Een eerste belangrijk element is dat uw eerste aankoop dateert van na 1 januari 2016. De speculatiebelasting kan niet van toepassing zijn als de verkooptransactie betrekking heeft op aandelen die u uiterlijk op 31 december 2015 hebt gekocht. Als u aandelen laat transfereren naar een andere bank of broker, moet u de aankoopdatum wel bewijzen via het aankoopborderel. Een tweede element is dat de speculatiebelasting alleen geldt als de verkoop minder dan zes maanden na de aankoopdatum gebeurt. Als u in meerdere stappen aandelen koopt, past de fiscus het zogenoemde LIFO-principe (last in, first out) toe, waardoor wordt verondersteld dat u de laatst aangekochte aandelen het eerst verkoopt.
...

Een eerste belangrijk element is dat uw eerste aankoop dateert van na 1 januari 2016. De speculatiebelasting kan niet van toepassing zijn als de verkooptransactie betrekking heeft op aandelen die u uiterlijk op 31 december 2015 hebt gekocht. Als u aandelen laat transfereren naar een andere bank of broker, moet u de aankoopdatum wel bewijzen via het aankoopborderel. Een tweede element is dat de speculatiebelasting alleen geldt als de verkoop minder dan zes maanden na de aankoopdatum gebeurt. Als u in meerdere stappen aandelen koopt, past de fiscus het zogenoemde LIFO-principe (last in, first out) toe, waardoor wordt verondersteld dat u de laatst aangekochte aandelen het eerst verkoopt. Stel dat u op 6 januari 1000 aandelen van Nyrstar hebt gekocht tegen 1,5 EUR per aandeel en op 21 januari 1000 aandelen bij kocht tegen 1,2 EUR per aandeel. We schetsen twee scenario's. U verkoopt op 10 juli 2000 aandelen tegen 1,4 EUR per aandeel. Op basis van het LIFO-principe wordt de speculatiebelasting van 33% geheven op de meerwaarde van 200 EUR (1000*1,4 min 1000*1,2) die u boekt op de 1000 aandelen die u kocht op 21 januari. Aangezien de verkoop van het tweede pakket van 1000 aandelen meer dan zes maanden na de aankoop gebeurde, is er geen sprake van de toepassing van de speculatiebelasting. In dat geval rekent de bank 33% belasting op 200 EUR meerwaarde aan. Als u de 2000 aandelen op 1 juli zou verkopen tegen 1,4 EUR, dan kan u de minwaarde op de verkoop van de aandelen die u kocht op 6 januari (1000*1,4 min 1000*1,5= min 100 EUR), aftrekken van de meerwaarde van 200 EUR. De bank zal in dat geval 33% op 100 EUR meerwaarde afhouden. De belasting is bevrijdend, u hoeft als belegger dus verder niets meer te doen. Hebt u een effectenrekening in het buitenland, dan zal de bank of de broker de speculatiebelasting niet automatisch afhouden, maar moet u dat bedrag aangeven via uw jaarlijkse belastingaangifte. We stippen nog aan dat de gereglementeerde vastgoedvennootschappen (GVV's) vrijgesteld zijn van de speculatiebelasting, net zoals beleggingen in trackers (ETF's). Het blijft een hoogst onrechtvaardige en contraproductieve maatregel. Zeker kleinere beurswaarden hebben het lastig, al kan dat op termijn ook uitstekende koopkansen opleveren. Hoe moet het verder met Seadrill en Transocean? Beide aandelen blijven onder druk staan.Het is duidelijk dat de forse verslechtering van de situatie op de oliemarkten de jongste weken zeer slecht nieuws was voor de verhuurders van olieboorinstallaties. Volgens de topman van Seadrill is de broodnodige heropleving van de markt uitgesteld tot minstens eind 2017. Gezien de typisch hoge schuldenlast in de sector, wordt de situatie steeds hachelijker en nemen de kansen op faillissementen fors toe. De aanhoudend forse besparingen bij de oliemajors leiden ertoe dat de meeste van de nog lucratieve contracten uit het verleden bij vervaldatum niet worden verlengd. In het beste geval is er een contractverlenging tegen steeds lagere tarieven. Bovendien hangen de geplande opleveringen van nieuwe platforms, hoewel ook die steeds verder in de tijd worden opgeschoven, als een donkere wolk boven de markt. Gezien de fors gedaalde koers van Seadrill is de marktkapitalisatie teruggevallen tot 902 miljoen USD, tegenover een nettoschuld van 9,8 miljard USD eind september. Dat in december bekend raakte dat hoofdaandeelhouder (24,15%) John Fredriksen via een nieuw bedrijf, Sandbox, obligaties van Seadrill fors onder pari opkoopt, noopt tot extra voorzichtigheid. We zien daarin een vergelijkbaar manoeuvre dat Fredriksen de voorbije jaren toepaste bij het noodlijdende olietankerbedrijf Frontline, dat finaal uitmondde in een flink verwaterende kapitaalverhoging voor de bestaande aandeelhouders bij het omzetten van die schuld in vers kapitaal. De kans op een schending van de afgesproken convenanten op de in totaal 7,4 miljard USD kredietfaciliteiten die Seadrill eind september had openstaan, neemt toe, en ook vanuit die hoek zien we vroeg of laat druk ontstaan voor een fors verwaterende kapitaalverhoging. We zouden elke herstelrally gebruiken om posities te verkopen, en verlagen het advies voor Seadrill naar verkopen (rating 3C). De financiële situatie bij Transocean is iets minder precair - beurskapitalisatie van 3,4 miljard USD en eind september een nettoschuld van 8,2 miljard USD - maar in het licht van de recentste marktontwikkelingen zeker ook niet geruststellend. De markt rekent vanaf 2016 op negatieve vrije kasstromen, en vanaf het vierde kwartaal 2016 recurrente verliescijfers. We verlagen het advies naar houden (rating 2C).