De problemen van de Europese banksector zijn bekend. Tien jaar na de bankencrisis noteert de Stoxx600 Banks-index, de index met alle belangrijke Europese beursgenoteerde bankaandelen, tegen een zeer lage waardering van gemiddeld 0,7 keer de boekwaarde en 9 keer de verwachte winst voor 2019. De bredere Stoxx600-index noteert gemiddeld tegen 1,8 keer de boekwaarde en 15 keer de verwachte winst voor 2019.
...

De problemen van de Europese banksector zijn bekend. Tien jaar na de bankencrisis noteert de Stoxx600 Banks-index, de index met alle belangrijke Europese beursgenoteerde bankaandelen, tegen een zeer lage waardering van gemiddeld 0,7 keer de boekwaarde en 9 keer de verwachte winst voor 2019. De bredere Stoxx600-index noteert gemiddeld tegen 1,8 keer de boekwaarde en 15 keer de verwachte winst voor 2019. Een te weinig doortastende Europese aanpak na de bankencrisis in 2008 en 2009 heeft ertoe geleid dat onvoldoende puin is geruimd op de balansen van de banken. De nog altijd zwaar ondergekapitaliseerde Italiaanse banken en het enorme gevaar omtrent Deutsche Bank hangen als een zwaard van Damocles boven de sector. Voeg daarbij de serieuze afkoeling van de wereldeconomie, de aanhoudende onzekerheid omtrent de brexit, de centrale banken die opnieuw opschuiven richting kwantitatieve versoepeling _ met bijbehorende lagere rentevoeten en een negatieve invloed op de winstmarges _ en de toenemende concurrentie van onlinespelers zoals Apple, Google en Facebook, en het plaatje oogt structureel en conjunctureel inderdaad somber.Op het eerste gezicht heeft het Spaanse Banco Santander heel wat troeven om de negatieve Europese bankspiraal te ontspringen. Om te beginnen is de bank met een kosten-inkomstenratio van 47,4 procent in de eerste jaarhelft een van de meest efficiënte onder de grootste Europese banken. Bij BNP Paribas bedraagt die ratio 64 procent en bij KBC 59 procent. Met een besparingsplan van 1,2 miljard euro willen de Spanjaarden de ratio op middellange termijn terugdringen naar 42 tot 45 procent. Een tweede element is de geografische spreiding en de aanzienlijke blootstelling aan Latijns-Amerika. Dat leert ons een overzicht van de recurrente (zonder eenmalige elementen) winst in de eerste jaarhelft in de belangrijkste markten: Brazilië (29% van het groepstotaal), thuisland Spanje (13%) en voorts het Verenigd Koninkrijk (11%), de Verenigde Staten (9%), Mexico (8%), Chili (6%), Portugal (5%), Polen (3%) en Argentinië (1%). Een derde element is het rendement op het tastbaar eigen vermogen. Dat ligt met 11,7 procent ook hoger dan de meeste Europese concurrenten (onder 10%), maar wel aanzienlijk lager dan de Amerikaanse sectorgenoten die gemiddeld 14 tot 16 procent halen. Banco Santander haalt in Latijns-Amerika 20 procent en wil op de middellange termijn het groepscijfer opkrikken tot 13 tot 15 procent. Een element tegen Banco Santander is de minder sterke kapitaalsratio die met 11,3 procent (doelstelling 11 tot 12%) onder het Europese gemiddelde van 12,5 procent ligt. Per saldo presteerde het aandeel de voorbije jaren in lijn met de grootste Europese sectorgenoten en is de waardering nog iets goedkoper, tegen 0,63 keer de boekwaarde en 8 keer de verwachte winst 2019. We zouden bestaande posities aanhouden (rating 2B). We sluiten niet uit dat we een zwakkere beursperiode zullen aangrijpen om een bankaandeel in de voorbeeldportefeuille op te nemen. In dat geval zullen we het dicht bij huis gaan zoeken, zoals KBC, ABN AMRO, ING of BNP Paribas.HEBT U OOK EEN BELEGGINGSVRAAG?Elke week behandelen we een actuele vraag van een abonnee. Hebt u ook een beleggingsvraag? Mail die dan naar insidebeleggen@roularta.be. Misschien leest u hier dan het antwoord.