Die laatste vaststelling klopt als een bus. Geduld wordt gezien als een van de kenmerken van een succesvol belegger, en dat geduld wordt bij de aandeelhouders van ArcelorMittal al vele jaren op de proef gesteld. Na de jaarcijfers 2014 leek het aandeel vertrokken en zagen we terug koersen rond 10 EUR, maar daarna zakte de koers weer af richting de bodem van 8 EUR van begin dit jaar.
...

Die laatste vaststelling klopt als een bus. Geduld wordt gezien als een van de kenmerken van een succesvol belegger, en dat geduld wordt bij de aandeelhouders van ArcelorMittal al vele jaren op de proef gesteld. Na de jaarcijfers 2014 leek het aandeel vertrokken en zagen we terug koersen rond 10 EUR, maar daarna zakte de koers weer af richting de bodem van 8 EUR van begin dit jaar. De jaarresultaten van de grootste staalproducent van de wereld gaven een gemengd beeld. De hoeveelheid verscheept staal steeg met 3% (+3,4% in het vierde kwartaal), tot 85,1 miljoen ton. De onderliggende bedrijfskasstroom (ebitda) steeg met 8,5%, tot 7,23 miljard USD, nipt beter dan de marktconsensus van 7,19 miljard USD en de eigen verwachtingen van minstens 7 miljard USD (na de halfjaarresultaten verlaagd van 8 miljard USD). De stijging met 8,5% kwam er ondanks de negatieve evolutie in het mijnbouwsegment, waar de vrije val van de ijzerertsprijs in 2014 - van 135 USD naar 65 USD per ton - de ebitda met 36,8% drukte, tot 1,25 miljard USD. De ijzerertsproductie steeg met 6,9%, tot 63,7 miljoen ton. Het doel blijft om de capaciteit te verhogen tot minstens 84 miljoen ton, al is de oorspronkelijke timing hiervoor (eind 2015) niet meer haalbaar. Door de wereldwijde overcapaciteit gaat de aandacht vooral naar kostenverminderingen (-7% in 2014 en -10% vooropgesteld voor 2015). Intussen zakte de ijzerertsprijs onder 50 USD per ton en dat is dan ook de belangrijkste oorzaak voor het achterblijven dit jaar van de beurskoers van ArcelorMittal ten aanzien van de Europese aandelenmarkten. Want in het staalsegment is duidelijk sprake van beterschap. De ebitda steeg in 2014 met 27,3%, tot 6,07 miljard USD dankzij een combinatie van hogere volumes (+3%), lagere grondstoffenkosten en kostenbesparingen. Op groepsniveau herstelt de ebitda per ton gestaag: van 74 USD in 2012, over 82 USD in 2013 naar 86 USD in 2014 (90 USD exclusief 350 miljoen USD kosten van de extreem harde winter in Noord-Amerika). Daarmee blijft het langetermijndoel van 150 USD per ton evenwel een verre droom. Zeer positief was de hoger dan verwachte daling van de nettoschuldpositie tot 15,8 miljard USD (17,4 miljard USD eind juni 2014), het laagste niveau sinds de fusie tussen Arcelor en Mittal in 2006 en stilaan in de buurt van de beoogde 15 miljard USD. Het nettoverlies daalde van 2,55 miljard USD in 2013 (1,46 USD per aandeel), naar 1,09 miljard USD (0,61 USD per aandeel). Het brutodividend blijft onveranderd op 0,20 USD per aandeel, of 1,8% brutorendement. De vooropgestelde verwachte ebitda voor 2015 van 6,5 tot 7 miljard USD door de zwakke vooruitzichten op korte termijn van de ijzerertsprijs lag ver onder de analistenconsensus. De huidige koers verrekent tegen een ondernemingswaarde van 0.45 keer de boekwaarde en 5,8 keer de onderkant van de verwachte ebitda 2015 dan ook een wel heel zwartgallig scenario. De kwartaalcijfers worden bekendgemaakt op 7 mei. In afwachting blijven we mikken op een koersherstel in de loop van het jaar (rating 1B). Kan u nog eens de samenstelling van de tracker op de goudmijnen Market Vectors Gold Miners (GDX) weergeven? Voor investeerders zijn de beleggingsrisico's in de goudmijnsector talrijk. Operationele tegenslagen of problemen met vergunningen kunnen het bedrijfsmodel in de war sturen. Spreiding kan hier dus soelaas bieden, en dit is exact wat we gedaan hebben met de aankoop van de Market Vectors Gold Miners-index (rating 1B) voor de modelportefeuille. De goudmijntracker met ticker GDX wordt uitgegeven door ETF-specialist Van Eck Global die met de Market Vectors-productlijn een groot aanbod heeft, in talrijke sectoren. De Gold Miners ETF noteert sinds mei 2006 op de NYSE Arca en steekt met kop en schouders boven de andere goudmijntrackers uit, zowel wat beheerd vermogen als wat liquiditeit betreft. Op dit moment heeft de tracker 7,5 miljard USD onder beheer. De bedoeling is om zo dicht mogelijk de NYSE Arca Gold Miners-index te volgen. De tien belangrijkste posities van de tracker zijn momenteel Goldcorp (10,2%), Barrick Gold (8,6%), Newmont Mining (7,5%), Newcrest Mining (5,5%), Randgold Resources (5,3%), Agnico-Eagle Mines (5,2%), Franco-Nevada (4,7%), Silver Wheaton (4,6%), Anglogold Ashanti (4,4%) en Royal Gold (4,2%). Die top tien heeft een gewicht van 60,2% van de totale samenstelling. Op korte termijn zal de goudprijs en dus ook de evolutie van de goudmijnen bepaald worden door het tempo van de renteverhogingen door de Federal Reserve. We denken dat de Amerikaanse centrale bank niet anders zal kunnen dan erg behoedzaam omspringen met de renteverhogingen. Hoe trager het tempo van de renteaanpassingen, des te meer het goud kan blinken de komende maanden en jaren.