De afgelopen week heeft aangetoond dat de aandelenmarkten wel degelijk nog kunnen dalen. Al is de aanleiding voor de terugval natuurlijk bevreemdend: te gunstige economische cijfers. In normale omstandigheden zijn de markten opgetogen als goed economisch nieuws wordt bekendgemaakt, en teleurgesteld als er een economisch jobstijding wordt gepubliceerd. Tenzij de beleggers beginnen te vrezen voor een oververhitting van de economie en een nakende inflatie. Maar dat laatste is absoluut niet aan de orde, veeleer integendeel. Iedereen snakt naar positief economisch nieuws, behalve Wall Street. Daar heeft men het liefst dat de economie nog e...

De afgelopen week heeft aangetoond dat de aandelenmarkten wel degelijk nog kunnen dalen. Al is de aanleiding voor de terugval natuurlijk bevreemdend: te gunstige economische cijfers. In normale omstandigheden zijn de markten opgetogen als goed economisch nieuws wordt bekendgemaakt, en teleurgesteld als er een economisch jobstijding wordt gepubliceerd. Tenzij de beleggers beginnen te vrezen voor een oververhitting van de economie en een nakende inflatie. Maar dat laatste is absoluut niet aan de orde, veeleer integendeel. Iedereen snakt naar positief economisch nieuws, behalve Wall Street. Daar heeft men het liefst dat de economie nog een tijdje aanmoddert en slechts zeer geleidelijk en behoedzaam herstelt. Kwestie van de status-quo van het ultrasoepele monetaire beleid niet in het gedrang te brengen.De reële economie ('Main Street') versus de financiële economie (Wall Street), het is al enkele jaren een realiteit. De economische en financiële crisis van 2008-2009 heeft het contrast zelden zo groot gemaakt. De beurzen stijgen omdat de centrale bankiers een soepel monetair beleid voeren, en die laatste blijven dat beleid aanhouden omdat de economie moeilijk weer op gang te krijgen is. De beurzen hebben het in 2013 dan ook opnieuw goed gedaan, ondanks of eigenlijk dankzij een traag herstellende economische groei. Er zit echter één angel in het verhaal: de bedrijfswinsten. Die hebben dit jaar echt wel ontgoocheld. Begin dit jaar lagen de verwachtingen duidelijk hoger, en dat geldt voor bijna alle grote bedrijven, van AB InBev over BASF tot Microsoft. Dat is al het tweede jaar op rij het geval. De winstgroei van de Standard & Poor's500-bedrijven zal naar schatting 6% bedragen. Slechts 6%, omdat de S&P500-index 24% hoger staat, of vier keer de winstgroei. De waarderingen lopen dan ook verder op en kunnen enkel overeind blijven bij aanhoudend lage rente en/of sneller groeiende bedrijfswinsten. Dynamisch beheerEen aanhoudende beursklim in 2014 is dan ook minder vanzelfsprekend dan de financiële instellingen en de beurshuizen het doorgaans voorstellen. De ontnuchtering kan zowel komen van een onverwacht heftige reactie op de tapering als van een te trage groei van de bedrijfswinsten. Tussentijdse correcties zoals we er momenteel een meemaken, zijn dan ook strikt noodzakelijk. De eensgezindheid in de financiële wereld om te gaan voor aandelen is wellicht te groot om accidents de parcours in 2014 bij voorbaat uit te sluiten.Met die factoren moeten we dan ook zeker rekening houden bij het beheer van de voorbeeldportefeuille volgend jaar, ook al focussen we met onze thema's op gunstige langetermijnperspectieven. Het kan in 2014 vroeg of laat tot een serieuze correctie komen. Het is dan ook niet de bedoeling constant voor 100% belegd te zijn. Bij manifeste tekenen van overwaardering en oververhitting zullen we het belegde percentage afbouwen. Sommige posities zullen we volledig verkopen, zonder dat we ze meteen vervangen door andere. Andere worden gedeeltelijk afgebouwd en weer aangevuld als we vermoeden dat de storm is gaan liggen. We leven nog altijd in abnormale tijden, met flink wat risicofactoren, zodat een dynamisch portefeuillebeheer noodzakelijk is en blijft.