Grote energiegroepen hebben heel wat gemeen met gediversifieerde mijnbouwbedrijven. Beide hadden de jongste jaren te kampen met hogere productiekosten en stabiliserende of dalende prijzen. Tegelijk werd de druk van de aandeelhouders, die nauwelijks of geen vruchten konden plukken van de zware investeringen, steeds groter. Kapitaaldiscipline en een hogere efficiëntie waaien over van de mijnbouwsector naar de energiesector. Dat is ook het geval bij Royal Dutch Shell, waar de nieuwe topman Ben van Beurden begin dit jaar al meteen met een winstwaarschuwing moest uitpakken, de eerste sinds 2004. De groep moet dan ook worden afgeslankt en er moet zuinig...

Grote energiegroepen hebben heel wat gemeen met gediversifieerde mijnbouwbedrijven. Beide hadden de jongste jaren te kampen met hogere productiekosten en stabiliserende of dalende prijzen. Tegelijk werd de druk van de aandeelhouders, die nauwelijks of geen vruchten konden plukken van de zware investeringen, steeds groter. Kapitaaldiscipline en een hogere efficiëntie waaien over van de mijnbouwsector naar de energiesector. Dat is ook het geval bij Royal Dutch Shell, waar de nieuwe topman Ben van Beurden begin dit jaar al meteen met een winstwaarschuwing moest uitpakken, de eerste sinds 2004. De groep moet dan ook worden afgeslankt en er moet zuiniger met de beschikbare middelen worden omgesprongen. Dat betekent dat Shell zich in minder nieuwe projecten zal engageren. Prioriteit is om de downstreamactiviteit (raffinage) te herstructureren en ook de Noord-Amerikaanse activa moeten op de schop. Shell boekte in het eerste kwartaal 2,86 miljard USD af op de waarde van raffinaderijen. Vooral in Azië werd de raffinagecapaciteit onlangs sterk uitgebreid, wat nadelige gevolgen had voor de winstgevendheid. Exclusief die afboeking kwam de winst wel boven de verwachtingen uit. Het winstcijfer gemeten volgens de Current Cost of Supply (CCS), dat enkel met operationele kosten en baten rekening houdt, daalde met 44% op jaarbasis, tot 4,47 miljard USD. De upstreamactiviteit (exploratie en ontginning) deed het, ondanks lagere volumes, beter dan verwacht met een stijging van de nettowinst met 1%. Shell kon profiteren van de hogere aardgasprijzen na de voorbije, strenge winter in Noord-Amerika. Toch kan men er niet omheen dat de winstgevendheid van de schaliegasactiviteiten in verhouding tot de investeringen ondermaats is. De Amerikaanse aardgasproductie was nooit eerder zo hoog. Shell blijft wel de kaart van aardgas trekken, maar zet daarbij eerder in op vloeibaar aardgas of lng, dat naar Azië kan worden uitgevoerd en meer opbrengt. Het belang in het LNG Canada-project, dat bij een gunstig investeringsadvies vanaf 2020 operationeel zou zijn, werd opgetrokken naar 50%. Het is dus niet zo dat alleen maar wordt ingekrompen en dat er geen nieuwe investeringen meer gebeuren. Toch zullen de kapitaaluitgaven dit jaar lager liggen dan de 45 miljard USD uit 2013. De groepsproductie daalde met 4% op jaarbasis, tot 3,25 miljoen vaten per dag olie-equivalent en de omzet (109,66 miljard USD) moest 2,8% inleveren. De operationele kasstroom klom wel 14% hoger. Shell wil de komende twee jaar voor minstens 15 miljard USD aan activa van de hand doen. De verkoop van de Australische downstreamactiva (raffinaderijen en netwerk van tankstations) is intussen afgerond en leverde 2,6 miljard USD op. Het is de bedoeling dat ook in Europa nog activa worden verkocht. Het dividend werd met 4% verhoogd, waardoor het rendement nu ongeveer 4,5% bruto bedraagt. ConclusieRoyal Dutch Shell bevindt zich in een overgangsperiode, waarbij de nieuwe topman de nadruk zal leggen op het creëren van aandeelhouderswaarde. De resultaten van het eerste kwartaal en de koersreactie waren alvast bemoedigend. De beursprestatie bleef vorig jaar achter op die van de sectorgenoten, maar tegen 10 keer de verwachte winst zit er nog rek op het aandeel.Advies: koopwaardigRisico: laagRating: 1A