De voorbije maanden was de berichtgeving over de groeilanden verre van eenduidig positief. Zelfs de hoerastemming rond China, de primus onder de opkomende landen, is al enige tijd verdwenen. Om maar te zwijgen over Argentinië, Brazilië, Rusland of Turkije. Dat heeft zich ook vertaald in veel minder sterk presterende aandelenmarkten. Als we de MSCI Emerging Markets vergelijken met de MSCI World, zien we al vele jaren een zwakkere prestatie. Ondanks een sterkere periode tot september geldt dat ook voor de eerste elf maanden van dit jaar: de MSCI World scoort 5,3% beter dan de...

De voorbije maanden was de berichtgeving over de groeilanden verre van eenduidig positief. Zelfs de hoerastemming rond China, de primus onder de opkomende landen, is al enige tijd verdwenen. Om maar te zwijgen over Argentinië, Brazilië, Rusland of Turkije. Dat heeft zich ook vertaald in veel minder sterk presterende aandelenmarkten. Als we de MSCI Emerging Markets vergelijken met de MSCI World, zien we al vele jaren een zwakkere prestatie. Ondanks een sterkere periode tot september geldt dat ook voor de eerste elf maanden van dit jaar: de MSCI World scoort 5,3% beter dan de MSCI Emerging Markets. Op drie jaar is sprake van 35% underperformance. Op vijf jaar doen de groeimarkten het zelfs 43% minder goed. Eigenlijk presteren de beurzen van de opkomende landen al sinds 2007 slechter dan de wereldindex, die wordt gedomineerd door de mature westerse aandelenmarkten. Ongewoon is dat niet. Als we de voorbije kwarteeuw analyseren, zien we een mooie afwisseling van beter en zwakker presteren. Het eerste gouden tijdperk van het beleggen in de opkomende marken was in de periode 1989-1994, daarna namen de westerse beurzen (TMT-periode) het over. Een tweede sterke periode voor de groeimarkten kwam in 2003-2007, vooral gedreven door China en grondstoffen. Maar sinds 2007 blijven de beurzen van de groeilanden dus weer duidelijk achter, met begin dit jaar zelfs een heuse crisissfeer.Klaar voor inhaalbewegingLaten we duidelijk zijn, een no-brainer wordt het niet meer. Maar er zijn toch wel een aantal argumenten die aangeven dat de opkomende markten de komende tijd weer een aantrekkelijke beleggingsregio kunnen worden en de fakkel van de mature markten kunnen overnemen.Ten eerste: de euforie is weg. Hausses ontluiken doorgaans in een negatief sentiment.Ten tweede: de groeilanden zijn sterk onderwogen. Het aandeel van de opkomende landen in het wereld-bbp is toegenomen tot ongeveer 50%, terwijl het aandeel van de beurzen uit die landen in de wereldbeurskapitalisatie is teruggevallen tot 23% en in de MSCI World zelfs tot 13%.Ten derde: de goedkope waardering. Die hangt uiteraard samen met de twee voorgaande factoren: de gemiddelde verwachte koers-winstverhouding voor 2015 bedraagt amper 11, tegenover 13 voor de Europese markten en 16 voor Wall Street. Ondanks een veel groter potentieel voor de bedrijfswinsten op lange termijn.Ten vierde: het verbeterde technische beeld. We hadden het onlangs over de uitbodeming van de Chinese beurzen. Dat proces is door de recente druk op markten als Brazilië en Rusland nog niet volledig afgerond voor alle groeimarkten, maar hogere bodems verhogen de kansen op een ommekeer in 2015.Het mag dan ook geen toeval zijn dat we de jongste weken met Industrial &Commercial Bank of China (ICBC), Petrobas en Wilmar International een aantal erg goedkope aandelen uit de groeimarkten hebben gekocht. We mikken daar op een herstel in 2015 en volgende.