De felgeplaagde groenten- en fruitgigant Greenyard publiceerde op 28 januari onverwachts een fors tegenvallende update over het derde kwartaal (periode tot 31 december). De omzet zakte van 980,4 miljoen euro in het derde kwartaal van 2017 naar 936,3 miljoen, een daling met 4,5 procent. In de eerste jaarhelft was er een achteruitgang met 3,6 procent tot 1,98 miljard euro. Het bedrijf wijst op de toenemende prijsconcurrentie in de afdeling Fresh, vooral in België en Duitsland, en op de stijgende kosten en het productverlies in Fresh en Long Fresh (de diepvriesafdeling Pinguï...

De felgeplaagde groenten- en fruitgigant Greenyard publiceerde op 28 januari onverwachts een fors tegenvallende update over het derde kwartaal (periode tot 31 december). De omzet zakte van 980,4 miljoen euro in het derde kwartaal van 2017 naar 936,3 miljoen, een daling met 4,5 procent. In de eerste jaarhelft was er een achteruitgang met 3,6 procent tot 1,98 miljard euro. Het bedrijf wijst op de toenemende prijsconcurrentie in de afdeling Fresh, vooral in België en Duitsland, en op de stijgende kosten en het productverlies in Fresh en Long Fresh (de diepvriesafdeling Pinguïn en de conservenafdeling Noliko). Die zijn een gevolg van de stijgende kwaliteits- en dienstverleningseisen van de supermarkten. De problemen hebben grote gevolgen voor de beperkte winstmarges. In de eerste jaarhelft boekte Greenyard een recurrente bedrijfskasstroom (rebitda, zonder eenmalige elementen) van 41,2 miljoen euro (-39,9%), of een daling van de rebitda-marge van 3,3 naar 2,1 procent. Deels ingegeven door de nog relatief optimistische boodschap op de investeerdersdag van 22 november, mikten analisten op een rebitda van 86 miljoen euro voor 2018-2019, in lijn met de verwachtingen van Greenyard (-25% tegenover 2017-2018). Maar dat blijkt nu veel te optimistisch, want Greenyard stelt zijn verwachting bij naar een rebitda van 60 à 65 miljoen euro op jaarbasis. Dat betekent voor de tweede jaarhelft een rebitda van 19 à 24 miljoen euro, of een ontluisterende marge van 1 à 1,3 procent. Die cijfers houden geen rekening meer met de afdeling Horticulture, de kleinste maar rendabelste divisie. Ze boekte in de eerste jaarhelft een marge van 13,9 procent, maar werd eind 2018 met verlies verkocht voor 120 miljoen euro. De verkoop gebeurde onder druk van de hoge schuldenlast en om tegemoet te komen aan de nieuwe schuldconvenanten met de banken. Op basis van een nettoschuld van 517,4 miljoen euro eind september klom de schuldenratio op 30 september naar 4,4 keer de rebitda. Greenyard onderhandelde over een verhoging van de convenanten van 3,5 keer tot 4,25 keer de rebitda tegen 31 maart 2019. Gezien de dramatische verzwakking van de marges, is het duidelijk dat die ratio tegen eind maart ruim zal stijgen als er geen nieuwe forse maatregelen worden genomen. Extra financiering dringt zich dus op. Afhankelijk van de inkomsten uit andere maatregelen, zoals de verkoop van niet-kernactiva en de verkoop en het terughuren van onroerend goed, mikken analisten op een fors verwaterende kapitaalverhoging tussen 70 en 140 miljoen euro. De beleggers stuurden het aandeel in enkele dagen 50 procent lager. De beurswaarde bedraagt tegen 3,8 euro nog 168 miljoen. Het bedrijf is nu aan handen en voeten gebonden door de banken. De ervaring leert dat dit voor de bestaande aandeelhouders heel slechte vooruitzichten biedt, en daarom verlagen we ondanks de forse daling het advies naar verkopen (rating 3C).