Voorzitter Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft zich vorige week overtroffen en de limieten van het huidige monetaire beleid afgetast. Maar helaas blijven de ECB-top en andere belangrijke centrale banken vanuit hetzelfde denkkader redeneren. Dat doen ze al sinds jaar en dag, maar de resultaten van hun beleid worden meer en meer betwistbaar. Dat tast hun geloofwaardigheid aan.
...

Voorzitter Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft zich vorige week overtroffen en de limieten van het huidige monetaire beleid afgetast. Maar helaas blijven de ECB-top en andere belangrijke centrale banken vanuit hetzelfde denkkader redeneren. Dat doen ze al sinds jaar en dag, maar de resultaten van hun beleid worden meer en meer betwistbaar. Dat tast hun geloofwaardigheid aan.De kritiek wordt tot nu gepareerd met het argument dat er inderdaad negatieve neveneffecten zijn, maar dat die ondergeschikt zijn aan het hoofddoel: een nieuwe recessie en deflatie vermijden. En dat zonder de doorgevoerde maatregelen de eurozone allang weer met negatieve groei en een negatieve evolutie van het prijzenpeil zou zijn geconfronteerd.We gaan inderdaad niet beweren dat er helemaal niets diende of dient te gebeuren om de economische groei in de westerse wereld aan te wakkeren. De vraag is echter of het altijd maar meer van hetzelfde moet zijn. Bovendien blijven de nationale overheden duidelijk in gebreke, omdat ze de door de centrale banken gekochte tijd te weinig of niet gebruiken voor structurele hervormingen.Nieuwe inzichten nodigSteeds luider klinkt de roep om andere, nieuwe maatregelen. Een van de grote nadelen van het huidige beleid is het indirecte karakter van de steun aan de economie. Indirect via het bankwezen, dat nog zijn wonden likt uit de vorige crisis en dat van de centrale banken de eis krijgt opgelegd om zijn kapitaalbuffers te verhogen en dat met een steeds negatievere depositorente wordt geconfronteerd.De meest radicale denkpiste, die steeds meer opduikt in de financiële pers, is die van het helikoptergeld: het geld uitdelen aan de bevolking. Dat is wel een rechtstreekse maatregel. Psychologen en sociologen verwachten dat de kans groter is dat dit geld wordt uitgegeven en niet gespaard. Het helikoptergeld werd in 1969 al door Milton Friedman, de Amerikaanse Nobelprijswinnaar voor economie, als metafoor gebruikt. Hij was toen er al van overtuigd dat het uitstrooien van geld boven de mensen zou leiden tot extra consumptie, tot hogere economische groei en meer inflatie. Niemand minder dan de vorige voorzitter van de Federal Reserve, Ben Bernanke, was de thesis van het helikoptergeld genegen. In een lezing in november 2002 sprak hij in de strijd tegen deflatie ook over helikoptergeld en hield er de bijnaam Helikopter Ben aan over. Een ander denkspoor richt zich meer naar de politieke overheden, die zich kunnen richten op infrastructuurwerken. Daarop is in de meeste westerse landen zwaar bespaard in het jongste decennium, en zelfs al langer. Die werken zijn noodzakelijk en productief en kunnen dan ook buiten de begrotingsnormen worden gehouden. Vooral Duitsland kan op dat gebied een leidende rol spelen, gezien zijn overschot op de begroting. Het is duidelijk dat de kritiek op de huidige aanpak aanzwelt en dat we alternatieven moeten onderzoeken.