Het aandeel van het Spaanse windenergiebedrijf maakte eind januari een forse sprong (+19%), toen bekend raakte dat Siemens en Gamesa in vergevorderde gesprekken zijn voor het samenvoegen van Gamesa met de windenergie-afdeling van Siemens. De gecombineerde groep zou het nummer één worden onder de producenten van windturbines, met een marktaandeel van 15%, tegenover 11% voor General Electric en 10% voor Vestas Wind Systems. Een officiële aankondiging leek een kwestie van dagen, maar Iberdrola wil als grootste aandeelhouder van Gamesa (19,69%) de prijs opdrijven, en vooralsnog is er geen deal.
...

Het aandeel van het Spaanse windenergiebedrijf maakte eind januari een forse sprong (+19%), toen bekend raakte dat Siemens en Gamesa in vergevorderde gesprekken zijn voor het samenvoegen van Gamesa met de windenergie-afdeling van Siemens. De gecombineerde groep zou het nummer één worden onder de producenten van windturbines, met een marktaandeel van 15%, tegenover 11% voor General Electric en 10% voor Vestas Wind Systems. Een officiële aankondiging leek een kwestie van dagen, maar Iberdrola wil als grootste aandeelhouder van Gamesa (19,69%) de prijs opdrijven, en vooralsnog is er geen deal. Vorige week kon Gamesa opnieuw de markt bekoren met sterke jaarresultaten en vooral beter dan verwachte vooruitzichten voor 2016. De omzet steeg op jaarbasis met 23%, tot 3,5 miljard EUR, +28% in de afdeling windturbines (3,03 miljard EUR), en +8% in de afdeling onderhoud (471 miljoen EUR). Het geïnstalleerde vermogen steeg met 21,2%, tot 3180 megawatt (MW), terwijl het orderboek eind december afklokte op 3197 MW, +28% tegenover eind 2014. De recurrente bedrijfswinst (rebit, zonder eenmalige elementen) steeg met 54%, tot 294 miljoen EUR, of een ebit-marge van 8,4%, tegenover 6,7% in 2014. In het vierde kwartaal was er een stijging met 30%, tot 87 miljoen EUR, ebit-marge van 7,4% naar 9%. De recurrente nettowinst steeg met 85,3%, tot 170 miljoen EUR, of 0,61 EUR per aandeel (+59,3% in het vierde kwartaal tot 44 miljoen EUR). De nettokaspositie verdubbelde ruimschoots tegenover eind 2014, tot 301 miljoen EUR. Gamesa kijkt vertrouwensvol naar 2016, en stelde beter dan verwachte doelstellingen voorop: minstens 3800 MW geïnstalleerd vermogen, minstens 400 miljoen rebit en minstens 9% ebit-marge. Daarmee worden de doelstellingen van het businessplan 2015 tot 2017 één jaar vroeger behaald of zelfs overschreden. De sterke positie in grote, opkomende windenergiemarkten zoals India, Mexico, Brazilië en China, legt de Spanjaarden duidelijk geen windeieren. De vooruitzichten blijven dus sterk, maar het is duidelijk dat de markt nu wel een deal met Siemens verwacht. De waardering is stevig, tegen 21,5 keer de verwachte winst 2016 en een ondernemingswaarde (ev) van 8,9 keer de verwachte bedrijfskasstroom (ebitda) 2016. Dat is wel verantwoord, gezien de positieve vooruitzichten. Het aandeel is te behouden, maar we zouden in geval van een grote positie wel gedeeltelijk winst nemen (rating 2B). Ik maak me zorgen over mijn belegging in Transocean. Komt het nog goed? Transocean, de wereldmarktleider in de verhuur van olieboorinstallaties, maakt moeilijke tijden mee. De enorme cyclische dip in de oliedienstensector laat steeds diepere sporen na. In oktober 2014 bestond de vloot nog uit 79 platforms, waarvan er 69 actief waren, twee inactief en acht stacked (met verminderde operationele kosten, zonder uitzicht op een nieuw contract). Dankzij een mengeling van groot contractverval (twintig platforms in 2015), een aantal contracten die vervroegd werden ontbonden, en een zeer zwakke markt voor het afsluiten van nieuwe contracten, kromp de vloot sindsdien naar 61 platforms, waarvan 35 actief, vijf inactief en 21 stacked. In 2016 (16) en 2017 (9) vervallen nogmaals 25 contracten. De vooropgestelde heropleving van de markt wordt steeds verder vooruitgeschoven. De bezettingsgraad zakte in het vierde kwartaal terug naar een schamele 60% en naar 71% op jaarbasis, tegenover 76% in 2014 en 79% in 2013. Positief is wel dat het gemiddelde dagtarief slechts licht terugviel, van 408.200 USD in 2014 naar 400.500 USD in 2015. In het vierde kwartaal was er zelfs een toename naar 422.800 USD (406.400 USD in 2014). De recurrente nettowinst hield dankzij een beter dan verwacht vierde kwartaal nog goed stand, met op jaarbasis een lichte daling, van 1,8 miljard USD naar 1,74 miljard USD (4,74 USD per aandeel). De markt verwacht dit jaar nog een lichte winst en verliesjaren in 2017 en 2018. De nettoschuldpositie daalde tot 7,1 miljard USD, komende van 8 miljard USD eind 2014. Het orderboek bedraagt momenteel 15,5 miljard USD. Het nieuwbouwprogramma van elf platforms werd fors heronderhandeld, waardoor de kapitaalinvesteringen terugvallen van minstens 2 miljard USD de voorbije jaren, naar 1,4 miljard USD in 2016 en zelfs 0,6 miljard USD in 2017. Het nieuwe ultradiepwaterplatform Thalassa begon in februari een tienjarig contract met Shell, tegen een aantrekkelijk dagtarief van 519.000 USD. Later dit jaar volgen nog de Proteus (tienjarig contract met Shell; dagtarief 519.000 USD) en de Conqueror (vijfjarig contract met Chevron; dagtarief 589.000 USD). Van de overige negen nieuwbouwplatforms, die tussen 2017 en 2020 worden opgeleverd, hebben er slechts twee een contract op zak. We blijven van oordeel dat Transocean verderop de cyclus een rol zal spelen in een onvermijdelijke consolidatie, maar voorlopig bevestigen we ons advies houden, met bovengemiddeld risico (rating 2C).