We willen toch verduidelijken dat we niet negatief zijn geworden over Sipef. We verlaagden begin april ons advies naar 'houden' (rating 2B) en verkochten onze positie in de voorbeeldportefeuille, omdat we extra cash wilden opbouwen. De keuze voor onder meer Sipef was ingegeven door de vaststelling dat het aandeel veel minder was teruggevallen tijdens de crash in maart, zeker rekening houdend met de forse terugval van de palmolieprijs. Bovendien verwachten we dat het aandeel door de lage olieprijzen op korte termijn niet zal meegaan in een herstelbeweging. Tot nog toe is dat ook gebleken...

We willen toch verduidelijken dat we niet negatief zijn geworden over Sipef. We verlaagden begin april ons advies naar 'houden' (rating 2B) en verkochten onze positie in de voorbeeldportefeuille, omdat we extra cash wilden opbouwen. De keuze voor onder meer Sipef was ingegeven door de vaststelling dat het aandeel veel minder was teruggevallen tijdens de crash in maart, zeker rekening houdend met de forse terugval van de palmolieprijs. Bovendien verwachten we dat het aandeel door de lage olieprijzen op korte termijn niet zal meegaan in een herstelbeweging. Tot nog toe is dat ook gebleken. We blijven echter positief over de langetermijnvooruitzichten van palmolie, en Sipef blijft in de sector onze voorkeur genieten. Wat betreft de voormalige portefeuillewaarde Anglo-Eastern Plantations (AEP), worstelen we met het schromelijke gebrek aan communicatie en respect voor de retailaandeelhouder. De jongste jaren verzandde het ooit fantastische groeiverhaal en werd het dividend ook in goede jaren en ondanks een nettokaspositie (wel gehalveerd tegenover eind 2017, tot 72 miljoen dollar op 31 maart 2020) nooit opgetrokken. De jaarcijfers zijn wegens covid-19 uitgesteld tot midden mei, maar het is duidelijk dat 2019 een slecht jaar is geworden. Na negen maanden zakte de groepsproductie met 6 procent tegenover 2018 tot 296.600 ton. In combinatie met de lage palmolieprijs (-5,6% tot 556 dollar per ton op jaarbasis in 2019) zal de groep wellicht ongeveer break-even hebben gedraaid. De productie herstelde in het eerste kwartaal van 2020 nauwelijks (+0,6% tot 88.600 ton), vooral door een verminderde inkoop bij derden door de toegenomen concurrentie. Bij Sipef was er herstel met 6 procent tot 78.533 ton en bij MP Evans groeide de vruchtenproductie tijdens de eerste twee maanden zelfs met 47 procent (+23% op de eigen plantages). De ondernemingswaarde van AEP blijft chronisch laag tegen 2200 dollar per bebouwde hectare, tegenover 8000 dollar bij Sipef en 12.000 dollar bij MP Evans. De extreem lage waardering is de enige reden om een bestaande positie in AEP aan te houden (rating 2A), al zien we daarin pas verandering komen bij hernieuwde overnameactiviteit in de sector. De dubbele mislukte overnamepoging van MP Evans door KLK eind 2016 tegen 740 pence per aandeel (13.300 dollar per hectare) zette de Britse palmoliespeler sindsdien aan tot veel meer dynamiek en een veel guller dividendbeleid. De plantages zijn jong en, net zoals bij Sipef, aanzienlijk rendabeler dan bij AEP. De productie groeide in 2019 met 20 procent tot 231.900 ton, waarvan 8 procent (tot 189.200 ton) op de eigen plantages. Het brutojaardividend bleef ongewijzigd op 17,75 pence per aandeel. Het aandeel schommelde de voorbije twee jaar rond 700 pence, maar zakte in maart mee met de markt, om daarna te herstellen tot 600 pence. Ondanks de hogere waardering is MP Evans te behouden (rating 2B) omdat we vermoeden dat KLK vroeg of laat een nieuwe overnamepoging zal wagen.