China houdt officieel nog vast aan de groeidoelstelling van 7,5%, maar de evolutie van de macro-economische indicatoren laat uitschijnen dat dit moeilijk zal worden. De Chinese minister van Financiën liet 'off the record' al weten dat een daling naar 6,5% in 2014 niet uitgesloten is. Meer zelfs, de Chinezen zien er zelf ook geen graten in. De Chinese (monetaire) autoriteiten hebben namelijk beslist dat ze het over een andere boeg willen gooien met de economische groei. Het investerings- en kredietgedreven groeimodel heeft tot een aantal scheeftrekkingen geleid die de overheid wil corrigeren voor het helemaal uit de hand loopt en men een 'westers' schuldprobleem krijgt. De ongebreidelde investeringen zorgden voor een verkeerde allocatie van kapitaal, wat ook tot een aantal zeepbellen leidde, met als beste voorbeeld de vastgoedmarkt in de kustregio's. De knipperlichten stonden op oranje toen vorige maand de Shanghai Interbank Offered Rate of SHIBOR ineens verdubbelde, wat een indicatie was van een verkrapping op de kredietmarkt. De Chinese centrale bank stabiliseerde de markten, maar kondigde tegelijk een aantal maatregelen aan om een verdere ontsporing van de financiële ind...

China houdt officieel nog vast aan de groeidoelstelling van 7,5%, maar de evolutie van de macro-economische indicatoren laat uitschijnen dat dit moeilijk zal worden. De Chinese minister van Financiën liet 'off the record' al weten dat een daling naar 6,5% in 2014 niet uitgesloten is. Meer zelfs, de Chinezen zien er zelf ook geen graten in. De Chinese (monetaire) autoriteiten hebben namelijk beslist dat ze het over een andere boeg willen gooien met de economische groei. Het investerings- en kredietgedreven groeimodel heeft tot een aantal scheeftrekkingen geleid die de overheid wil corrigeren voor het helemaal uit de hand loopt en men een 'westers' schuldprobleem krijgt. De ongebreidelde investeringen zorgden voor een verkeerde allocatie van kapitaal, wat ook tot een aantal zeepbellen leidde, met als beste voorbeeld de vastgoedmarkt in de kustregio's. De knipperlichten stonden op oranje toen vorige maand de Shanghai Interbank Offered Rate of SHIBOR ineens verdubbelde, wat een indicatie was van een verkrapping op de kredietmarkt. De Chinese centrale bank stabiliseerde de markten, maar kondigde tegelijk een aantal maatregelen aan om een verdere ontsporing van de financiële industrie te vermijden. China wil overschakelen naar een innovatie- en consumptiegedreven groeimodel en om dit te realiseren, is de overheid bereid om groei op korte termijn op te offeren voor structurele hervormingen op langere termijn. Het vooruitzicht op een lagere groei is niet gunstig voor de aandelenmarkten, zelfs al dragen de maatregelen dan wel bij aan een meer duurzame groei op langere termijn. Vooral de aandelen uit de Chinese financiële sector kwamen in zwaar weer terecht. Ook de grondstoffensector deed het niet goed. China wil alle overtollige productiecapaciteit tegen eind dit jaar elimineren en dit zal gepaard gaan met een lagere industriële productie en bijgevolg een dalende vraag naar grondstoffen. De klassieke instrumenten om de Chinese aandelenmarkt te bespelen, hadden eveneens te lijden onder het negatieve sentiment bij de investeerders. Dit is het geval bij de iShares FTSE/Xinhua China 25 ETF. Deze tracker met tickersymbool FXI wordt algemeen als referentietracker voor de Chinese beurs beschouwd, met 5,2 miljard USD aan activa onder beheer. FXI wordt echter genekt door de blootstelling aan de financiële sector, die voor 53% van de onderliggende index