Het is een publiek geheim dat de infrastructuur in de Verenigde Staten een leidende natie onwaardig is. In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 was dat zowat het enige thema waarover de kandidaten Hillary Clinton en Donald Trump het eens waren. Uit een rapport van de American Society of Civil Engineers van dit jaar bleek dat opnieuw, al is sinds van het vorige rapport van 2017 een bescheiden vooruitgang geboekt. Volgens het rapport is het nodig de komende tien jaar 2900 miljard dollar te investeren.
...

Het is een publiek geheim dat de infrastructuur in de Verenigde Staten een leidende natie onwaardig is. In de aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016 was dat zowat het enige thema waarover de kandidaten Hillary Clinton en Donald Trump het eens waren. Uit een rapport van de American Society of Civil Engineers van dit jaar bleek dat opnieuw, al is sinds van het vorige rapport van 2017 een bescheiden vooruitgang geboekt. Volgens het rapport is het nodig de komende tien jaar 2900 miljard dollar te investeren. Er mag dan al politieke eensgezindheid zijn over de noodzaak tot actie, de uitwerking van een concreet plan bleek een ander paar mouwen. Het oorspronkelijke plan van president Joe Biden maakte gewag van 2100 miljard dollar, maar uiteindelijk heeft het na de goedkeuring van een afgezwakt plan door de Amerikaanse Senaat nog maandenlang bloed, zweet en tranen gekost vooraleer het Huis van Afgevaardigden begin november een infrastructuurplan van 1200 miljard dollar aannam. Een eenmalige, kortstondige koopkans levert dat niet op voor beleggers, aangezien het thema al langer speelt. Bovendien bevat het plan van 1200 miljard dollar een pakket van 450 miljard dat al eerder was goedgekeurd. Dat eerste pakket wordt aangevuld met 550 miljard dollar extra voor de komende vijf jaar, nog te vermeerderen met 200 miljard bij een verlenging tot acht jaar. De 550 miljard dollar worden de komende vijf jaar uitgegeven aan een heel ruim pallet van investeringen. 110 miljard dollar vloeit naar wegen, bruggen, havens en grote infrastructuurwerken, 105 miljard naar treinverbindingen en publiek transport, terwijl 266 miljard is voorzien voor energie- en watervoorzieningen en betere internetverbindingen. Twee logische winnaars van het infrastructuurplan zijn leveranciers van bouwmaterialen en staalbedrijven. Individuele namen die Amerikaanse analisten regelmatig naar voren schuiven, zijn Vulcan Materials, de grootste leverancier van aggregaten voor beton in de Verenigde Staten, en het staalbedrijf Nucor. Beide aandelen maken deel uit van de Global X US Infrastructure Development ETF (ticker: PAVE op NYSE), die meteen een meer gespreide manier is om in te spelen op het thema. Een andere mogelijkheid is een belegging in het kapitalisatiefonds M&G (LUX) Global Listed Infrastructure Fund A EUR, dat voor 56,3 procent belegd is in Noord-Amerika. Ook een belegging in water is een mogelijkheid. Dat kan bijvoorbeeld via de Invesco S&P Global Water Index ETF (ticker: CGW op NYSE) of via een fonds zoals BNP Paribas Funds Aqua EUR (ISIN-code LU1165135440). Dichter bij huis zal ArcelorMittal profiteren van de extra vraag naar staal. Indirect is het plan ook goed nieuws voor CFE, dat via zijn dochter DEME de komende jaren in de Verenigde Staten extra mogelijkheden ziet in onder meer windenergie. HEBT U OOK EEN BELEGGINGSVRAAG?Elke week behandelen we een actuele vraag van een abonnee. Heeft u ook een beleggingsvraag? Mail die dan naar insidebeleggen@roularta.be. Misschien leest u hier dan het antwoord.