Het Duitse windenergiebedrijf PNE Wind Group kwam vorige week met belangrijk nieuws over de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk. PNE meldde bij de presentatie van de cijfers over het eerste kwartaal al een sterke financiële partner aan boord te willen halen om de uitgebreide onshore portefeuille (op het land) in Schotland versneld te ontwikkelen. Uiteindelijk besliste PNE om de volledige participatie van 90% in het Britse filiaal PNE Wind UK te verkopen voor 103 miljoen Britse pond (GBP), omgerekend 141,3 miljoen EUR. De overnemer is Brookfield, een grote internationale investeerder, die onmiddellijk 40 miljoen GBP betaalt. De overig...

Het Duitse windenergiebedrijf PNE Wind Group kwam vorige week met belangrijk nieuws over de activiteiten in het Verenigd Koninkrijk. PNE meldde bij de presentatie van de cijfers over het eerste kwartaal al een sterke financiële partner aan boord te willen halen om de uitgebreide onshore portefeuille (op het land) in Schotland versneld te ontwikkelen. Uiteindelijk besliste PNE om de volledige participatie van 90% in het Britse filiaal PNE Wind UK te verkopen voor 103 miljoen Britse pond (GBP), omgerekend 141,3 miljoen EUR. De overnemer is Brookfield, een grote internationale investeerder, die onmiddellijk 40 miljoen GBP betaalt. De overige 63 miljoen GBP volgt in schijven, bij het realiseren van mijlpalen in de ontwikkeling van de individuele projecten. De planning daarvoor loopt nog tot 2020. Het is de grootste transactie voor PNE sinds de verkoop van de offshore projecten (op zee) Godewind I, II en III aan het Deense Dong Energy in 2012. Het bedrijf zet daarmee een belangrijke stap in de realisatie van de prognose van 110 tot 130 miljoen EUR cumulatieve bedrijfswinst (ebit) in de periode 2014 tot 2016. PNE spendeerde de afgelopen zes jaar in totaal 27 miljoen GBP voor het ontwikkelen van de portefeuille in Schotland, met 1100 MW de tweede grootste markt voor PNE, na thuismarkt Duitsland (1341 MW). De totale onshoreportefeuille van de groep bedraagt nu nog 4900 MW. De opbrengst van de verkoop zal ook worden gebruikt voor de uitbouw van de nieuwe activiteit als independent power producer (IPP). Een IPP koopt afgewerkte energieprojecten op van projectontwikkelaars zoals PNE, en keert met de opbrengst van de productie een stabiel dividend uit. PNE haalde in 2014 voor het opstarten van de IPP slechts de helft van de beoogde 80 miljoen EUR op. Dit jaar werd eenmalig geen dividend uitgekeerd (besparing van 8,2 miljoen EUR tegenover vorig jaar), en in mei volgde een uitgifte, binnen het toegestane kapitaal, van 4.578.500 aandelen tegen 2,065 EUR per aandeel (bruto-opbrengst van 9,45 miljoen EUR), volledig onderschreven door Oddo Seydler Bank. Dit jaar nog worden twee projecten in de IPP opgenomen: Chransdorf, het grootste project ooit van PNE, met 24 windmolens en een totaal vermogen van 57,6MW en Waldfeucht/Selfkant, 9 MW. Het plan is om tegen eind volgend jaar 150 MW in portefeuille te hebben, waarna een deel van, of de volledige IPP zal worden verkocht of apart worden beursgenoteerd. PNE mikt daarbij per MW op een waarde tussen 2,3 en 2,5 miljoen EUR. Het conflict met Volker Friedrichsen, de voormalige eigenaar van WKN, over een mogelijke overwaardering van activa bij de verkoop aan PNE, sleept nog steeds aan. Friedrichsen blijft aandelen bijkopen en bezit intussen 14,4% van PNE. Een poging om Friedrichsen en twee handlangers uit de raad van bestuur te verwijderen, mislukte omdat de algemene vergadering niet doorging. Het aandeel van PNE Wind kon slechts even profiteren van de verkoop van het filiaal in het Verenigd Koninkrijk. Het aandeel heeft het moeilijk sinds de aankondiging in september 2014 van het opstarten van een activiteit als IPP. We zien in de verkooptransactie een eerste stap om het vertrouwen te herstellen. We dichten het aandeel forse herstelkansen toe.