De problematiek van de vergrijzing hebben we u al voorgesteld (zie IB32B). In de jaren tachtig waren er nog 20 gepensioneerden voor 100 werkenden, maar in 2030 zijn er al 45 gepensioneerden voor 100 werkenden. Tegen dan zal de gemiddelde leeftijd van de wereldbevolking boven 45 jaar uitstijgen. Tegen 2050 zal die ook in landen als China, Mexico, Brazilië ver boven 50 jaar liggen, zoals dat in Japan en heel wat westerse landen al in 2030 het geval is. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de gemiddelde levensverwachting van de wereldbevolking met 20 jaar gestegen, van 45 naar 65 jaar. Dat is een grotere stijging dan in de vijfduizend jaar ervoor. Het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw k...

De problematiek van de vergrijzing hebben we u al voorgesteld (zie IB32B). In de jaren tachtig waren er nog 20 gepensioneerden voor 100 werkenden, maar in 2030 zijn er al 45 gepensioneerden voor 100 werkenden. Tegen dan zal de gemiddelde leeftijd van de wereldbevolking boven 45 jaar uitstijgen. Tegen 2050 zal die ook in landen als China, Mexico, Brazilië ver boven 50 jaar liggen, zoals dat in Japan en heel wat westerse landen al in 2030 het geval is. Sinds de Tweede Wereldoorlog is de gemiddelde levensverwachting van de wereldbevolking met 20 jaar gestegen, van 45 naar 65 jaar. Dat is een grotere stijging dan in de vijfduizend jaar ervoor. Het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw krijgt, is wereldwijd teruggelopen van 5 in de jaren zestig tot 2,7 kinderen nu. Het mag duidelijk zijn dat de vergrijzing de komende decennia een van de belangrijkste aandachtspunten is en blijft voor de wereldpolitiek. De meeste beleggers denken vooral aan de gezondheidssector als ze zoeken naar kansen om in te spelen op de vergrijzing. Maar een florerende tak in de vastgoedsector is die van de huisvesting voor senioren. De term 'rusthuizen' raakt meer en meer in onbruik en wordt vervangen door 'woonzorgcentra'. Een woonzorgcentrum biedt permanente opvang en verzorging aan oudere mensen.180.000 extra beddenDe uitdagingen van de ouderenzorgsector zijn bekend: het opvangen van een sterke toename van de zorgbehoevendheid. Dat vertaalt zich in een zoektocht naar verzorgend personeel, maar ook naar nieuwe infrastructuur. In een uitgebreide studie van Itinera konden we lezen dat het Planbureau tegen 2050 in ons land een behoefte ziet aan 180.000 extra bedden in de woonzorgcentra. Vergelijk dat aantal met de 130.000 bedden in België in 2010, mooi verdeeld over de overheid (31%), commerciële initiatieven (33%) en vzw's (36%). Gemiddeld telt een woonzorgcentrum 90 bedden. Om die doelstelling van 180.000 extra bedden te halen, moeten er in 40 jaar tijd dus 2000 extra woonzorgcentra worden gebouwd, of netto 50 extra centra per jaar. U beseft dat dat een gigantische en niet zo realistische uitdaging is. Het houdt ook in dat de sector 120.000 professionele werkkrachten extra moet kunnen aantrekken. Uiteraard kan het probleem worden aangepakt door meer nog dan in het verleden in te zetten op thuis- en mantelzorg. Als bejaarde kunnen blijven wonen in zijn eigen omgeving, in zijn natuurlijke milieu, blijft uiteraard te verkiezen. Maar de druk op die sector is vandaag ook al gigantisch. Thuiszorg is een paraplubegrip voor een hele rist diensten, zoals thuisverpleging, gezinszorg, poetshulp, oppashulp, klusjesdiensten en maaltijdbedelingVennootschappen die zich specialiseren in de huisvesting van senioren kunnen dan ook meeprofiteren van het grijze goud. In dat segment volgen we onder meer het Franse Orpéa, maar we vinden de waardering van dat aandeel momenteel te hoog om het als koopwaardig te bestempelen. Cofinimmo, dat deel uitmaakt van de Bel-20, doet aanzienlijke inspanningen om zijn activiteiten uit te breiden tot de huisvesting van senioren, maar een belangrijk percentage van zijn vastgoedportefeuille bestaat nog uit kantoren, zodat we voor dit thema momenteel tegen de huidige koersen het dichtst bij een aankoopaanbeveling staan voor Aedifica. Meer dan de helft van de inkomsten van die vastgoedbevak komt al uit de huisvesting voor senioren. We bespreken het aandeel in dit nummer na de publicatie van de jaarcijfers (zie artikel p. 4).