We schreven al dat 2015 voor het Belgische biotechbedrijf Galapagos (GLPG) een cruciaal jaar zou worden vanwege de verwachte resultaten van 2 fase IIb-studies met GLPG0634. GLPG0634 - intussen omgedoopt tot filgotinib - is een JAK-1-remmer (een eiwit dat werkzaam is bij ontstekingsziekten), waarvoor GLPG in 2012 een belangrijke deal sloot met AbbVie. Het gaat om de DARWIN 1- en DARWIN 2-reumastudies, met in totaal 875 patiënten.
...

We schreven al dat 2015 voor het Belgische biotechbedrijf Galapagos (GLPG) een cruciaal jaar zou worden vanwege de verwachte resultaten van 2 fase IIb-studies met GLPG0634. GLPG0634 - intussen omgedoopt tot filgotinib - is een JAK-1-remmer (een eiwit dat werkzaam is bij ontstekingsziekten), waarvoor GLPG in 2012 een belangrijke deal sloot met AbbVie. Het gaat om de DARWIN 1- en DARWIN 2-reumastudies, met in totaal 875 patiënten. De hoop op positief nieuws - getuige de forse koersstijging de voorbije maanden - bleek terecht, want vorige week rapporteerde GLPG heel positieve werkzaamheids- en veiligheidsresultaten voor DARWIN 1. Het gaat nog maar over de resultaten na 12 weken behandeling, maar belangrijk is dat de scores beter zijn dan van Xeljanz - de enige JAK-1-remmer op de markt, in handen van Pfizer, met een omzet van 308 miljoen USD in 2014 - en minstens gelijkwaardig aan die van baricitinib, een product in fase III van Eli Lilly. De resultaten van de volledige studie - na 24 weken behandeling - volgen binnen enkele maanden. De eerste resultaten van DARWIN 2 (behandeling enkel met filgotinib, tegenover samen met methotrexaat in DARWIN 1) komen eraan binnen enkele weken, met volledige resultaten tijdens de zomer. De hamvraag is nu of AbbVie filgotinib zal inlicentiëren, wat een mijlpaalbetaling van 200 miljoen USD zou opleveren. Op basis van de eerste resultaten lijkt die kans groot, maar het probleem is dat AbbVie zelf ook een JAK-1-remmer (ABT-494) ontwikkelt, waarvan de fase II-studieresultaten deze zomer worden verwacht. De inlicentiëringsbeslissing zal dus pas na die resultaten worden genomen, al sluit de markt ook een overnamescenario niet uit. Tijdens de komende maanden rapporteert GLPG de resultaten van een fase II-studie met filgotinib voor de ziekte van Crohn, waarna AbbVie over een licentiëring (met 50 miljoen USD mijlpaal) zal beslissen. GLPG diende intussen een voorbereidende aanvraag in voor een beursnotering op Nasdaq. De beursgang in de Verenigde Staten zou gepaard gaan met de uitgifte van nieuwe aandelen (150 miljoen USD; 13,6% verwatering). Het bedrijf profiteert daarmee verstandig van het historische momentum. Tegelijk lijkt hiermee een scenario te worden voorbereid om desnoods zelf de fase III-studies met filgotinib te financieren. Gezien die verwachte nieuwsstroom zouden we bestaande posities behouden. Wel gedeeltelijk winst nemen als de positie te groot is geworden (rating 2C). Zou het niet beter zijn om in de voorbeeldportefeuille de positie in Uranium Participation Corp om te ruilen voor Cameco, gezien het grotere opwaartse potentieel? We hanteren voor beide aandelen een koopadvies, maar kleven een hoger risicoprofiel op Cameco (rating 1C). Er is dan ook een fundamenteel verschil tussen beide bedrijven. Cameco is de grootste uraniummijnbouwer in de wereld (zie ook IB16A). Onlangs veerde het aandeel op na de aankondiging van een leveringscontract met India. Mijnbouwindustrie betekent echter allerhande risico's, zoals vergunningsproblemen, geologische problemen, risico van nationalisaties en sociale onrusten. Uranium Participation Corp daarentegen werd in 2005 opgericht en heeft als doel meerwaarde te creëren via het op lange termijn investeren in fysiek uranium. Het bedrijf geeft ons de gewenste blootstelling aan de evolutie van de uraniumprijs, zonder de traditionele mijnbouwrisico's. Hoewel geduld vereist is, blijven we ervan overtuigd dat op langere termijn hogere uraniumprijzen - minstens 70 tot 75 USD per pound, tegenover de huidige spotprijs van 39 USD - absoluut onvermijdbaar zijn om nieuwe mijnprojecten rendabel te kunnen opstarten. Vroeg of laat zullen die nodig zijn om de verwachte structurele toename van de uraniumvraag het komende decennium (+48%) op te vangen. Daarnaast kunnen ook schokken aan de aanbodzijde voor tijdelijke opwaartse prijsbewegingen zorgen. Sinds we Uranium Participation in maart 2014 in de voorbeeldportefeuille opnamen, presteerde het 20% beter dan Cameco. Op het moment van onze eerste aankoop noteerde het aandeel met een premie van 12% op de toenmalige intrinsieke waarde (NAV) van 4,97 CAD per aandeel. Intussen blijft het proces voor het opnieuw opstarten van de eerste Japanse kerncentrales maar aanslepen, en de premie op de NAV was eind maart 2015 omgebogen in een ongewoon hoge korting van 12,8% (NAV was 6,46 CAD per aandeel). Deze forse beweging met 25% kan voor 15% verklaard worden door de duurder geworden USD tegenover de Canadese dollar (CAD), maar het saldo heeft dus te maken met het sentiment tegenover de sector. Het bedrijf startte een inkoopprogramma voor maximaal 7,5 miljoen aandelen (6,42% van het totaal), dat nog loopt tot november 2015. In maart werden de eerste 356.500 aandelen ingekocht en meteen geschrapt. We houden onze positie in Uranium Participation stevig vast (rating 1B).