Het fel geplaagde aandeel van Nyrstar herstelde met 30% sinds begin mei, ondersteund door een aanspannende zinkprijs die voor het eerst sinds juli 2015 opnieuw boven 2000 USD per ton uitsteeg (momenteel 2086 USD per ton). Vorig jaar bedroeg het jaargemiddelde van de zinkprijs 1928 USD per ton, en in januari van dit jaar lag het dieptepunt nog op 1468 UD per ton. Uiteraard is dat goed nieuws voor Nyrstar, maar het koersherstel is natuurlijk relatief, want het aandeel noteert nog steeds 8% lager dan eind 2015.
...

Het fel geplaagde aandeel van Nyrstar herstelde met 30% sinds begin mei, ondersteund door een aanspannende zinkprijs die voor het eerst sinds juli 2015 opnieuw boven 2000 USD per ton uitsteeg (momenteel 2086 USD per ton). Vorig jaar bedroeg het jaargemiddelde van de zinkprijs 1928 USD per ton, en in januari van dit jaar lag het dieptepunt nog op 1468 UD per ton. Uiteraard is dat goed nieuws voor Nyrstar, maar het koersherstel is natuurlijk relatief, want het aandeel noteert nog steeds 8% lager dan eind 2015. De belangrijkste reden waarom we voorlopig voorzichtig blijven, is de onzekerheid over de verkoop van de mijnafdeling. Voor de nieuwe topman Bill Scotting is die stap een cruciaal tweede element om Nyrstar na enkele zeer woelige jaren eindelijk terug in rustiger vaarwater te loodsen. Een eerste belangrijke stap werd in februari gezet, met de afronding van de tweede zware kapitaalverhoging in twee jaar tijd, die het aantal uitstaande aandelen tegenover de zomer van 2014 deed exploderen, van 170 miljoen naar liefst 935,6 miljoen aandelen (93,6 miljoen aandelen na de recente 10-voor-1 reverse split). De nettoschuldpositie van 639 miljoen EUR van eind maart biedt echter nog altijd weinig maneuvreerruimte. Net daarom is de - al dan niet volledige - verkoop van de mijnafdeling cruciaal. Daarmee zou een zware financiële last van de schouders vallen.Scotting verwachtte na de update over het eerste kwartaal voor eind juni met een of meerdere deals te kunnen uitpakken, maar voorlopig is er nog geen witte rook. Een tegenvaller was de beslissing in mei van Great Panther Silver om de koopoptie op de Corancha-mijn in Peru niet te lichten. Het is natuurlijk ironisch dat de mijnbouwtak in de etalage staat, net op een moment dat de grondstoffenprijzen na jarenlange dalingen beginnen te herstellen. Centraal blijft echter de vaststelling van Scotting zelf dat de voorbije jaren veel te weinig is geïnvesteerd in de mijnafdeling, en dat een remediëring te veel kapitaal zou vergen. De onderhandelingspositie voor Nyrstar is dus niet aantrekkelijk, al zal het herstel van de grondstoffenprijzen de koopinteresse wellicht aanwakkeren. We kijken uit naar verdere berichtgeving over de verkoop van de mijnafdeling, en bevestigenhet advies houden (rating 2C).Kan u nog eens een update geven over PNE Wind?Het aandeel van het Duitse windenergiebedrijf PNE Wind Group herstelde de jongste maanden in het zog van de olieprijs. Operationeel wijzen de neuzen weer in dezelfde richting, nadat een lange interne twist met Volker Friedrichsen, de hoofdaandeelhouder (15%) en de voormalige eigenaar van WKN, uitmondde in het ontslag van CEO Martin Billhardt en de voltallige raad van bestuur. Markus Lesser, tot nu operationeel directeur (COO), werd in mei benoemd tot de nieuwe CEO. De focus ligt dit jaar op het verder uitbouwen van de activiteit als independent power producer (IPP), met als achterliggend idee dat de verkoop van een portefeuille van operationele windparken een hogere verkoopprijs wettigt, vergeleken met de verkoop van een individueel windpark. De uitbouw daarvan vergt evenwel tijd en vooral meer prefinanciering. Momenteel zit al 92,4 megawatt (MW) in de IPP, met concrete plannen voor een uitbreiding naar 136,5 MW tegen eind 2016 (doelstelling tot 150 MW). De succesvolle verkoop van de windparkenportefeuille dit jaar is cruciaal om de vooropgestelde 110 tot 130 miljoen EUR cumulatieve bedrijfswinst (ebit) voor de periode 2014 tot 2016 te kunnen behalen. De verkoop kan rechtstreeks aan een grote investeerder gebeuren, of via een aparte beursnotering (IPO). Dankzij de groei van de windparkenportefeuille, verdubbelde de bedrijfskasstroom (ebitda) uit de productie van eigen elektriciteit in het eerste kwartaal tot 6,1 miljoen EUR. Daardoor realiseerde PNE op groepsniveau een bedrijfswinst (ebit) van 0,2 miljoen EUR, tegenover een verlies van 6 miljoen EUR vorig jaar. Het nettoverlies daalde van 9,2 miljoen EUR naar 3,7 miljoen EUR, of van 0,13 EUR naar 0,05 EUR per aandeel. Het totale vermogen van de windparken in aanbouw bedroeg eind maart 55,2 MW, waarvan 32,1 MW bestemd voor de windparkenportefeuille. Bij het offshoregedeelte van de groepsportefeuille kan een positieve investeringsbeslissing van partner Dong Energy over de bouw van Borkum Riffgrund II (448 MW) dit jaar een mijlpaalbetaling van 3,2 miljoen EUR opleveren. Voor de projecten in aanbouw Gode Wind I en II (582 MW) kan PNE nog 25 miljoen EUR mijlpaalbetalingen ontvangen. Daarnaast zijn er nog zes eigen projecten (2,64 gigawatt, GW). PNE betaalde eind mei een brutodividend van 0,04 EUR per aandeel, en stelt voor 2016 een ebit tot 100 miljoen EUR voorop. Een eventuele verkoop van de windparkenportefeuille kan het aandeel een mooie sprong opleveren. In afwachting hiervan is PNE Wind Group te behouden (rating 2B).