Een eerste is de forse prijsstijging van de Amerikaanse West Texas Intermediate-variant (WTI) en de afbouw van de korting tegenover de Brent-variant uit de Noordzee. Daarnaast is er op de markt van termijncontracten voor het eerst in 5 jaar een terugkeer van de backwardationsituatie, waarbij latere termijncontracten goedkoper zijn. Beide fenomenen zijn niet zonder belang voor de investeerders in energie. WTI werd sinds begin dit jaar 17,5% duurder. Opvallend is dat het grootste deel van deze stijging zich pas de voorbije 4 weken heeft gerealiseerd. Brent staat sinds begin dit jaar op een verlies van 2,5%. Deze percentages zijn uiteraard uitgedrukt in dollar (USD), de munt waarin ruwe olie op de internationale markten wordt verhandeld.
...

Een eerste is de forse prijsstijging van de Amerikaanse West Texas Intermediate-variant (WTI) en de afbouw van de korting tegenover de Brent-variant uit de Noordzee. Daarnaast is er op de markt van termijncontracten voor het eerst in 5 jaar een terugkeer van de backwardationsituatie, waarbij latere termijncontracten goedkoper zijn. Beide fenomenen zijn niet zonder belang voor de investeerders in energie. WTI werd sinds begin dit jaar 17,5% duurder. Opvallend is dat het grootste deel van deze stijging zich pas de voorbije 4 weken heeft gerealiseerd. Brent staat sinds begin dit jaar op een verlies van 2,5%. Deze percentages zijn uiteraard uitgedrukt in dollar (USD), de munt waarin ruwe olie op de internationale markten wordt verhandeld. Een eerste belangrijke evolutie is die van de spread tussen WTI en Brent. Tot begin 2010 noteerde WTI bijna steeds met een kleine premie tegenover de variant uit de Noordzee. Daarna was de situatie omgekeerd, maar tot ongeveer halfweg 2011 bedroeg deze spread nog hooguit enkele dollars. Daarna begon de premie van Brent tegenover WTI snel toe te nemen, om op het hoogtepunt op meer dan 28 USD te pieken. De hogere spread heeft onder meer te maken met het overaanbod aan ruwe olie in de Cushing-oliehub (centrale opslagplaats) in de Amerikaanse staat Oklahoma. Het gaat om olie die afkomstig is van Canada en verder verscheept moet worden naar o.a. de Golf van Mexico. Tegelijk was er (relatieve) schaarste aan Brent door een aantal operationele problemen bij boorplatforms. Deze spread werd de voorbije maanden in recordtempo afgebouwd. Begin februari bedroeg het verschil nog meer dan 23 USD, maar vorige week steeg WTI voor het eerst sinds augustus 2010 even boven de prijs van Brent uit. Het tweede fenomeen van backwardation is eerder uitzonderlijk omdat dit normaal enkel plaatsgrijpt wanneer sprake is van schaarste. Gewoonlijk zijn termijncontracten voor latere levering duurder (contango) om de kost van opslag, transport en verzekering in rekening te brengen. De huidige situatie is echter ook in het voordeel van de indexbeleggers. Bij contango is er een negatief rendement omdat bij het doorrollen voor hetzelfde bedrag minder futures gekocht kunnen worden. Bij backwardation is dit uiteraard omgekeerd. De lagere spread is het gevolg van een hogere transportcapaciteit via uitgebreide en nieuw opgestarte pijpleidingen en ook via het spoor, waardoor het eerder vernoemde overaanbod bij Cushing werd afgebouwd. Deze nieuwe infrastructuur kost echter ook geld en daarmee wordt voorlopig geen rekening gehouden. De extra kostprijs van de nieuwe transportinfrastructuur wordt (naargelang de bestemming) geschat op 5 tot 9 USD per vat. Aan de vraagzijde is de activiteit van de raffinaderijen weer toegenomen nu het onderhoudsseizoen voorbij is. Daardoor is de vraag naar ruwe olie gestegen en bevinden de Amerikaanse olievoorraden zich nu op hetzelfde niveau als een jaar geleden. Het probleem van de raffinaderijen is dat de prijzen van de distillaten (stookolie, loodvrije benzine,...) niet in dezelfde mate zijn toegenomen als ruwe olie. Dit maakt dat de raffinagemarges kleiner zijn geworden. Ook de backwardation is een tijdelijke situatie. De markt focust op een toename van de vraag naar ruwe olie, maar de belangrijkste evolutie bevindt zich aan de aanbodzijde. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) ziet het aanbod aan ruwe olie van de landen die niet tot het OPEC-kartel behoren komend jaar met 1,3 miljoen vaten/dag toenemen. Dit cijfer ligt veel hoger dan verwacht en valt vooral toe te schrijven aan de hogere Amerikaanse productie. Volgens het IEA zullen de Verenigde Staten 1 miljoen vaten/dag extra produceren. Ook Brazilië, Soedan en Kazachstan zullen komend jaar meer ruwe olie oppompen. Dit maakt dat de OPEC op korte termijn haar productiecapaciteit niet zal moeten verhogen. De reservecapaciteit is bovendien voldoende hoog zodat van schaarste aan de aanbodzijde helemaal geen sprake is.Vanuit technisch standpunt is WTI momenteel sterk overgekocht. Een correctie dringt zich ook om fundamentele gronden op want er is absoluut geen sprake van duurzame schaarste aan de aanbodzijde (integendeel) terwijl ook een korting tegenover Brent verantwoord is omwille van de transportkosten. Deze laatste situatie kan zich normaliseren door een inhaalbeweging van de Brent-prijs of een correctie bij WTI. We denken dat, gezien het vraag- en aanbodevenwicht, dit laatste scenario de meeste kans maakt. Er noteren op Euronext 2 Turbo short uitgegeven door RBS Markets met de WTI-future als onderliggende waarde, maar de hefboom is in het geval van NL0009790146 aan de hoge kant (6,7) en bij de NL0010442463 nog net aanvaardbaar (4,57). Beleggers die minder risico willen nemen, kunnen de Mini-futures van dezelfde aanbieder kopen op de Duitse beurs of grasduinen in het aanbod aan gelijkaardige producten van ING of Commerzbank. WTI Light Sweet Crude Oil future Turbo shortIsin-code: NL0010442463Munt: EURFinancieringsniveau: 130,74Referentieprijs: 107,2Stop-loss: 120Hefboom: 4,57Koers: 17,81Het termijncontract voor levering in september is de onderliggende waarde van deze Turbo short. Zoals eerder vermeld, is er momenteel geen negatief rolrendement. De stop-loss bevindt zich bijna 12% boven de huidige olieprijs. We schatten de kans eerder klein in dat WTI dit niveau op korte termijn zal slopen.