Holdings of portefeuillemaatschappijen zijn vennootschappen met belangen in andere - al dan niet beursgenoteerde - maatschappijen. Sommige zijn gediversifieerd; andere zijn monoholdings, zoals Solvac en Tubize, die enkel een vehikel zijn om een specifieke vennootschap te controleren. De ene beleggen hoofdzakelijk of uitsluitend in beursgenoteerde vennootschappen, zoals GBL; de andere hebben een overwicht in private equity, zoals GIMV. Die laatste zijn dan ook moeilijker te waarderen dan de eerste.
...

Holdings of portefeuillemaatschappijen zijn vennootschappen met belangen in andere - al dan niet beursgenoteerde - maatschappijen. Sommige zijn gediversifieerd; andere zijn monoholdings, zoals Solvac en Tubize, die enkel een vehikel zijn om een specifieke vennootschap te controleren. De ene beleggen hoofdzakelijk of uitsluitend in beursgenoteerde vennootschappen, zoals GBL; de andere hebben een overwicht in private equity, zoals GIMV. Die laatste zijn dan ook moeilijker te waarderen dan de eerste.Een belangrijke factor voor investeerders in holdings is de zogenaamde décôte of discount van die maatschappijen. Dat is de korting van de beurskoers tegenover hun geschatte intrinsieke waarde. Die korting is er bijna altijd. Er zijn heel wat studies gemaakt om dat fenomeen te verklaren. Los van het feit dat het een historisch gegeven is, wordt het volgens ons ook deels bepaald door de mate waarin de holding uniek, en dus onvervangbaar is. Institutionele investeerders investeren zelden of nooit in portefeuillemaatschappijen, tenzij die een uniek karakter hebben. Ze zullen dat eerder doen in holdings die een overwicht in niet-genoteerde participaties hebben. Daar ligt de holdingdécôte ook gemiddeld lager dan bij holdings die overwegend in beursgenoteerde bedrijven beleggen. Institutionele beleggers beleggen dan zelf rechtstreeks in de bedrijven waarin ze het meest geloven.Voor particulieren, en zeker voor beginnende beleggers, zijn holdings wel een aantrekkelijk beleggingsobject. Ze laten toe een portefeuille meteen te spreiden en te leren van de posities die de ervaren beheerders innemen.23,5% kortingMaar even belangrijk is het feit dat de onderwaardering van de holdings varieert door de tijd. Sterker zelfs, die korting is een graadmeter voor de stemming op de beursvloer. Hoe meer optimisme, hoe kleiner de décôte; hoe groter het pessimisme, hoe hoger de korting oploopt. Bank Degroof en KBC Securities Bolero publiceren maandelijks een overzicht van de holdings, met een vermelding van de discounts. Daaruit leren we dat de gemiddelde korting momenteel 23,5% bedraagt. Ze was in het voorjaar van 2009 opgelopen tot ruim 35%, maar in het begin van 2007 teruggelopen tot amper 10%. Holdings zijn in dat opzicht dan ook achterblijvers, die pas later in de beurscyclus weer worden opgepikt.Individueel bekeken hebben GIMV (6%) en Ackermans & van Haaren (13%) de geringste korting ten opzichte van de intrinsieke waarde. Dat is te verklaren door het grotere gedeelte van de private equity. Discounts in de buurt van 30% en meer vinden we nog altijd bij GBL (28%), Sofina (31%), Solvac (32%) en Bois Sauvage (32%). De grootste onderwaardering (37%) vinden we bij Tubize.