Het was even wennen voor de aandeelhouders. De jaarcijfers van de veruit grootste Belgische bioscoopuitbater (12 complexen met 148 schermen; in Frankrijk 7 complexen met 87 schermen; in Nederland 9 complexen met 46 schermen; in Spanje 5 complexen met 91 schermen; in Polen één complex met 18 schermen; exploitatie door ITIT) en in Zwitserland één complex met 8 schermen) toonden niet het vertrouwde beeld, en dus kreeg de koers een tik. Er was wel een stijging van het aantal bezoekers: 19,69 miljoen bezoekers in 2014 of bijna 1,5 miljoen meer (+8,0%) dan in 2013.
...

Het was even wennen voor de aandeelhouders. De jaarcijfers van de veruit grootste Belgische bioscoopuitbater (12 complexen met 148 schermen; in Frankrijk 7 complexen met 87 schermen; in Nederland 9 complexen met 46 schermen; in Spanje 5 complexen met 91 schermen; in Polen één complex met 18 schermen; exploitatie door ITIT) en in Zwitserland één complex met 8 schermen) toonden niet het vertrouwde beeld, en dus kreeg de koers een tik. Er was wel een stijging van het aantal bezoekers: 19,69 miljoen bezoekers in 2014 of bijna 1,5 miljoen meer (+8,0%) dan in 2013. In de eerste plaats kwam dat door de expansie in Nederland, want een absolute kaskraker zat niet in het aanbod. The Hobbit. The Battle of the Five Armies is met 598.000 de meest bezochte film in de Kinepolis-zalen van vorig jaar. Opvallend was de plaats van de Franse film Qu'est-ce qu'on fait au Bon Dieu (498.000 tickets) in de top drie. Veel lokale content (geen 'popcornfilms'), minder evenementen en reclame door de Wereldbeker Voetbal... het zijn allemaal factoren die verklaren dat de omzet met een klim van 6,8%, tot 262,6 miljoen EUR, minder sterk is gestegen dan het bezoekersaantal. De gemiddelde ticketprijs daalde tot 7,15 EUR per bezoeker (was 7,23 EUR in de eerste jaarhelft 2013), er was een iets lagere gemiddelde uitgave in de bioscoop (popcorn, frisdrank, ijsjes en dvd's; van 2,85 naar 2,84 EUR per bezoeker) en een scherpe achteruitgang in schermreclame (-14,3%, vooral door het ontbreken van uitzendrechten op de Wereldbeker Voetbal). Zo evolueerde de rebitda-marge van 30,3 naar 28,3% (bedrijfskasstroom zonder uitzonderlijke elementen tegenover de omzet). Dit omdat de rebitda per bezoeker afnam van 4,09 naar 3,77 EUR. Niet vergeten dat, naast de tegenvallende schermreclame, Kinepolis zich op het overnamepad heeft begeven en de filmdistributie (met films zoals The Loft) uitzonderlijk tegenviel. De klassieke bioscoopactiviteit bleef dus wel op dreef. De recurrente bedrijfswinst (zonder eenmalige elementen) ging met 3,2% achteruit, tot 53,2 miljoen EUR, wat overeenkomt met een rebit-marge van 20,3% (was 22,4% in 2013). De winst per aandeel zakte met 2,9%, tot 1,34 EUR (was 1,38 EUR in 2013). De netto financiële schuld steeg tot 118,6 miljoen EUR (was 88,1 miljoen EUR eind 2013) of 1,7 keer rebitda. CEO Eddy Duquenne heeft woord gehouden en zette dus vorig jaar de eerste stappen in de expansie van de cinemagroep zonder het huidige, lage risicoprofiel aan te tasten. Kinepolis verwierf eerst de controle over de Spaanse bioscopen Abaco Cinebox in Alicante en Abaco Alcobendas in Madrid voor amper 1,1 miljoen EUR. Daarna volgde de overname van de Nederlandse groep Wolff Bioscopen. In de tweede jaarhelft werden wel weer flink wat eigen aandelen ingekocht. Sinds 2011 bedraagt de kapitaaloptimalisatie al meer dan 160 miljoen EUR. Bovendien worden er 4 nieuwe bioscoopcomplexen gebouwd (drie in Nederland, één in Frankrijk) met in totaal 40 schermen met 2,5 miljoen bezoekers jaarlijks als doelstelling. Dat Kinepolis terug was uitgegroeid tot een ware kasmachine had zich in de waardering vertaald (30 keer de verwachte winst en 13,5 keer verhouding ev/rebitda). Het langetermijnverhaal blijft wel intact.