Begin september ontstond chaos in Brussel toen een breuk in de waterleiding van Vivaqua een enorme grondverzakking deed ontstaan op de Leuvensesteenweg in Sint-Joost-ten-Node. Het fameuze zinkgat was een feit. De burgemeester liet 250 mensen evacueren en voor een twintigtal gezinnen duurde die evacuatie langer dan één nacht.
...

Begin september ontstond chaos in Brussel toen een breuk in de waterleiding van Vivaqua een enorme grondverzakking deed ontstaan op de Leuvensesteenweg in Sint-Joost-ten-Node. Het fameuze zinkgat was een feit. De burgemeester liet 250 mensen evacueren en voor een twintigtal gezinnen duurde die evacuatie langer dan één nacht.Amper een maand later werd schade - die later leek mee te vallen - vastgesteld aan de betonstructuur van het Herrmann Debroux-viaduct. Een van de drukste verkeersaders van Brussel werd enkele dagen afgesloten, met nog langere files dan gewoonlijk tot gevolg.Er schort dus heel wat aan de infrastructuur en daar moet dringend en structureel een mouw aan worden gepast. Het is echter geen aanbeveling enkel voor Brussel of België. In de hele westerse wereld zijn de publieke investeringen in infrastructuur de voorbije decennia drastisch teruggeschroefd.In de jaren zestig spendeerden de westerse landen, inclusief de Verenigde Staten en de West-Europese landen, nog 5 procent of meer van het bruto binnenlands product (bbp) aan investeringen in infrastructuur. In de Verenigde Staten is dat gezakt tot de helft (2,4 procent).De landen van de Europese Unie doen het dan wat beter met 3,4 procent, volgens cijfers van Eurostat. Maar dat is ook omdat daar rekening wordt gehouden met landen als Polen (4,1 procent) en Roemenië (4,6 procent). West-Europa zit eerder in de buurt van de VS. België haalt een erg laag cijfer (2,2 procent). China bijvoorbeeld zit nog in de buurt van 9 procent, maar komt ook al wel van 12 procent. Zeker sinds de financiële crisis is zwaar bezuinigd op overheidsinvesteringen. Economen en strategen kijken meer en meer naar de overheden om de investeringen in infrastructuur weer (fors) op te krikken. Volgens de invloedrijke Harvard-econoom Larry Summers zijn investeringen in infrastructuur nochtans een "free lunch": ze betalen zichzelf terug. Volgens Summers brengt elke dollar of euro in infrastructuur binnen vijf jaar 3 dollar of euro op aan groei van het bbp.De investeringen moeten dus voor een nieuwe groei-impuls zorgen. De overheden lossen dan de centrale banken af in het stimuleren van de economische activiteit. De voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, heeft daar wel oren naar. Hij lanceerde een plan om 300 miljard euro in de Europese economie te pompen. Een jaar geleden was meer geld voor de vernieuwing van de infrastructuur zowat het enige punt waar de twee Amerikaanse presidentskandidaten Hillary Clinton en Donald Trump het over eens waren. De Amerikaanse infrastructuur is ook meer dan aan een opfrisbeurt toe. Een deel van het Amerikaans wegennet, van de bruggen, de rioleringen,... doet nauwelijks nog geloven dat we in de leidende economie van de wereld vertoeven.Dat is een gevolg van ongeveer drie eeuwen van onderinvesteringen in publieke infrastructuur. Het investeringsbudget voor 2016 ligt 23 procent onder dat van 2003. Het percentage van het bruto binnenlands product (bbp) dat de federale overheid besteedt aan infrastructuurwerkzaamheden is teruggevallen tussen 2 en 3 procent, het laagste cijfer sinds 1956.Dat leidde de jongste jaren uiteraard tot alarmerende rapporten, zoals dat van de American Society of Civil Engineers (ASCE), dat de toestand van de Amerikaanse infrastructuur een score 'D+' meegaf, wat staat voor 'pover'. Het rapport gaf ook aan dat er komende acht jaar voor 3635 miljard dollar investeringen nodig zijn om de Amerikaanse infrastructuur weer in orde te