Het aandeel van de bouw- en baggergroep CFE herstelde volledig van een forse dip tijdens de beurscorrectie in oktober. De update over het derde kwartaal viel nochtans licht tegen. Na negen maanden steeg de omzet weliswaar met 6,3%, tot 2,64 miljard EUR, maar in de eerste jaarhelft groeide die nog met 12,4% (in het eerste kwartaal zelfs +16%). DEME, een wereldspeler in baggerwerken en voor 100% eigendom van CFE, realiseerde een omzetstijging met 5,5% (9,5% in het eerste semester). Ook in de bouwactiviteiten (contracting) vertraagde de groei, van 22,8% in het eerste semester tot +11,7% na negen maanden.
...

Het aandeel van de bouw- en baggergroep CFE herstelde volledig van een forse dip tijdens de beurscorrectie in oktober. De update over het derde kwartaal viel nochtans licht tegen. Na negen maanden steeg de omzet weliswaar met 6,3%, tot 2,64 miljard EUR, maar in de eerste jaarhelft groeide die nog met 12,4% (in het eerste kwartaal zelfs +16%). DEME, een wereldspeler in baggerwerken en voor 100% eigendom van CFE, realiseerde een omzetstijging met 5,5% (9,5% in het eerste semester). Ook in de bouwactiviteiten (contracting) vertraagde de groei, van 22,8% in het eerste semester tot +11,7% na negen maanden. Het orderboek van DEME daalde van 2,81 miljard EUR naar 2,49 miljard EUR (-11,4%), en op groepsniveau van 3,92 miljard EUR naar 3,52 miljard EUR (-10,2%). In oktober dikte het orderboek echter aan door onder meer een aanzienlijk contract - ter waarde van 540 miljoen USD (aandeel DEME 75%) - voor de uitdieping en verbreding van een gedeelte van het Suez-kanaal in Egypte. Het orderboek blijft vanuit een historisch perspectief op een hoog niveau en de terugval - gedeeltelijk veroorzaakt doordat selectiever wordt geboden op projecten om de rendabiliteit te vrijwaren - is dan ook niet verontrustend. Beter nieuws was er over de evolutie van de nettoschuldpositie. DEME rondde vorig jaar een investeringsplan af en de combinatie dit jaar van sterke operationele resultaten, minder werkkapitaal en een lager investeringsniveau drukte de nettoschuld van 605 miljoen EUR eind 2013 naar 378 miljoen EUR eind september. Met Ackermans & van Haaren (AvH) als controlerende aandeelhouder (60,4%) is het uitkijken welke stappen CFE zal nemen om de bouwactiviteiten te rendabiliseren. AvH heeft met Van Laere een eigen bouwactiviteit en daarnaast bezit het Franse bouwbedrijf Vinci nog steeds 12,1% van het kapitaal van CFE. Een eerste aanzet kwam er vorige week met de verkoop door CFE van de wegenbouwactiviteiten van Aannemingen Van Wellen nv aan Aswebo. We denken dat er de komende tijd nog stappen zullen volgen om de volledige waarde van CFE te realiseren. Tegen 15 keer de verwachte winst 2015 en een ondernemingswaarde van 6 keer de verwachte bedrijfskasstroom van 2015 noteert CFE correct. We bevestigen het advies houden (rating 2B). Zoals bleek in oktober is het aandeel wel kwetsbaar voor een beurscorrectie. Daarom mag u, indien u een grote positie heeft, gedeeltelijk winst nemen. Ik heb een converteerbare obligatie van PNE Wind die eind december vervalt. Tegen welke voorwaarden kan ik die omzetten in aandelen? Blijven de vooruitzichten van PNE positief?Het gaat om een converteerbare obligatie die PNE Wind uitgaf in 2010, met vervaldatum 31 december 2014. De conversieprijs (de koers waartegen de obligatie kan worden omgewisseld in nieuwe aandelen) bedraagt 2,2 EUR per aandeel. Op basis van het huidige koersniveau van 2,33 EUR is het interessant om de obligatie om te zetten in aandelen. Uiteraard kunt u ook kiezen om de obligatie te laten uitbetalen. Zorg ervoor dat u tijdig uw voorkeur doorgeeft aan uw bank - de aanvraag tot omruiling moet vóór 31 december gebeuren. Het aandeel van het Duitse windenergiebedrijf heeft het lastig sinds de aankondiging in september van de onverwachte kapitaalverhoging. Uiteindelijk haalde PNE slechts de helft van het geplande bedrag op: in totaal 40 miljoen EUR, via de uitgifte van 13.931.195 aandelen tegen 2,4 EUR per aandeel en de uitgifte van een converteerbare obligatie met vervaldatum oktober 2019 (coupon 3,75% en een conversieprijs van 3,3 EUR per aandeel). De minder dan verhoopte opbrengst volstaat evenwel om de nieuwe activiteit als "independent power producer" (IPP) op te starten. Een IPP koopt afgewerkte energieprojecten op van projectontwikkelaars zoals PNE, en keert met de opbrengst van de productie een stabiel dividend uit. IPP's kunnen zich goedkoper financieren dan projectontwikkelaars, gezien het vrij voorspelbare karakter van de inkomsten. PNE wil een portfolio van 150 MW uitbouwen met eigen projecten. Het bedrijf zal het onderhoud zelf verzorgen, waardoor de omzet van die (zeer rendabele) afdeling op termijn aanzienlijk zal toenemen. Tegen eind 2016 wil het management de IPP volledig of gedeeltelijk verkopen. De opbrengst per MW zou hoger moeten liggen dan bij een verkoop op projectbasis. Recentelijk raakte bekend dat PNE klacht zal indienen tegen Volker Friedrichsen, de voormalige eigenaar van WKN, het Duitse windenergiebedrijf dat PNE vorig jaar kocht. Mogelijk was sprake van een overwaardering van activa. PNE bevestigde de prognose van 110 tot 130 miljoen EUR cumulatieve bedrijfswinst (ebit) voor de periode 2014 tot 2016. Bovendien ziet de topman bij een succesvolle implementatie van de IPP ruimte om de ebit-verwachting te verhogen. Het aandeel is koopwaardig en blijft in de Inside-selectie (rating 1B).