Equinor, het vroegere Statoil, is als grootste Noorse olie- en gasbedrijf nog altijd voor 67 procent in handen van de Noorse overheid. Het bedrijf werkt, zoals de meeste oliemajors, al enkele jaren aan een verbreding van de portefeuille richting alternatieve energie, voornamelijk zon- en windenergie.
...

Equinor, het vroegere Statoil, is als grootste Noorse olie- en gasbedrijf nog altijd voor 67 procent in handen van de Noorse overheid. Het bedrijf werkt, zoals de meeste oliemajors, al enkele jaren aan een verbreding van de portefeuille richting alternatieve energie, voornamelijk zon- en windenergie.De Noren verscherpten eerder dit jaar hun ambitie in de energietransitie en willen tegen 2030 minstens 50 procent van de kapitaalinvesteringen aan alternatieve energie besteden en een aanzienlijke speler worden in waterstof. Voorlopig is de tak van hernieuwbare energie nog verlieslatend. De elektriciteitsproductie van de afdeling steeg in de eerste jaarhelft tegenover vorig jaar met 14 procent tot 837 gigawattuur. Dat was vooral te danken aan een zonne-energieproject in Argentinië. Equinor investeerde in het Britse energiebedrijf Triton Power en zette stappen voor toekomstige waterstoftoepassingen. In de Verenigde Staten nam het East Point Energy over, een ontwikkelaar van batterijen voor energie-opslag. In de traditionele olie- en gasactiviteiten plafonneert de gemiddelde dagproductie al jaren rond 2 miljoen vaten olie-equivalent, waarvan circa de helft in de vorm van gas. Gezien de enorme hausse het voorbije jaar van de olie- en vooral de gasprijzen legde dat de groep geen windeieren. De nettowinst verdrievoudigde in de eerste jaarhelft tot 11,5 miljard dollar. De vrije kasstroom (na aftrek van investeringen en dividenduitkeringen) verdubbelde ruimschoots tot 19,7 miljard dollar. De groep had op 30 juni voor het eerst een positieve nettokaspositie van 12 miljard dollar. Daardoor is er ruimte om het uitzonderlijke kwartaaldividend op te trekken van 20 naar 50 dollarcent per aandeel (voor het tweede en derde kwartaal), boven op het reguliere kwartaaldividend van 20 dollarcent. Daarnaast werd het maximale budget voor de inkoop van eigen aandelen voor 2022 opgetrokken van 5 tot 6 miljard dollar, of 5 procent van de beurskapitalisatie.De Noren werden ook getroffen door de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Equinor zette alle lopende investeringen in Rusland stop en verkocht deelnames in Russische joint ventures, met een eenmalige afschrijving in het eerste kwartaal van 1,1 miljard dollar tot gevolg. Het aandeel steeg sinds het jaarbegin afgerond met 50 procent en presteerde daarmee aanzienlijk beter dan BP (+18%), TotalEnergies (+6,7%) en AkerBP (+9,3%). De waardering is desondanks nog altijd goedkoop, tegen 6,5 keer de verwachte winst 2022. De markt houdt dus al rekening met lagere energieprijzen gezien de forse economische vertraging. De vooruitzichten blijven gunstig door de structurele krapte in de olie- en gasmarkt als gevolg van de jarenlange onderinvesteringen. Het aandeel is te behouden (rating 2A). Technisch is er sprake van topvorming. Actieve beleggers mogen (gedeeltelijk) winst nemen en mikken op een terugval richting 300 à 320 Noorse kroon.