Het is niet omdat energie momenteel geen favoriet beleggingsthema is in de voorbeeldportefeuille dat we er geen aandacht aan besteden. Er valt flink wat te vertellen over de energiesector. Die heeft de jongste jaren grote veranderingen ondergaan. Meer zelfs: de sector is helemaal door elkaar geschud. Dat heeft niet tot sterke beleggingsresultaten geleid: na 2012 heeft de wereldwijde energiesector ook in 2013 zwakker gepresteerd dan de belangrijkste wereldindexen. Het Europese verhaal wijkt sterk af van het Amerikaanse. Vooral voor de Europese olie-...

Het is niet omdat energie momenteel geen favoriet beleggingsthema is in de voorbeeldportefeuille dat we er geen aandacht aan besteden. Er valt flink wat te vertellen over de energiesector. Die heeft de jongste jaren grote veranderingen ondergaan. Meer zelfs: de sector is helemaal door elkaar geschud. Dat heeft niet tot sterke beleggingsresultaten geleid: na 2012 heeft de wereldwijde energiesector ook in 2013 zwakker gepresteerd dan de belangrijkste wereldindexen. Het Europese verhaal wijkt sterk af van het Amerikaanse. Vooral voor de Europese olie- en gassector was 2013 een mager jaar. De prestaties van de Amerikaanse sectorgenoten lagen veel meer in lijn met die van Wall Street. De verklaring daarvoor is eenvoudig, want die heeft te maken met de drastische veranderingen op de energiemarkt. We kunnen die samenvatten in één woord: de schalieschok. De onconventionele productietechniek van het schaliegas heeft de Verenigde Staten veroverd en brengt een herindustrialisering van de Amerikaanse economie op gang, vooral in energie-intensieve sectoren zoals meststoffen en chemie.Schaliegas is aardgas dat uit schalielagen wordt gewonnen via horizontale boringen in het gesteente. Om het gas te doen vrijkomen, wordt fracking (hydraulisch fractureren) toegepast. Die techniek doet het gesteente breken door er onder hoge druk grote hoeveelheden water, zand en chemicaliën in te spuiten. Fracking is geen milieuvriendelijke techniek. Dat verklaart waarom Europa aarzelt om schaliegas te ontwikkelen. Het gevolg is dat het verschil in prestaties tussen de Amerikaanse en de Europese energiebedrijven zelden zo groot was.HerstelkansenTerwijl de koersen van de Amerikaanse olie- en gasbedrijven, zoals Schlumberger, vorig jaar nog in dezelfde lijn bewogen als de index, presteerden de Europese energiewaarden ondermaats. Terwijl de grote oliereuzen nog enigszins in de buurt van de indexen bleven (Total +17% op jaarbasis, BP +11%, maar RoyalDutch Shell +5%), kregen de ondernemingen die actief zijn in oliediensten rake klappen (Saipem -43% op jaarbasis, CGG Veritas -41% en Technip -17%). Zeker de Europese energiebedrijven zijn de jongste jaren kieskeuriger geworden in het uitvoeren van investeringen. Dat leidt ertoe dat onder de oliedienstenbedrijven meer concurrentie is ontstaan om orders binnen te halen. Bijgevolg moet er marge worden ingeleverd.Wellicht moeten we ons in Europa niet meteen verwachten aan een echt herstel van de investeringen van de olie- en gasbedrijven. Maar het staat nog altijd als een paal boven water dat wie olie of gas wil vinden, naar olie en gas moet zoeken. Het probleem van de dalende productie en de aanvulling van de bewezen reserves is zeker niet afgenomen. Zo denken we dat Technip overdreven door de markt werd afgestraft.