Op 2 maart sloot de Nasdaq-index af boven de magische grens van 5000 punten. Dat werd wereldwijd opgepikt door de financiële pers, en zelfs door de algemene pers. Het wekte herinneringen op bij aandelenbeleggers. De vorige keer dat de Nasdaq Composite-index - die betaat uit 2571 aandelen, hoofdzakelijk uit de technologiesector - dat niveau bereikte, was precies vijftien jaar geleden, in maart 2000.
...

Op 2 maart sloot de Nasdaq-index af boven de magische grens van 5000 punten. Dat werd wereldwijd opgepikt door de financiële pers, en zelfs door de algemene pers. Het wekte herinneringen op bij aandelenbeleggers. De vorige keer dat de Nasdaq Composite-index - die betaat uit 2571 aandelen, hoofdzakelijk uit de technologiesector - dat niveau bereikte, was precies vijftien jaar geleden, in maart 2000.Toen was dat van korte duur. Een maand later stond de index, net na de eeuwwisseling, al weer op 3500 punten en minder dan drie jaar later haalde hij nog amper meer dan 1000 punten. Termen als 'internetbubbel' en 'dotcomgekte' zijn in die periode ontstaan en worden nu ook weer frequent geciteerd. De Nasdaq-klim van vijftien jaar geleden blijft een van de spectaculairste en meest fascinerende gebeurtenissen op de wereldbeurzen van de afgelopen decennia. De Nasdaq-index kwam voor het eerst boven 1000 punten in 1995, om dan te verdubbelen tegen 1998. Maar de klim van 3000 punten in november 1999 naar 5000 punten in maart 2000 was zonder meer indrukwekkend. Het jaar 1995 wordt gezien als het startjaar van het internet op de financiële markten, met de beursgang van Netscape. Rond 2000 werd internet een absolute hype.Apple bovenZowat iedereen in de westerse wereld gebruikt internet, en ook al een meerderheid in de opkomende landen. We kunnen ons geen leven zonder internet meer indenken. Die golf van technologie-enthousiasme wordt vooral gedragen door de mobiele revolutie, met smartphones en tablets sinds de lancering van de iPhone in 2007 en de iPad in 2010. De producent van beide toestellen, Apple, is dan ook niet toevallig uitgegroeid tot de grootste beurskapitalisatie ter wereld, met 750 miljard USD. De nummer twee op de lijst is ook een technologiester: Google, dat in 2000 zelfs nog niet beursgenoteerd was. Van de sterren van toen hebben enkel Microsoft, Intel en Cisco Systems zich in termen van beurskapitalisatie weten te handhaven in de top tien, zij het op lagere plaatsen en met een kleinere beurskapitalisatie dan toen. Nieuwe sterren moeten we bij het fenomeen sociale media zoeken, met als onbetwistbare leider Facebook, dat pas beursgenoteerd is sinds 2012 en toch al op de vierde stek staat op de Nasdaq-lijst.Een even uitgesproken hype als in 2000 beleven we vandaag niet. Beter doen is ook bijna ondenkbaar. Maar dat wil niet zeggen dat we ons geen zorgen hoeven te maken over het feit dat de Nasdaq weer op 5000 punten staat. Vijftien jaar is best snel om zo'n crash ongedaan te maken. Na de fameuze crash van 1929 bijvoorbeeld deed de Dow Jones-index er 25 jaar over om weer zijn vorige niveau te bereiken. En de Japanse Nikkei-index staat 36 jaar later op amper de helft van het recordpeil van 1989. De Nasdaq-index is de voorbije twee jaar met 56% geklommen en zelfs met 117% de afgelopen vijf jaar. Tegen 32 keer de historische en tegen 23 keer de verwachte winst is het gemiddelde technologieaandeel geen koopje meer. We focussen dan ook niet op de Nasdaq, maar wel op Europa en de opkomende landen.