Niemand had dat trouwens tien jaar geleden zien aankomen. Toen werd de nutssector (utilities) algemeen nog beschouwd als een defensieve sector met (vrij) voorspelbare dividenden. Ideaal voor de goede-huisvaderbelegger, zo leek het. Een decennium later blijkt dat die perceptie niet verder van de beleggersrealiteit kon staan.
...

Niemand had dat trouwens tien jaar geleden zien aankomen. Toen werd de nutssector (utilities) algemeen nog beschouwd als een defensieve sector met (vrij) voorspelbare dividenden. Ideaal voor de goede-huisvaderbelegger, zo leek het. Een decennium later blijkt dat die perceptie niet verder van de beleggersrealiteit kon staan. KneusjesMet het gevaar nog eens zout in de wonden te strooien, zetten we enkele ontluisterende cijfers en statistieken op een rij. De Stoxx Europe 600 Utilitiesstaat 49 procent onder de piek van begin 2008 en is daarmee de zwakst presterende sector in Europa. Met 'dank' aan aandelen als EDF (-86% in 10 jaar), RWE (-81%), E.ON (-75%) en Engie (-62%). Het drietal Engie, E.ON en RWEalleen verloor het afgelopen decennium ruim 120 miljard euro aan beurswaarde, haast evenveel als de huidige, totale marktwaarde op basis van de gewichten van de bel-20-index (huidige waarde 123 miljard euro).In die Bel-20 is Engie over de afgelopen vijf jaar de enige daler. Het aandeel presteerde liefst 50 procent minder goed dan het tweede zwakste aandeel, Cofinimmo(- 35% tegenover +15%). In 2009 keerde RWE nog 4,48 euro bruto per aandeel dividend uit. Zowel vorig als dit jaar zullen de aandeelhouders geen dividend krijgen. Bij E.ON is sprake van een daling van 1,50 euro bruto per aandeel naar een verwachte 0,21 euro bruto uitkering in mei dit jaar. Engie keerde vorig jaar samen (interim- en slotdividend) nog 1 euro bruto per aandeel uit, maar dat was in 2009 nog 1,60 euro bruto per aandeel. EnergiewendeWat is er veranderd in de wereld om zo'n dramatische ommekeer teweeg te brengen? Vooreerst is er de bankencrisis. De financiële crisis veroorzaakte duidelijk een knik in de groeicurve. In Europa meer dan elders, want de daaropvolgende eurocrisis deed de Europese groei nog meer vervagen. Er is wel degelijk een link tussen economische groei en elektriciteitsverbruik, vooral dan door de industrie. Bovendien had de sector traditioneel een hoge schuldgraad door investeringen in nieuwe, dure installaties. Daar nam de markt geen aanstoot aan gezien de (vrij) voorspelbare kasstromen. Dat beeld is de jongste jaren wel grondig veranderd. De klimaatverandering met de opwarming van de aarde deed de nutssector geen deugd. De winters werden gemiddeld minder streng en dat zette duidelijk druk op het elektriciteitsverbruik.Als een donderslag bij heldere hemel kwam daar in maart 2011 nog de kernramp in Fukushimabij. Die gebeurtenis bracht in Europa grote discussies en twijfels over nucleaire energie op gang. Duitsland kondigde daarop de Energiewende af. De belangrijkste economie van Europa koos resoluut voor alternatieve energie en besloot tegen eind 2021 volledig uit kernenergie te stappen. België wou hetzelfde doen, maar krabbelde al enkele keren terug in zijn voornemen kerncentrales definitief te sluiten. De Duitse beslissing was in elk geval een nachtmerrie voor de industrie, op de eerste plaats voor de Duitse nutsbedrijven E.ON en RWE. Daar komt nog bij dat de weinige landen die nieuwe nucleaire centrales willen bouwen (Finland en het Verenigd Koninkrijk) daarbij enorme, operationele problemen kennen en dat de moderne centrales peperduur blijken te zijn en ver boven budget gaan.OpsplitsingenTerwijl de energiefactuur voor de gemiddelde consument alleen maar gestegen is, stonden de groothandelsprijzen voor elektriciteit de jongste jaren alleen maar onder druk. Het businessmodel moest op de schop, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Om de veiligheid te waarborgen, zijn in nucleaire infrastructuur veel mensen en procedures nodig. Er werd dan ook vooral in de kosten gesnoeid op de hoofdzetels en de ondersteunende diensten.Maar na jaren zonder verbetering drongen zich drastischer maatregelen op. Zeker toen de Duitse overheid de sector, boven op alle ellende die ze al had meegemaakt, ook nog eens deed opdraaien voor de kosten van de ontmanteling en de verwerking van het kernafval. Daartoe werd een fonds opgericht dat de vier Duitse elektriciteitsproducenten met 23,6 miljard euro moeten spijzen. Van dat bedrag moeten E.ON en RWE alleen 16,7 miljard euro betalen. Beide nutsgiganten splitsten zich op in twee entiteiten, zodat de miserie van de kern-, gas- en steenkoolcentrales werd afgezonderd. E.ON bracht alle productiefaciliteiten onder in Uniper, inclusief de verwerking van kernafval. Maar daar stak de Duitse overheid een stokje voor. E.ON moest zelf ook verantwoordelijk blijven voor die verwerking. RWE deed het dan ook anders. De activiteiten met rooskleurigere perspectieven zoals groene stroom en retail werden afgezonderd in de dochter Innogy, waarop Engie volgens een aantal berichten zou azen.OpportunistischHet is dus niet meteen rozengeur en maneschijn voor de sector. Maar wellicht is de situatie ook niet zo gitzwart als de markten nu denken. Zo hebben al verschillende bedrijfsleiders uit de sector signalen gegeven dat de daling van de groothandelsprijzen gestopt is. De vraag en het aanbod zijn weer beter in evenwicht en aan de kostenstructuur wordt verder gesleuteld. Om milieuredenen is het ook evident dat op termijn de steen- en bruinkoolcentrales eruit moeten in Duitsland en Polen. Daar mag meer groene stroom voor in de plaats komen. Tot slot heeft het Duitse grondwettelijk hof in Karlsruhe beslist dat E.ON en RWE een schadevergoeding mogen eisen van de Duitse overheid voor de vervroegde uitstap uit kernenergie. Die was oorspronkelijk gepland voor 2034. De vervroeging wordt gezien als een onteigening. E.ON claimt 8 miljard euro van de Duitse staat.Lyxor Stoxx Europe 600 Utilities ETFWie met een beperkt deel van zijn aandelenportefeuille wil inspelen op een herstel van de nutssector kan uiteraard terecht bij individuele aandelen. Een valabel alternatief is de tracker Lyxor Stoxx Europe 600 Utilities ETF (ticker UTI, beurswaarde 58,6 miljoen euro, verspreid over 1,6 miljoen aandelen; ISIN-code FR0010344853). Al is de samenstelling misschien niet ideaal omdat de meest afgestrafte aandelen natuurlijk de jongste jaren veel gewicht in indexen en dus ook in trackers kwijtgeraakt zijn. Maar dat probleem speelt natuurlijk toch in meer of mindere mate voor de hele sector en deze tracker biedt een mooie spreiding over de nutssector in Europa. Bron: Bloomberg