Het zijn voor de energiesector zeer boeiende tijden. Daarin speelt het Duitse RWE een rol van betekenis. Zo'n tien jaar geleden beleefden de Duitse energieproducenten een crash toen Duitsland in de nasleep van het Fukushima-drama in Japan besliste tot een grote Energiewende met een uitstap uit kernenergie, die toen nog de basis vormde van de elektriciteitsproductie bij onder meer RWE. Vandaag ligt de focus volledig op de transitie van fossiele naar groene energie.
...

Het zijn voor de energiesector zeer boeiende tijden. Daarin speelt het Duitse RWE een rol van betekenis. Zo'n tien jaar geleden beleefden de Duitse energieproducenten een crash toen Duitsland in de nasleep van het Fukushima-drama in Japan besliste tot een grote Energiewende met een uitstap uit kernenergie, die toen nog de basis vormde van de elektriciteitsproductie bij onder meer RWE. Vandaag ligt de focus volledig op de transitie van fossiele naar groene energie. RWE is door de politieke beslissing van een decennium geleden al langer actief in alternatieve, groene energiebronnen. Het bedrijf heeft de ambitie herhaald tegen 2040 CO2-neutraal te willen zijn. Tot 2030 wordt daarom netto 30 miljard euro geïnvesteerd om 25 gigawatt (GW) extra groene energie te kunnen ontwikkelen. Dat is een verdubbeling tegenover de huidige toestand. Die investeringen moeten kunnen worden gedragen door de huidige kasstromen en de financiële ruimte waarover de Duitse energieproducent beschikt. Kapitaalverhogingen zijn daar niet voor nodig. De bedoeling is ondanks de forse investeringen een gemiddelde jaarlijkse winstgroei van 9 procent tot 2030 te realiseren. Dat houdt een ambitie op groepsniveau in van een bedrijfskasstroom (ebitda) van 5 miljard euro tegen 2030. Vooral in offshorewind (windparken op zee) heeft RWE een toppositie in de wereld. RWE beschikt over een vrij grote visibiliteit. Het kan de capaciteit in offshorewind verdrievoudingen tussen 2020 en 2030, waarbij de groei tot 2027 al is verzekerd. Maar ook in onshorewind (op het land) en in zonne-energie wil RWE de groei bestendigen. Nieuwe groeisegmenten voor dit decennium zijn batterijen en waterstof. RWE beschikt over liefst acht ontwikkelingsprojecten in waterstof in Europa. De vergroening zien we ook in de cijfers. In 2016 kwam nog maar 0,83 miljard euro of 44 procent van de ebitda uit groene energie. In 2023 moet dat opgelopen zijn tot 2,9 miljard euro of 95 procent van het totaal en in 2030 tot 5 miljard euro of 100 procent. Van de geplande investeringen in het decennium tot 2030 gaat 45 procent naar offshorewind, 45 procent naar onshorewind, zon en batterijen en 10 procent naar waterstof. De bedrijfsleiding geeft wel toe dat de ratio van de netto financiële schuld tegenover de ebitda na 2025 wellicht zal oplopen van minder dan 3 keer tot minder dan 3,5 keer. Het management geeft aan dat het verwachte dividend van 0,90 euro per aandeel voor 2021 ook de bodem zal zijn voor de komende jaren en dat aandeelhouders mogen uitgaan van een stabiel tot stijgend dividendrendement richting 2030. Het aandeel beschouwen we als een defensieve belegging in de energietransitie voor het komende decennium. Tegen ongeveer 9 keer de verwachte verhouding ev/ebitda voor 2022 en 1,25 keer de verwachte boekwaarde vinden we de waardering redelijk. Het aandeel mag voor het defensieve deel van de portefeuille worden gekocht (rating 1B).