instaat. Daardoor loopt het verlies sinds begin dit jaar op tot 15%. De andere trackers die beleggen in de klassieke indexen deden het nauwelijks beter. Het iShares MSCI China Index Fund (ticker MCHI) van uitgever BlackRock heeft de MSCI China-index als onderliggende waarde en kijkt sinds begin 2013 aan tegen een negatief rendement van 12%. Niet toevallig is ook bij MCHI de financiële sector het best vertegenwoordigd. De iets lagere blootstelling aan financiële aandelen bij de SPDR S&P China ETF (tickersymbool GXC) uit zich in een kleiner verlies van 8%. Er zijn echter ook enkele ETF's die ook in Chinese aandelen investeren, maar tegen de trend in wel bijzonder goed presteerden.PowerShares Golden Dragon ChinaDeze ETF wordt uitgegeven door Invesco en noteert op de NYSE Arca met als tickersymbool PGJ. De tracker is minder bekend bij het grote publiek, maar bestaat wel al sinds 2004 en is dus zeker geen nieuwkomer. PGJ kan sinds begin dit jaar op een rendement van 25% terugblikken en doet het daarmee bijna 40% beter dan de eerder vernoemde referentietracker FXI. Hoe heeft PGJ dit klaargespeeld? De sleutel tot het succes ligt bij de onderliggende waarde, de Nasdaq Golden Dragon China Index. Deze index is samengesteld uit 65 bedrijven die allemaal op Amerikaanse beurzen noteren. Opvallend is het geringe gewicht van de financiële sector (minder dan 3%), wat meteen de goede prestatie verklaart. Informatietechnologie is het best vertegenwoordigd met 54%, gevolgd door de sector van de consumentengoederen (16%) en telecom (8%). De best vertegenwoordigde aandelen zijn Baidu (het Chinese Google), Ctrip.com (reizen naar China), China Mobile (telecom), NetEase (IT) en de mediaportaalsite Sina Corp. De jaarlijkse beheersvergoeding bedraagt 0,7% en de liquiditeit is met gemiddeld 56.000 stuks per dag voldoende hoog.Daarnaast zijn er nog twee kleinere ETF's die eveneens een rendement van bijna 25% kunnen voorleggen. Het gaat om twee trackers die zich uitsluitend richten op de Chinese technologiesector. Door de vele fusies en overnames in deze sector waren technologieaandelen de voorbije maanden erg gegeerd.Guggenheim China Technology ETF De meest liquide van de 2 is de Guggenheim China Technology ETF, met een gemiddeld dagvolume van 10.000 stuks. Deze tracker noteert sinds december 2009 op NYSE Arca met als tickersymbool CQQQ. De onderliggende waarde is de AlphaShares China Technology Index die 39 aandelen van technologiebedrijven telt. De jaarlijkse beheersvergoeding bedraagt 0,7%.Global X Nasdaq China Technology ETF De Nasdaq China Technology ETF (tickersymbool QQQC) van uitgever Global X Funds is iets goedkoper, met een kostenpercentage van 0,65%. Anderzijds is de liquiditeit met 1700 stuks per dag wel een stuk lager. De onderliggende index (Nasdaq OMX China Technology Index) telt 28 bedrijven, waarvan een groot deel gemeenschappelijk zijn aan CQQQ.Zowel PGJ, CQQQ en QQQC zijn sinds begin dit jaar dus duidelijk een outperformer. Dit neemt niet weg dat hun prestatie over een iets langere periode ook niet bepaald om over naar huis te schrijven is. Indien we de voorbije 2 jaar als referentieperiode nemen, dan noteert enkel QQQC met een kleine winst van 5%. De bijna-tweelingbroer CQQQ doet het net iets minder goed (break-even) maar PGJ staat op een verlies van 10%, wat overigens nog steeds beter is dan FXI dat over dezelfde periode bijna 20% moet inleveren. Ondanks de recente prijsstijging zijn de 3 besproken trackers niet overdreven duur, met een gemiddelde waardering van de aandelen uit de index van 1,8 tot 2 keer de boekwaarde.