Het Zuid-Afrikaanse Sibanye Gold werd in februari 2013 afgesplitst van Gold Fields en erfde toen de mature mijnen van de groep. De productie groeit niet meer, maar anderzijds zijn er ook relatief weinig kapitaalinvesteringen nodig. Dat moest van Sibanye een bedrijf met hoge kasstromen maken, die voor een groot deel terug naar de aandeelhouders zouden vloeien. Sibanye maakte zich sterk dat het 25 tot 35% van de bedrijfswinst als dividend kon uitkeren. Twee jaar later kunnen we stellen dat de groep zich grotendeels aan zijn beloftes heeft gehouden.
...

Het Zuid-Afrikaanse Sibanye Gold werd in februari 2013 afgesplitst van Gold Fields en erfde toen de mature mijnen van de groep. De productie groeit niet meer, maar anderzijds zijn er ook relatief weinig kapitaalinvesteringen nodig. Dat moest van Sibanye een bedrijf met hoge kasstromen maken, die voor een groot deel terug naar de aandeelhouders zouden vloeien. Sibanye maakte zich sterk dat het 25 tot 35% van de bedrijfswinst als dividend kon uitkeren. Twee jaar later kunnen we stellen dat de groep zich grotendeels aan zijn beloftes heeft gehouden. Alleen kwam die winst misschien onder de verwachtingen uit, wat dan weer te maken heeft met de evolutie van de goudprijs in die periode. Zuid-Afrikaanse deep-levelmijnen (tot 4 kilometer onder de grond) hebben traditioneel hogere productiekosten dan open-pitmijnen (aan de oppervlakte). Gelukkig kan Sibanye voor een stuk profiteren van de goedkope Zuid-Afrikaanse rand (ZAR), die tegenover de dollar (USD) op het laagste peil sinds 2001 noteert. Door de lokale productie zijn de meeste kosten in ZAR, terwijl de inkomsten uit goudverkoop in USD worden gerealiseerd. De kernactiva van Sibanye zijn Kloof, Driefontein en Beatrix. Het betreft drie oudere, maar nog altijd rendabele mijnen waarvan de levensduur werd verlengd tot 2030. Vorig jaar werd de productiebasis uitgebreid door overnames van Cooke (goud en uranium) en Wits Gold. Die laatste omvat onder meer de Burnstone-mijn, het voormalige paradepaardje van het geliquideerde Great Basin Gold (GBG). Door de overnames stegen de groepsreserves vorig jaar met 44%, tot 28,4 miljoen ounce goud. Sibanye zag vorig jaar zijn genormaliseerde winst met 3% afnemen, tot 2,23 miljard ZAR. Door een stijging van het aantal uitstaande aandelen ging de winst per aandeel wel met 15% achteruit. De productie steeg in het volledige boekjaar met 11%, tot 1,59 miljoen ounce, en de totale productiekosten kwamen uit op 1080 USD per ounce. Tegen de huidige goudprijs (rond 1150 USD) is de marge dus bijzonder klein. Voor het lopende boekjaar mikt het management op een output van 1,61 tot 1,67 miljoen ounce goud en een uraniumproductie van 250 miljoen pond. De kosten zouden stabiel blijven op 1055 tot 1100 USD. De kapitaaluitgaven zullen dit jaar verder toenemen, van 3,3 miljard ZAR naar 3,6 miljard ZAR. Sibanye wil de komende jaren 3 miljard ZAR spenderen aan de bouw van een elektriciteitscentrale op zonne-energie met een capaciteit van 150 megawatt of ongeveer 10% van de energiebehoefte van de groep. Sibanye verkeert gelukkig in een goede financiële gezondheid. Vorig jaar werd zelfs 42% van de bedrijfswinst uitgekeerd als dividend, wat het aandeel aan de huidige koers een brutorendement van 4,7% oplevert. ConclusieNa de outperformance tegenover de andere goudmijnaandelen is de beurswaarde van Sibanye in verhouding tot de boekwaarde (1,6) niet langer laag te noemen. Als die beurswaarde wordt afgezet tegenover de reserves, behoort Sibanye wel nog tot de goedkopere goudmijngroepen. Dit jaar wordt op productie- en kostenvlak een doorslag van 2014. Advies: koopwaardigRisico: hoogRating: 1C