PNE Wind, de Duitse speler in alternatieve energie, stuurde vorige week onverwachts een winstwaarschuwing over 2018 de wereld in. De jaarrapportering is gepland op 28 maart, maar PNE kondigde al aan dat het een afwaardering van 10,8 miljoen euro zal opnemen op zijn portefeuille offshore windparken (op zee). Die afwaardering is een gevolg van het nieuwe ontwikkelingsplan voor offshore windparken, dat de Duitse overheid eind januari bekendmaakte. Dat heeft tot gevolg dat voor drie van de vijf nog niet ontwikkelde projecten van PNE - Jules Verne, Nautilus en Nemo ...

PNE Wind, de Duitse speler in alternatieve energie, stuurde vorige week onverwachts een winstwaarschuwing over 2018 de wereld in. De jaarrapportering is gepland op 28 maart, maar PNE kondigde al aan dat het een afwaardering van 10,8 miljoen euro zal opnemen op zijn portefeuille offshore windparken (op zee). Die afwaardering is een gevolg van het nieuwe ontwikkelingsplan voor offshore windparken, dat de Duitse overheid eind januari bekendmaakte. Dat heeft tot gevolg dat voor drie van de vijf nog niet ontwikkelde projecten van PNE - Jules Verne, Nautilus en Nemo - de kans op goedkeuring is afgenomen. Twee projecten in een andere zone - Atlantis I en II - worden mogelijk wel ontwikkeld. Er is al sinds de zomer van 2017 een conflict tussen de projectontwikkelaars en de Duitse overheid, en het afgewaardeerde bedrag stemt exact overeen met de ingediende schadeclaim van PNE. Door de afboeking zal de bedrijfskasstroom (ebitda) voor 2018 uitkomen op 16,5 miljoen euro, tegenover een verwachte 20 à 26 miljoen, en de bedrijfswinst (ebit) zakt naar 7,8 miljoen (10 à 16 miljoen verwacht). Onderliggend komen de cijfers boven de verwachtingen uit: een ebitda van 27,2 miljoen euro en een ebit van 18,5 miljoen. PNE is volop bezig om te schakelen van een puur windenergiebedrijf naar een bredere dienstenspeler in alternatieve energie. Daartoe wordt in het strategische plan tot 2023 (Scale up) jaarlijks voorzien in een investeringsbudget van 10 miljoen euro. Het doel is tegemoet te komen aan de krimpende marges van windenergie en de grote winstschommelingen af te vlakken. Tegen 2023 zou de ebit met 30 à 50 procent moeten toenemen tot 40 à 45 miljoen, tegenover het gemiddelde van 28,1 miljoen euro in de periode van 2011 tot 2017. De voorbije zes maanden nam PNE met MEB Safety Services en Argus GmbH twee kleine Duitse bedrijven over die actief zijn in dienstverlening in alternatieve energie. Daarnaast verwierf PNE eind juli 2018 de resterende 10,9 procent van het dochterbedrijf WKN, met het oog op een grotere operationele efficiëntie. Enkele weken geleden werd een nieuwe hub opgericht in Panama, om actief te worden in Centraal- en Zuid-Amerika in zowel wind- als zonne-energie. Parallel werkt PNE tegen 2020 aan de uitbouw van een nieuwe portefeuille (IPP) van onshore windparken (op het land), vooral in Duitsland en Frankrijk, met een gezamenlijke capaciteit van 200 megawatt. Net zoals met de verkoop van de eerste IPP eind 2016 is het de bedoeling de nieuwe portefeuille in 2020 geheel of gedeeltelijk te verkopen. Momenteel bedraagt de capaciteit 64,6 megawatt. We zijn al een tijd voorzichtiger met het aandeel, omdat 2018 en 2019 overgangsjaren worden. Bestaande posities mogen worden behouden, maar om in te spelen op een wellicht gevoelig beter 2020 is het nog te vroeg. Het advies blijft op houden (rating 2B).