Zoals vorige keer beloofd, proberen we in deze Strategie uit te leggen waarom we denken dat donderdag 22 januari crucialer zal zijn voor de financiële markten dan zondag 25 januari. Ter herinnering: op donderdag 22 januari komt de Europese Centrale Bank (ECB) voor de eerste keer dit jaar bij elkaar, terwijl op zondag 25 januari de Grieken naar de stembus trekken om een nieuw parlement te verkiezen.
...

Zoals vorige keer beloofd, proberen we in deze Strategie uit te leggen waarom we denken dat donderdag 22 januari crucialer zal zijn voor de financiële markten dan zondag 25 januari. Ter herinnering: op donderdag 22 januari komt de Europese Centrale Bank (ECB) voor de eerste keer dit jaar bij elkaar, terwijl op zondag 25 januari de Grieken naar de stembus trekken om een nieuw parlement te verkiezen. Zoals we vorige keer hebben proberen aan te tonen, zijn de Griekse verkiezingen geen evenement waarvan we verwachten dat het het hele jaar op de financiële markten zal bepalen. Simpelweg omdat we niet verwachten dat er een 'Grexit' zal volgen en zelfs indien wel, dat dit dan een gigantische en/of blijvende impact zal hebben op de Europese financiële markten. Dan mag op dat vlak meer verwacht worden van ECB-voorzitter Mario Draghi. De vraag is of na de ontgoocheling ten tijde van Sinterklaas begin december de ECB nog wel een andere keuze heeft dan een verdere monetaire versoepeling met het opkopen van overheidsobligaties en ander schuldpapier aan te kondigen. Zeker in het licht van de dan erg nakende Griekse verkiezingen kunnen de Europese financiële markten moeilijk nog een zware ontgoocheling dragen. Zweepslag We denken dan ook dat we het 'Rubicon-moment' van Draghi op 22 januari zullen meemaken. Hij zal ondanks de weerstand uit Duitsland toch aankondigen: 'alea iacta est'. De ECB heeft de teerling geworpen en gaat een stap verder, de fameuze 'QE'-stap. De essentiële vraag voor de marktreactie lijkt niet of er een kwantitatieve versoepeling komt, dan wel of het voorgestelde bedrag voldoende hoog zal zijn om de markten te overtuigen. Vorige week raakte bekend dat de eurozone wel degelijk het stadium van deflatie heeft bereikt. We zijn het met vele economen volkomen eens dat een negatieve inflatie als gevolg van dalende energieprijzen eerder een positief element is. Maar de kerninflatie (zonder voeding&energie) ligt ook ver onder de 2%-inflatiedoelstelling van de ECB en evolueert richting het nulpunt. Dat wijst wel op problemen, waartegen de centrale bank best op tijd ten strijde trekt om 'Japan-bis'-toestanden te voorkomen.Het zou voor de Europese aandelenmarkten een echte 'zweepslag' kunnen vormen. Een 'trigger' die een einde stelt aan de zwakke prestatie van de voorbije maanden, zeker in een context van sterke dollar en fors lagere olieprijzen. Zoals in het najaar van 2014 de Japanse beurs uit het dal werd getrokken door de Bank of Japan. Of zoals eerder de Federal Reserve Wall Street heeft laten floreren. Sinds de bodem van maart bleef het herstel voor de Europese Stoxx600-index beperkt tot +115%, tegenover +205% voor de Standard&Poor's500-index. Die kloof moet mede door een meer kordaat optreden van de ECB dit jaar een stuk kleiner kunnen worden. Niet vergeten dat het winstherstel van de erg gunstige factoren van de sterkere dollar en lage olieprijzen nog absoluut niet in de Europese aandelenkoersen werden ingeprijsd.