Hoe hopeloos zijn de spaarders en de beleggers geworden? Ze zijn nu zelfs bereid te betalen om hun geld te mogen uitlenen. Tot tien jaar toe. De Zwitserse tienjarige rente op overheidsobligaties is negatief sinds de Zwitserse centrale bank verrassend het plafond van 1,20 Zwitserse frank (CHF) voor 1 euro (EUR) heeft losgelaten. En dat is geen alleenstaand geval. Ook wie een Duitse Bund (overheidsobligatie) met looptijden tot vijf jaar en Belgische overheidsobligatie tot drie jaar koopt, wordt geconfronteerd met een negatieve rentevergoeding.
...

Hoe hopeloos zijn de spaarders en de beleggers geworden? Ze zijn nu zelfs bereid te betalen om hun geld te mogen uitlenen. Tot tien jaar toe. De Zwitserse tienjarige rente op overheidsobligaties is negatief sinds de Zwitserse centrale bank verrassend het plafond van 1,20 Zwitserse frank (CHF) voor 1 euro (EUR) heeft losgelaten. En dat is geen alleenstaand geval. Ook wie een Duitse Bund (overheidsobligatie) met looptijden tot vijf jaar en Belgische overheidsobligatie tot drie jaar koopt, wordt geconfronteerd met een negatieve rentevergoeding.Dat wil eigenlijk zeggen dat die beleggers vooraf al akkoord gaan met een gegarandeerd verlies op een belegging. Hoe is het zover kunnen komen? Spontaan is het antwoord: uit angst of op zijn minst uit voorzichtigheid. De Europese beleggers - zowel de particuliere als de institutionele - bekomen maar moeizaam van de schok van de financiële crisis. Het consumptie- en beleggingsgedrag ervoor en erna is duidelijk niet meer hetzelfde.Beleggers lijken nu ook bereid een verzekeringspremie voor hun spaargeld te betalen, en niet alleen meer voor een huis. We zijn, met andere woorden, bereid even een klein verlies te nemen, opdat ons geld veilig zou zijn en we grote verliezen kunnen vermijden. Maar tien jaar, zoals in het geval van Zwitserland? Daar speelt wellicht ook de hoop mee dat de CHF in waarde zal gaan stijgen door het loslaten van het plafond met de EUR, en dat er zo toch een vergoeding op de belegging volgt.Aandelen en goud De dreigende deflatie, de heel agressieve monetaire politiek van de centrale banken en de povere economische vooruitzichten hebben beleggers historisch nooit vertoonde renteniveaus doen aanvaarden. Spaarders en beleggers zijn ook de hoop kwijtgeraakt dat er over afzienbare tijd beterschap komt, of dat ze weer op een opbrengst voor hun vastrentende belegging mogen rekenen. Maar het massaal laten draaien van de geldpersen zorgt niet alleen voor recordprijzen op de obligatiemarkten. Van aandelen tot kunst, van oldtimers tot wijn - de prijsstijgingen in die beleggingsvormen hebben een link met opengedraaide geldkranen. De reële economie mag dan al met deflatie af te rekenen krijgen, op een aantal financiële markten is wel degelijk nog sprake van inflatie. In de vermogenssamenstelling blijft voor de goede huisvader-belegger een gezonde spreiding de absolute basis. Alles in vastrentende beleggingen investeren is verre van optimaal. Te meer daar er niet veel nodig is om kapitaalverlies te lijden. Een stijging van de Duitse rente op overheidsobligaties met 1% (100 basispunten) bijvoorbeeld betekent 7% kapitaalverlies. Niet zonder gevaar dus, terwijl er eigenlijk nauwelijks of geen rendement tegenoverstaat. Achtergebleven Europese aandelen en goudgerelateerde beleggingen kunnen ons bijvoorbeeld dit jaar laten profiteren van de activa-inflatie, die door de kwantitatieve versoepeling (QE) van de ECB wordt aangereikt.