krijgen.Dat is gemiddeld 454 miljard dollar per jaar. Het grootste deel (1723 miljard dollar) is nodig om het wegennet (inclusief bruggen) up-to-date te krijgen. Ook het elektriciteitsnetwerk heeft met 736 miljard dollar een stevig prijskaartje.Er zijn de jongste jaren enkele signalen die erop wijzen dat ook de politieke wereld zich bewust wordt van de ernst van de problemen. Geen enkele lokale of nationale politicus wordt graag geconfronteerd met een brug die instort omdat ze zich door een gebrek aan investeringen in een lamentabele staat bevond.Zo keurde het Amerikaans parlement de Fixing America's Surface Transportation (FAST) Act goed, waarbij in de periode 2016-2020 305 miljard dollar wordt besteed aan investeringen in onder meer snelwegen en transport. Dat lijkt al een enorm bedrag, maar het ASCE-rapport van daarnet geeft aan dat nog (veel) grotere bedragen nodig zijn. Via een belegging in TINC (voluit The INfrastructure Company) kunt u sinds mei 2015 gespreid participeren in infrastructuurinvesteringen. Zulke investeringen bieden uitzicht op stabiele inkomsten op lange termijn (tussen 20 en 35 jaar), waardoor TINC een typisch dividendaandeel is.TINC haalde met de beursgang 78 miljoen euro op, en voerde in december 2016 een nieuwe stevige kapitaalverhoging van 76,7 miljoen euro door. Daarmee zette het in het voorbije boekjaar (periode van 1 juli 2016 tot 30 juni 2017) zijn succesvolle groeitraject voort.De waarde steeg met 38,4 procent tot 177,2 miljoen euro. Zo verwierf TINC eind juni een belang van 23,67 procent in de publiek-private samenwerking (PPS) in de A11-snelweg, de nieuwe snelweg tussen Knokke en Zeebrugge die sinds 1 september open is. Afgelopen maand werd een brutodividend van 0,48 euro per aandeel uitgekeerd, een stijging met 2,7 procent en een brutorendement van 4,36 procent op basis van de prijs van 11 euro bij de beursgang.De portefeuille van vijftien participaties investeert voor 46 procent in (alternatieve) energie, voor 43 procent in publiek-private samenwerkingen en voor 11 procent in overige activa. Op basis van de geplande investeringen zal de portefeuille van TINC op termijn uitgroeien tot circa 230 miljoen euro. Het defensieve aandeel is met een brutodividendrendement van 3,8 procent een prima alternatief voor een obligatie.De kans lijkt erg groot dat de komende jaren extra geld zal gaan naar infrastructuurwerken, zowel in de Verenigde Staten als in Europa. U kunt uiteraard individuele aandelen kopen, die een graantje kunnen meepikken van die investeringsgolf. Naast TINC(zie hoofdtekst) zijn er ook namen als Bam Group, Boskalis, CFE, Heidelberg Cement, Heijmans, LafargeHolcim, Trinity Industries, Vinci, enzovoort.Er is echter ook een algemene manier om in te spelen op die tendens voor de komende jaren, met name te beleggen in iShares Global Infrastructure ETF. Die tracker noteert op Nasdaq(ticker IGF; ISIN-code US464288372) sinds het najaar van 2007, is uitgegeven door BlackRock en volgt de S&P Global Infrastructure-index. Mede door de economische en de financiële crisis is het rendement tot nog toe erg bescheiden: 2,1 procent gemiddelde jaarlijkse return sinds de oprichting.Dit jaar is er flink wat beterschap met een stijging tot nog toe van 19 procent, waardoor de gemiddelde opbrengst over de afgelopen vijf jaar wordt opgekrikt tot 8,6 procent. De anticipatie op extra investeringen in infrastructuur is duidelijk ingezet.Zoals kon worden verwacht, ligt de klemtoon op Noord-Amerika (35,8% VS en 11,1% Canada). Maar gezien de geschetste problematiek lijkt ook daar de grootste evolutie te verwachten. Het fonds heeft een lager dan gemiddeld marktrisico. Per procent verandering van de Standard&Poor's500-index verandert de tracker slechts met gemiddeld 0,79 procent (bèta 0,79). De jaarlijkse kostenvergoeding bedraagt 0,47 procent.