Het sentiment in de wereldwijde steenkoolindustrie is onder het nulpunt gezakt. Investeerders hebben de handdoek al in de ring gegooid en waarderen de steenkoolbedrijven alsof de hele sector op sterven na dood is. In bepaalde individuele gevallen is dat ook zo, want Patriot Coal vroeg eerder al bescherming tegen de schuldeisers aan en vorige maand ging ook Walter Energy failliet. Het kan misschien vreemd klinken, maar dat is het begin van de oplossing voor de sector. De steenkoolindustrie kampt met overcapaciteit, waardoor de prijzen blijven dalen.
...

Het sentiment in de wereldwijde steenkoolindustrie is onder het nulpunt gezakt. Investeerders hebben de handdoek al in de ring gegooid en waarderen de steenkoolbedrijven alsof de hele sector op sterven na dood is. In bepaalde individuele gevallen is dat ook zo, want Patriot Coal vroeg eerder al bescherming tegen de schuldeisers aan en vorige maand ging ook Walter Energy failliet. Het kan misschien vreemd klinken, maar dat is het begin van de oplossing voor de sector. De steenkoolindustrie kampt met overcapaciteit, waardoor de prijzen blijven dalen. Die overcapaciteit hangt vooral samen met de hevige concurrentie met aardgas, dat momenteel erg goedkoop is. Daarnaast spelen ook de strengere milieunormen in het nadeel van steenkool. In april bedroeg het aandeel van steenkool in de Amerikaanse elektriciteitsproductie nog 30%, tegenover nog bijna de helft jaren geleden. De consumptie van zogenaamde metallurgical coal voor de staalindustrie heeft dan weer te lijden onder een tragere economische groei in, vooral, China. De prijs van deze steenkoolvariant was in tien jaar niet meer zo laag. Het Amerikaanse Peabody Energy bezit of heeft participaties in 26 mijnen in de Verenigde Staten (twee derde van de omzet) en Australië (één derde) en produceert beide steenkoolsoorten. De resultaten van het tweede kwartaal lagen onder de verwachtingen. De omzet daalde tot 1,34 miljard USD, bijna een kwart minder dan een jaar eerder en 100 miljoen USD onder de consensusprognose. Dat was het gevolg van lagere verkoopvolumes (-16%, tot 51,9 miljoen ton) en lagere prijzen. De aangepaste bedrijfskasstroom of ebitda (108 miljoen USD) lag wel in lijn met de eigen prognose, maar kwam niettemin onder de consensusverwachting uit. Het nettoresultaat kleurde met 1,05 miljard USD verlies wel dieprood, maar dat had grotendeels te maken met afschrijvingen op Australische mijnen (901 miljoen USD) en afboekingen op de waarde van Amerikaanse activa die te koop staan (192 miljoen USD). Het lichtpunt is dat de productiekosten in Australië op jaarbasis met een vijfde zijn gedaald. Op groepsniveau daalden de operationele uitgaven met 18,3%. De verwachte verkoopvolumes voor het lopende boekjaar werden verlaagd naar 225 tot 245 miljoen ton. Het aandachtspunt bij Peabody blijft de schuldpositie van 6,3 miljard USD tegenover 2,1 miljard USD liquiditeiten (cash, voorraden en kredietlijnen). Gelukkig zijn er pas in 2018 opnieuw grote terugbetalingen. Het is dus cruciaal dat de vrije kasstromen tegen dan weer positief zijn. Vanaf 2017 rekent het management daar weer op, onder meer door lagere productiekosten en een daling van de kapitaaluitgaven. Het dividend, dat eerder al fors werd gereduceerd, wordt nu volledig geschrapt. Peabody is daarmee de laatste steenkoolproducent in het rijtje die die maatregel neemt. ConclusiePeabody Energy staat er beter voor dan de sectorgenoten. De kasstromen moeten de komende twee jaar door de geplande kostenbesparingen sterk verbeteren en ondanks de hoge langetermijnschuld is de financiële positie op korte termijn niet dramatisch slecht. We menen dat het aandeel excessief zwaar werd afgestraft en vullen onze positie aan. Enkel voor de risicobewuste belegger.Advies: koopwaardigRisico: hoogRating: 1C