de transitie aan het maken zijn, maar misschien nu nog grotendeels op fossiele brandstoffen teren.Naast ETF's zijn uitbaters van hernieuwbare-energieparken interessant om gediversifieerd op dat thema in te spelen. Het Deense Orsted is een van de grootste pure hernieuwbare-energiespelers. Het bouwt en beheert onshore en offshore windparken en zonnepaneelparken. In totaal heeft het 13 gigawatt aan hernieuwbare capaciteit geïnstalleerd. Daar komt in de komende jaren nog 13 gigawatt bij. Daarnaast wil het ook inzetten op nieuwe technologie zoals waterstof en batterijen. Tegen 2030 wil Orsted 50 gigawatt hernieuwbare capaciteit halen, een verviervoudiging tegenover nu. Die groei is veelbelovend, maar het bedrijf zal er de komende jaren minder winst en kasstromen door genereren. Analisten voorspellen voor de komende drie jaar weinig tot geen winstgroei. Orsted zal een van de grootste spelers in zijn segment blijven, waardoor het op lange termijn een goede mogelijkheid blijft om in hernieuwbare energie te beleggen. De koers is sinds de piek in januari 2021 bijna gehalveerd. Het aandeel kan tegen die niveaus worden opgepikt, maar wel voor de lange termijn. De komende jaren zal de winst stagneren en de schuld toenemen.Het Canadese Boralex baat windmolenparken en waterkrachtcentrales uit. De helft van zijn omzet komt uit Noord-Amerika, de andere helft uit Europa, vooral Frankrijk, waar het de grootste uitbater van onshore windparken is. Voor het merendeel daarvan heeft het langetermijncontracten met de afnemers, wat toekomstige kasstromen garandeert. Het heeft momenteel een geïnstalleerde capaciteit van 2,5 gigawatt aan windmolen- en zonnepaneelparken. Het wil die capaciteit tegen 2025 verdubbelen en tegen 2030 nog eens. Het wil een grote sprong in zonne-energie maken, waarin het momenteel nog heel klein is. Momenteel heeft het voor 3,6 megawatt aan projecten in verschillende ontwikkelingsstadia in de pijplijn zitten. Net zoals bij Orsted zullen die investeringen in capaciteitsuitbreiding de winsten en kasstromen nog drukken. Boralex groeit wel sneller dan Orsted en maakt iets meer gebruik van schulden om zijn groei te financieren. Voor beleggers die dat hogere risicoprofiel aankunnen, is het een goed alternatief voor een gevestigde waarde als Orsted.Aker Horizons is een Noorse holding gericht op de ontwikkeling van klimaatoplossingen en hernieuwbare technologie. Ze is ontstaan uit de investeringsmaatschappij Aker ASA, die onder meer ook het oliebedrijf AkerBP en het energiebedrijf Aker Energy heeft voortgebracht. De helft van de nettoactiefwaarde van Aker Horizons bestaat uit Mainstream, dat windmolen- en zonnepaneelparken ontwikkelt en uitbaat over heel de wereld. Mainstream heeft nog maar 1 gigawatt aan hernieuwbare capaciteit operationeel en 16 gigawatt is in ontwikkeling. Verder heeft het bedrijven in portefeuille die inzetten op waterstofproductie en koolstofopvang.Aker Horizons heeft daarmee eerder het profiel van een start-upinvesteerder in hernieuwbare energie dan van een producent. Dat maakt het aandeel risicovoller. Het heeft voldoende financieringsruimte voor zijn verdere investeringen en kan terugvallen op de diepe zakken van de hoofdaandeelhouder van de moederholding Aker ASA, Kjell Inge Rokke. Onder zijn vleugels is Aker ASA meer dan het vijftien keer in waarde toegenomen in de laatste twintig jaar, veelal door in fossiele brandstoffen te investeren. Dat kunstje lijkt hij te willen herhalen.Aker Horizons heeft een hoger durfkapitaalgehalte dan andere hernieuwbare spelers en is een puur groeibedrijf. Het is begin 2021 tegen meer dan 40 Noorse kronen naar de beurs gekomen, op de piek van de hernieuwbare hype, en de koers is sindsdien meer dan gehalveerd. Beleggers die zo'n risico niet schuwen, nog groei in hun portefeuille kunnen gebruiken en het aandeel actief opvolgen, kunnen een positie in Aker Horizons overwegen.Een andere insteek is beleggen in producenten van windturbines, maar die zijn momenteel te mijden. Vestas, Nordex en Siemens-Gamesa kampen al een tijd met hoog oplopende energie- en grondstoffenkosten die ze niet volledig kunnen doorrekenen. Hun winstmarges staan stevig onder druk en dat lijkt nog even zo te blijven. Het Duitse Nordex kwam eind mei nog met een winstwaarschuwing voor dit jaar. Vestas deed dat al begin dit jaar. De koersen van de turbinebouwers zijn al gehalveerd tegenover hun piek, maar hun winsten hebben een even steile duik genomen, waardoor hun waarderingen niet meteen aantrekkelijk zijn. Nog even afblijven tot er opnieuw tekenen zijn dat de winstgevendheid weer aantrekt.Het Zweedse Nibe Industrier, dat noteert op de beurs van Stockholm, is een wereldspeler in geothermische warmtepompen, warmwaterboilers en andere duurzame efficiënte verwarmingsoplossingen voor bedrijven en huishoudens. Nibe gaat de afgelopen jaren gestaag vooruit met een groei van de omzet en de operationele winst van 10 tot 15 procent per jaar. Het haalde ook jaar na jaar hogere rendementen op zijn geïnvesteerd kapitaal. Het heeft een stevige balans met niet te veel schulden.Nibe valt daarmee in de categorie van de kwaliteitsbedrijven die meestal tegen hogere waarderingen noteren. Sinds begin dit jaar is de aandelenkoers met 40 procent teruggevallen. Het tekort aan materialen zoals halfgeleiders speelt het bedrijf parten. Dat probleem kan nog een tijd aanhouden, maar zet geen druk op de winst of de groei. Die bleven ook nog in het eerste kwartaal van dit jaar intact. De koersval heeft de waardering die voordien hoog waren opgelopen, opnieuw wat bekoeld. Voor beleggers die de factor kwaliteit in hun portefeuille willen verhogen, is Nibe het overwegen waard.