De opname van het Duitse windenergiebedrijf PNE Wind Group in de voorbeeldportefeuille is voorlopig geen succes. De onverwachte aankondiging, eind maart, om over het boekjaar 2014 geen dividend uit te keren, werd door de markt slecht onthaald. De beslissing is nochtans verdedigbaar binnen de context van het uitbouwen van de nieuwe activiteit als Independent Power Producer (IPP). Een IPP koopt afgewerkte energieprojecten op van projectontwikkelaars zoals PNE, en keert met de opbrengst van de productie een stabiel dividend uit.
...

De opname van het Duitse windenergiebedrijf PNE Wind Group in de voorbeeldportefeuille is voorlopig geen succes. De onverwachte aankondiging, eind maart, om over het boekjaar 2014 geen dividend uit te keren, werd door de markt slecht onthaald. De beslissing is nochtans verdedigbaar binnen de context van het uitbouwen van de nieuwe activiteit als Independent Power Producer (IPP). Een IPP koopt afgewerkte energieprojecten op van projectontwikkelaars zoals PNE, en keert met de opbrengst van de productie een stabiel dividend uit. PNE haalde in 2014 voor het opstarten van de IPP slechts de helft van de beoogde 80 miljoen EUR op. Het eenmalige schrappen van het dividend - 0,15 EUR per aandeel in 2014, of een uitgave van 8,2 miljoen EUR - is dan ook bedoeld om de financiering van de IPP mee veilig te stellen. Een bijkomende stap in de financiering van de IPP volgde onlangs, met de volledig onderschreven uitgifte van 4.578.500 aandelen tegen 2,065 EUR per aandeel (bruto opbrengst van 9,45 miljoen EUR). Een eerste IPP-project, meteen het grootste tot nog toe voor PNE, is Chransdorf: een project van 24 windmolens met een totaal vermogen van 57,6 MW, dat nog dit jaar wordt opgeleverd. Een tweede project, Waldfeucht/Selfkant; 9 MW, is ook al in uitvoering en zal in 2015 de IPP vervoegen. Het plan is om tegen eind 2016 ongeveer 150 MW in portefeuille te hebben. Daarna zal een deel van of de volledige IPP worden verkocht. PNE mikt daarbij per MW op een waarde tussen 2,3 en 2,5 miljoen EUR. Daartegenover staat dat de IPP zorgt voor een interessant nieuw verkoopkanaal voor de projecten van PNE. Eind maart had PNE in Duitsland vijf windparken in aanbouw, met een totaal vermogen van 95 MW. Maar ook in het buitenland maakt het bedrijf goede vooruitgang. Vooral in Schotland, waar PNE in onderhandeling is om een sterke partner aan boord te halen en zo de projecten sneller te kunnen ontwikkelen. De totale pijplijn bedraagt er 1,1 gigawatt (GW), op een onshoregedeelte op groepsniveau van 5 GW. In maart bereikte de groep een mijlpaal met de eerste productie van het Borkum Riffgrund I-offshorewindpark. Dit project, met een totale capaciteit van 312 MW, werd door PNE opgestart in 2001 en later verkocht aan Dong Energy. PNE ontwikkelt momenteel zes offshoreprojecten met een totale capaciteit van 2,64 GW en kan ook nog 25 miljoen EUR mijlpaalbetaling ontvangen uit de verkoop in 2013 van Gode Wind I tot III. Het conflict met Volker Friedrichsen, de voormalige eigenaar van WKN, over een mogelijke overwaardering van activa bij de verkoop aan PNE, sleept nog altijd aan. Friedrichsen kocht de voorbije maanden regelmatig aandelen bij en bezit nu 14,43% van PNE. Tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering op 16 juni wordt gestemd over een motie om Friedrichsen en twee handlangers vanwege belangenvermenging uit de raad van bestuur te verwijderen. ConclusiePNE Wind bevestigde de prognose van 110 tot 130 miljoen EUR cumulatieve bedrijfswinst (ebit) voor de periode 2014 tot 2016, met mogelijk opwaarts potentieel. We vertrouwen erop dat de plannen worden gerealiseerd. Het achtergebleven PNE-aandeel blijft dan ook een forse herstelkandidaat, die we stevig vasthouden in de voorbeeldportefeuille. Advies: koopwaardigRisico: gemiddeldRating: 1B