Het loopt nog niet lekker voor de internationale aandelenmarkten in het eerste kwartaal van 2014. Begin dit jaar leek het bijna vanzelfsprekend dat de beurzen zouden blijven stijgen. De realiteit is voorlopig anders. Maar daarom hoeven we nog niet meteen voor een forse beurscorrectie te vrezen. De trend is nog altijd opwaarts gericht en de basisfactor voor de beursklim van de jongste jaren, de ultralage rente, staat nog altijd overeind. Al liet Janet Yellen op haar eerste ...

Het loopt nog niet lekker voor de internationale aandelenmarkten in het eerste kwartaal van 2014. Begin dit jaar leek het bijna vanzelfsprekend dat de beurzen zouden blijven stijgen. De realiteit is voorlopig anders. Maar daarom hoeven we nog niet meteen voor een forse beurscorrectie te vrezen. De trend is nog altijd opwaarts gericht en de basisfactor voor de beursklim van de jongste jaren, de ultralage rente, staat nog altijd overeind. Al liet Janet Yellen op haar eerste persconferentie als Fed-voorzitter een werkloosheidsgraad van 6,5% varen als kompas bij het nulrentebeleid.Wil dat zeggen dat een stevige beursterugval uitgesloten is? Dat ook weer niet. De jongste weken en maanden tonen aan dat er meer nodig is dan een lage rente om beurzen hoger te doen stijgen. Geopolitieke spanningen, zoals die in Oekraïne, kunnen de markten onderuithalen. Fundamenteler is de waardering van aandelen. In 2013 zijn de beurzen sterk gestegen door het gebrek aan alternatieven en ondanks de tegenvallende groei van de bedrijfswinsten. Dat heeft de waarderingen doen oplopen. Vandaar dat we voorzichtiger zijn met indexwaarden die al fors zijn gestegen en we eerder opteren voor achtergebleven Europese waarden, die vaak buiten de index vallen. We zien ook weer potentieel in de groeilanden, zeker voor bedrijven die profiteren van de consumptie van de opkomende middenklasse. Het marktpotentieel mag dan al zijn afgetopt na de forse stijging van de voorgaande jaren, maar met een aantal individuele waarden kunnen beleggers nog wel het verschil maken.Logischere vergelijkingZoals we vorige week in de rubriek 'Lezersvragen' hebben aangekondigd (zie IB12B p.10-11), nemen we de suggestie van lezers over om de prestatie van de voorbeeldportefeuille niet langer te vergelijken met de Bel-20-index, maar met een brede, internationale beursindex. Op dat gebied kent de MSCI World-index zijn gelijke niet. De Bel-20 had het grote voordeel dat iedereen de index kent en volgt, maar hij stemt in geen enkel opzicht overeen met de samenstelling van de voorbeeldportefeuille. Vandaar dat we de keuze hebben gemaakt om voortaan de prestatie te vergelijken met de MSCI World-index. Dat vergemakkelijkt voorlopig de vergelijking voor dit jaar, want de Bel-20 heeft het tot nog toe 3 à 4% beter gedaan dan de MSCI World, maar die wereldwijde index heeft dan weer beter gepresteerd op lange termijn.