Vorig jaar was de Federal Reserve nog klaar en duidelijk: in 2014 maken we een einde aan de quantitative easing (QE), het maandelijkse aankopen van obligaties, en in 2015 beginnen we met renteverhogingen. Maar de beslissing van de Europese Centrale Bank (ECB) en andere centrale banken om alle registers van de monetaire versoepeling open te trekken, maant de Amerikaanse centrale bank toch aan tot behoedzaamheid. Want het eind van de QE in de Verenigde Staten net de start ervan in de eurozone en elders heeft de Amerikaanse dollar (USD) flink terrein doen winnen ten opzichte v...

Vorig jaar was de Federal Reserve nog klaar en duidelijk: in 2014 maken we een einde aan de quantitative easing (QE), het maandelijkse aankopen van obligaties, en in 2015 beginnen we met renteverhogingen. Maar de beslissing van de Europese Centrale Bank (ECB) en andere centrale banken om alle registers van de monetaire versoepeling open te trekken, maant de Amerikaanse centrale bank toch aan tot behoedzaamheid. Want het eind van de QE in de Verenigde Staten net de start ervan in de eurozone en elders heeft de Amerikaanse dollar (USD) flink terrein doen winnen ten opzichte van de euro (EUR), maar ook tegenover andere munten.Dat is niet bepaald in het voordeel van de Amerikaanse industrie, en bij uitbreiding van de Amerikaanse economie. We zien dan ook dat de economische verwachtingen voor de Amerikaanse groei de voorbije maanden zijn verlaagd. Van meer dan 3% groei aan het jaarbegin zitten we nu rond 2,5%, na een zwak eerste kwartaal met nauwelijks groei, deels door een nieuwe strenge winter. De PMI (index van de aankoopdirecteuren) in de Verenigde Staten is ook teruggelopen, vooral dan de industriële component.Hoewel de jongste economische cijfers weer wat beter zijn, is het duidelijk dat de Fed omzichtig moet omspringen met renteverhogingen. Het lijkt nu eerder een symbolisch verhaal te worden. De belofte van een ommekeer in de monetaire politiek wordt gehouden, maar om veel meer dan dat gaat het wellicht niet. Er verschijnen ook steeds meer studies die aangeven dat de industriële renaissance van de Verenigde Staten, waarvan de voorbije jaren sprake was, zeker niet mag worden overroepen. Vermoeid Wall StreetHoe sprankelender het beursvertoon tot dusver in 2015 op de Europese beurzen, des te saaier is het eigenlijk op Wall Street. In de eerste vijf maanden van het jaar zat tussen het hoogste en het laagste slotniveau amper iets meer dan 5% verschil voor de Standard&Poor's500-index. Voor de Eurostoxx50-index is dat afgerond het vijfvoud.Wall Street neemt een afwachtende, gelaten houding aan in afwachting dat de eerste renteverhoging wordt doorgevoerd. Sinds de QE is beëindigd, kunnen we eigenlijk stellen dat de beursstijging is beginnen te stagneren en de vaart er compleet uit is. De Amerikaanse beursklim is dan ook erg matuur en zit al in een eindfase, maar wellicht nog niet in de blessuretijd. Maar meer dan 10% stijgingspotentieel zien we niet echt meer. We herhalen dan ook ons standpunt dat de Amerikaanse indexwaarden ons niet of nauwelijks nog kunnen boeien. Onze focus ligt op Europa en de opkomende markten. Zijn de recente aankopen van Potash Corp. en Peabody Energy daarmee niet in tegenspraak? Op het eerste gezicht wel. Maar het gaat om twee Noord-Amerikaanse waarden die absoluut niet hebben meegedaan aan de beurshausse de voorbije jaren. Integendeel: het zijn zware achterblijvers met herstelkansen op Wall Street. Enkel die interesseren ons nog.