Het moment is aangebroken om het advies voor PNE Wind te verhogen, nu de koers de voorbije weken met bijna 20% is teruggevallen. De sector van de alternatieve energie is heel gevoelig voor politieke en regulerende initiatieven. De oorzaak voor de recente terugval moeten we dan ook in die richting zoeken. Enerzijds wil de nieuwe Duitse regering besparen op subsidies voor hernieuwbare energie. De Duitse minister van Energie Sigmar Gabriel kondigde aan dat de tarieven voor de elektriciteitsproductie van windmolens op land (onshore) vanaf 2015 met 10 à 20% zakken. Goed nieuws voor PNE Wind is dat de bestaande tarievenregeling voor projecten op zee (offshore) m...

Het moment is aangebroken om het advies voor PNE Wind te verhogen, nu de koers de voorbije weken met bijna 20% is teruggevallen. De sector van de alternatieve energie is heel gevoelig voor politieke en regulerende initiatieven. De oorzaak voor de recente terugval moeten we dan ook in die richting zoeken. Enerzijds wil de nieuwe Duitse regering besparen op subsidies voor hernieuwbare energie. De Duitse minister van Energie Sigmar Gabriel kondigde aan dat de tarieven voor de elektriciteitsproductie van windmolens op land (onshore) vanaf 2015 met 10 à 20% zakken. Goed nieuws voor PNE Wind is dat de bestaande tarievenregeling voor projecten op zee (offshore) met twee jaar wordt verlengd, tot 2019. Anderzijds kondigde de Europese Commissie het nieuwe klimaatplan 2030 aan. Hernieuwbare energie moet tegen 2030 zorgen voor 27% van de energieopwekking, wat moet leiden tot een daling van de CO2-uitstoot met 40% in vergelijking met 1990. Het aandeel van hernieuwbare energie bedraagt vandaag 10 à 12%. De doelstelling voor 2020 is 20%. 27% tegen 2030 is echter minder dan verwacht en vooral het ontbreken van doelstellingen voor de landen ontgoochelde. De Commissie waarschuwde dat nog strengere doelen de energiefactuur voor de eindconsument - die tegen 2030 naar schatting met 30 à 50% zal stijgen - exponentieel zou doen toenemen. Op de heel lange termijn blijft het verminderen van de CO2-uitstoot met 80 à 90% het doel. Op bedrijfsniveau blijft alles naar wens verlopen. We mogen gerust stellen dat 2013 voor PNE Wind een prachtig jaar is geweest. De kers op de taart volgde in december, toen het bedrijf bevestigde dat het Deense Dong Energy een positieve finale investeringsbeslissing had genomen voor de verdere ontwikkeling van de offshoreprojecten Gode Wind I en II. Die beslissing resulteerde in een nieuwe mijlpaalbetaling van 45 miljoen EUR, waardoor PNE Wind wellicht zijn doelstelling realiseert om 60 tot 72 miljoen EUR bedrijfswinst (ebit) te halen in de periode 2011 tot 2013. Dong Energy startte afgelopen zomer met de bouw van Borkum Riffgrund I, een offshoreproject dat het van PNE kocht, en betaalde intussen 125 van maximaal 157 miljoen EUR voor Gode Wind I, II en III. Eerder in het jaar kocht PNE Wind in twee stappen 82,75% van de aandelen van het Duitse windenergiebedrijf WKN AG. Gezamenlijk hebben PNE Wind en WKN een over veertien landen gespreide onshoreportefeuille van 4800 megawatt (MW). De balans van PNE Wind verdubbelde en het bedrijf met hoofdzetel in Cuxhaven behoort nu tot de dertig grootste alternatieve energiebedrijven. Het werd daarom sinds 1 juli 2013 opgenomen in de Renixx World, een wereldwijde index van de grootste alternatieve energiebedrijven. In september breidde PNE zijn offshoreportefeuille van nog niet verkochte projecten opportunistisch uit tot zes, met de overname van Atlantis I, II en III van BARD Engineering Gmbh. In december startte PNE Wind in de Verenigde Staten S met de eerste fase van de constructie van een groot windpark met een totaal vermogen van 153 MW. ConclusieOp basis van de verwachte oplevering van heel wat onshoreprojecten mikt PNE Wind in 2014 op een ebit van 30 miljoen EUR. We vinden de marktreactie op de recente politieke ontwikkelingen daarom overtrokken. Vandaar de adviesverhoging.Advies: koopwaardigRisico: gemiddeldRating:1C