De groeicijfers van het eerste kwartaal in de eurozone waren matig. Van een groei op kwartaalbasis met 0,2% wordt niemand echt vrolijk. Gelukkig hield Duitsland de eurozone overeind (+0,8%). Landen als Italië en Frankrijk gaven niet thuis, en Portugal en Nederland lieten zelfs weer een serieuze krimp optekenen. Portugal had de twee voorgaande trimesters nochtans een stevig herstel laten noteren, en voor Nederland was er de uiterst zachte winter, met veel minder gasproductie. België en Spanje hebben met 0,4% groei tegenover het laatste trimester van ...

De groeicijfers van het eerste kwartaal in de eurozone waren matig. Van een groei op kwartaalbasis met 0,2% wordt niemand echt vrolijk. Gelukkig hield Duitsland de eurozone overeind (+0,8%). Landen als Italië en Frankrijk gaven niet thuis, en Portugal en Nederland lieten zelfs weer een serieuze krimp optekenen. Portugal had de twee voorgaande trimesters nochtans een stevig herstel laten noteren, en voor Nederland was er de uiterst zachte winter, met veel minder gasproductie. België en Spanje hebben met 0,4% groei tegenover het laatste trimester van vorig jaar geen reden tot klagen. Een groei op jaarbasis van 0,9% voor de eurozone is niet de grote ommekeer, zeker gezien de diepe val door de eurocrisis. Dat is onvoldoende om de schaduw van een tweede Japan af te leggen.Grof geschutDe aandelen- en obligatiemarkten reageerden nerveus op de beperkte groeicijfers. De Italiaanse en de Spaanse beurs deden het maandenlang beter dan de rest, maar de voorbije week is dat een stuk minder dan de overige Europese beurzen. En het renteverschil van Zuid-Europa met Duitsland, dat de afgelopen maanden flink was afgenomen, liep de voorbije week weer op.Gekoppeld aan die teleurstellende, lichte groei van de eerste drie maanden is er ook de aanhoudende dreiging van deflatie. Al vier landen in de eurozone, waaronder het Iberisch schiereiland, kampen met een daling van het gemiddelde prijzenpeil. Een dubbel argument voor de Europese Centrale Bank (ECB) om weer in actie te schieten. Voorzitter Mario Draghi heeft de voorbije maanden weer de tactiek van het verbale geweld gebruikt, maar intussen beseft men bij de ECB ook wel dat concrete acties moeten worden ondernomen.Haalt Draghi op donderdag 5 juni al het grof geschut boven? Wellicht niet. Het waarschijnlijkste scenario is dat de ECB het voorlopig houdt bij een renteverlaging met 10 of 15 basispunten (0,10 à 0,15%). De basisrente zakt dan van 0,25 naar 0,10 à 0,15%. Essentiëler is dat de depositorente (nu 0%) dan negatief zou worden voor instellingen die bij de ECB geld plaatsen. Dus in plaats van geld te krijgen - de normale situatie - zouden ze moeten betalen. Dat moet onder meer de kapitaalinstroom uit de Verenigde Staten afremmen, die mee de euro sterk houdt. Het drastische werk, dat onder meer het probleem aanpakt van de gammele kredietverstrekking door banken aan wie vastgoed wil kopen of aan bedrijven die willen investeren, zal wellicht in volle zomer of in het najaar aan bod komen, als de renteverlaging onvoldoende effect heeft. Een mogelijkheid daarbij zijn herverpakte kredieten (hypotheken en bedrijfskredieten) van financiële instellingen als onderpand te aanvaarden. Of komt Draghi nog eens verrassend uit de hoek door meteen straffe maatregelen te nemen? Niets doen lijkt geen optie meer.