We vrezen van wel. Een daling met ruim 40% op zo'n korte tijdsspanne is hoogst ongewoon voor de Noorse holding Aker ASA. Alleen in het najaar van 2008, na de val van Lehman Brothers, zagen we een nog forsere beweging. Toen was de enorme daling van de olieprijs gedreven door een ineenstortende vraag, terwijl deze keer vooral geopolitieke overwegingen (van Saoedi-Arabië) aan de grondslag liggen. Eind september bedroeg de netto intrinsieke waarde (NAV) van Aker ASA 22,3 miljard NOK (309 NOK per aandeel), of -7,5% tegenover eind juni. Sindsdien versnelde de daling echter fors en momenteel bedraagt de NAV nog 205 NOK per aandeel.
...

We vrezen van wel. Een daling met ruim 40% op zo'n korte tijdsspanne is hoogst ongewoon voor de Noorse holding Aker ASA. Alleen in het najaar van 2008, na de val van Lehman Brothers, zagen we een nog forsere beweging. Toen was de enorme daling van de olieprijs gedreven door een ineenstortende vraag, terwijl deze keer vooral geopolitieke overwegingen (van Saoedi-Arabië) aan de grondslag liggen. Eind september bedroeg de netto intrinsieke waarde (NAV) van Aker ASA 22,3 miljard NOK (309 NOK per aandeel), of -7,5% tegenover eind juni. Sindsdien versnelde de daling echter fors en momenteel bedraagt de NAV nog 205 NOK per aandeel. Iets meer dan de helft (53%) van de bruto-activawaarde van 29,4 miljard NOK bestond eind september uit participaties gerelateerd aan de olie- en gasindustrie. Het gaat om industriële participaties in volgorde van belang in: Aker Solutions (dienstverlening olie- en gasindustrie; 27% van de NAV eind september en sindsdien een koersdaling met 42%), Det Norske (olieproductie; 26% van de NAV, koersdaling met 50%), Akastor (in het derde kwartaal afgesplitst van Aker Solutions; 11% van de NAV, koersdaling met 31%) en Kvaerner (eerder al afgesplitst van Aker Solutions; 4% van de NAV, koersdaling met 29%). De niet olie-en gasgerelateerde industriële participaties presteerden veel beter: Ocean Yield (scheepvaart; 19% van de NAV, koersdaling met 10%), Havfisk (visvangst; 3% van de NAV, koersstijging met 25%) en het niet-beursgenoteerde Aker BioMarine (krillvangst; 8% van de NAV). Alles samen geeft dit sinds eind september een daling van de bruto-activawaarde van de industriële belangen met 30% (van 21,6 miljard NOK naar 15,1 miljard NOK). De waarde van de financiële participaties daalde in het derde kwartaal met 1,5 miljard NOK, tot 7,6 miljard NOK, door de kapitaalverhoging bij Det Norske, die gelukkig nog vóór de grote daling plaatsvond. Kjell Inge Roekke, de flamboyante grootaandeelhouder van Aker ASA, is volop op zoek naar nieuwe investeringen tijdens deze crisis en bevestigde ook dat alle participaties voldoende gefinancierd zijn. De korting op de NAV is gestegen tot 31%. We zien in Aker ASA een goede manier om op middellange termijn in te spelen op een onvermijdelijk herstel van de olieprijzen. Het aandeel is koopwaardig (rating 1A) en blijft in de Inside selectie. De Russische potashproducent Uralkali heeft een belangrijke mijn moeten stilleggen. Is het hierdoor een goed moment om aandelen van K+S te kopen? Uralkali legde op 18 november de volledige productie stil in de Russische Solikamsk-2-potashmijn (1600 kilometer ten oosten van Moskou) vanwege insijpelend zoutwater. Bovendien nam sindsdien de vrees toe voor een volledige overstroming en dus vernietiging van de mijn, nadat enkele kilometers verderop een steeds groter wordend verdwijngat werd ontdekt. Solikamsk-2 produceerde vorig jaar, samen met de aanpalende Solikamsk-1-mijn, 3 miljoen ton potash: 23% van de capaciteit van Uralkali en 5% van de totale wereldproductie. Vergelijkbare ongelukken hebben in het verleden al geleid tot definitieve sluitingen, terwijl in andere gevallen de mijn uiteindelijk kon worden gered. Potentieel minder productiecapaciteit voor Uralkali is goed nieuws voor concurrenten als het Duitse K+S. Reden tot euforie is er echter niet. De wereldwijde productiecapaciteit bedraagt ongeveer 80 miljoen ton (en stijgend), tegenover een verwachte vraag in 2014 omtrent 57 miljoen ton (+5% tegenover 2013). Toch zien we daarin een bevestiging dat het ergste voor de aandelen binnen de sector voorbij is. K+S bevestigde in het derde kwartaal de verbeterende resultatentrend van de eerste jaarhelft. De zoutafdeling presteerde opnieuw beter dan verwacht, nog steeds een gevolg van de uitzonderlijk harde winter vorig jaar in de Verenigde Staten. Het voorzichtige herstel van de gerealiseerde potashprijzen zette zich door: 279 EUR per ton, tegenover 268 EUR per ton in het vorige kwartaal en 280 EUR per ton in het derde kwartaal van 2013. De omzet op groepsniveau bedraagt na 9 maanden 2,8 miljard EUR, -5,7% tegenover vorig jaar, maar wel +1,1% in de derde kwartaal. De bedrijfswinst (ebit) daalde met 8,2%, tot 510,9 miljoen EUR, maar steeg in het derde kwartaal met 15,7%, tot 134 miljoen EUR. De recurrente nettowinst per aandeel zakte van 1,92 naar 1,56 EUR (-18,8%), maar nam in het derde kwartaal met 8,1% toe, tot 0,4 EUR. De verwachte ebit voor 2014 werd gevoelig verhoogd, van 490 à 570 miljoen EUR naar 580 à 640 miljoen EUR (inclusief een eenmalige verzekeringspremie van 36 miljoen EUR). De markt verwacht volgend jaar een lichte daling van de vraag naar potash ten opzichte van 2014. Bij een verdere terugval richting 20 EUR kan het aandeel koopwaardig worden, maar voorlopig bevestigen we het advies 'houden' (rating 2B).