We hadden vorig najaar het geluk om dicht bij de bodem het advies voor het Duitse K+S te verhogen. Al hadden we, achteraf bekeken, beter meteen een koopadvies gegeven, want de koers steeg sindsdien met bijna 50%. Een eerste verklaring daarvoor zijn de beter dan verwachte resultaten in 2014. Na de halfjaarresultaten mikte K+S nog op een bedrijfswinst (ebit) tussen 490 en 570 miljoen EUR. Na het derde kwartaal verhoogde men die prognose naar 580 tot 640 miljoen EUR, maar uiteindelijk deed K+S nog beter, met een ebit van 641,3 miljoen EUR. Dit betekent een beperkte daling met 2,2% tegenover 2013, terwijl de teller na 6 maanden op -14,...

We hadden vorig najaar het geluk om dicht bij de bodem het advies voor het Duitse K+S te verhogen. Al hadden we, achteraf bekeken, beter meteen een koopadvies gegeven, want de koers steeg sindsdien met bijna 50%. Een eerste verklaring daarvoor zijn de beter dan verwachte resultaten in 2014. Na de halfjaarresultaten mikte K+S nog op een bedrijfswinst (ebit) tussen 490 en 570 miljoen EUR. Na het derde kwartaal verhoogde men die prognose naar 580 tot 640 miljoen EUR, maar uiteindelijk deed K+S nog beter, met een ebit van 641,3 miljoen EUR. Dit betekent een beperkte daling met 2,2% tegenover 2013, terwijl de teller na 6 maanden op -14,4% stond. De schade kon enerzijds worden beperkt dankzij een sterk jaar in de zoutactiviteiten. Door de extreem strenge winter in Noord-Amerika explodeerde de vraag naar strooizout in de eerste jaarhelft, en de lage voorraden na de winter resulteerden in het vierde kwartaal in een sterke stijging van de prijzen (+20%), in de aanloop naar het nieuwe winterseizoen. Gecombineerd volgde hieruit een toename van de ebit van de zoutactiviteiten met 46,8%, tot 172,9 miljoen EUR. De verkoopprijs voor potash herstelde meer dan verwacht in de tweede jaarhelft. De gemiddelde verkoopprijs per ton bedroeg na 6 maanden 265 EUR, maar steeg naar 279 EUR in het derde en 291 EUR in het laatste kwartaal. Op jaarbasis tikte het gemiddelde af op 274 EUR per ton, tegenover 294 EUR per ton in 2013 (-7,7%). Een omzetdaling met 7,5% resulteerde - mede dankzij een hoger dan verwachte bijdrage van het besparingsplan - in een aanvaardbare daling van de ebit met 11,5%, tot 488,8 miljoen EUR. Een tweede koersondersteunend element was het feit dat K+S uitpakte met beter dan verwachte prognoses voor 2015, met vooral een significante verwachte toename van de ebit. Bovendien hernam het bedrijf, na één jaar onderbreking, de gewoonte om 40% tot 50% van de gezuiverde winst uit te keren. Op basis van een recurrente nettowinst van 1,92 EUR per aandeel in 2014 (was 2,28 EUR per aandeel in 2013), betaalt K+S dit jaar 0,9 EUR per aandeel bruto, of een brutorendement van 2,95%. In 2014 betaalde K+S slechts 0,25 EUR per aandeel bruto, tegenover 1,4 EUR per aandeel bruto in 2013. Die drastische verlaging was nodig om de bouwplannen voor Legacy, een nieuwe potashmijn in de Canadese provincie Saskatchewan, te vrijwaren. Die plannen kwamen onder druk na het abrupt opblazen van het exportkartel Belarusian Potash Co (BPC) door Uralkali in juli 2013. Eind december 2014 was 50% van het budget uitgegeven, met nogmaals 25% gereserveerd, en Legacy zit op schema voor een eerste, bescheiden productie in de tweede jaarhelft van 2016. Binnen enkele jaren moet legacy 2 miljoen ton potash aanleveren (na 2023 mogelijk tot 4 miljoen ton), te vergelijken met een groepsproductie van 6,9 miljoen ton in 2014. ConclusieDe verbeterende vooruitzichten in de potashsector en van K+S op bedrijfsniveau bezorgden het aandeel de jongste maanden een forse duw in de rug. Het aandeel noteert correct, tegen 15 keer de verwachte winst 2015 en 7,7 keer de verhouding tussen de ondernemingswaarde (ev) en de verwachte bedrijfskasstroom (ebitda) van 2015.Advies: houdenRisico: gemiddeldRating: 2B