Ook de Noorse oliereus Statoil ontsnapte niet aan de nieuwe forse koersdalingen die de oliesector te beurt viel, nadat de OPEC (de groep van olieproducerende landen, met onder meer Saoedi-Arabië, Iran, Irak en Venezuela) eind vorige week besliste het huidige productieplafond van 30 miljoen vaten per dag niet te verlagen. De OPEC - lees: Saoedi-Arabië - gaf daarmee een vrijgeleide voor een verdere stevige daling van de olieprijs, die intussen rond 70 USD per vat noteert, ruim 35% onder het piekniveau van 112 USD per vat dat in juni werd bereikt.
...

Ook de Noorse oliereus Statoil ontsnapte niet aan de nieuwe forse koersdalingen die de oliesector te beurt viel, nadat de OPEC (de groep van olieproducerende landen, met onder meer Saoedi-Arabië, Iran, Irak en Venezuela) eind vorige week besliste het huidige productieplafond van 30 miljoen vaten per dag niet te verlagen. De OPEC - lees: Saoedi-Arabië - gaf daarmee een vrijgeleide voor een verdere stevige daling van de olieprijs, die intussen rond 70 USD per vat noteert, ruim 35% onder het piekniveau van 112 USD per vat dat in juni werd bereikt. Saoedi-Arabië stuurt hiermee aan op het afschermen van het marktaandeel, dat onder druk staat door de Amerikaanse schalieolie- en gasboom. Zelf heeft Saoedi-Arabië zeer lage productiekosten van slechts 27 USD per vat, terwijl het gemiddelde voor de Amerikaanse schalieolie - ondanks technologische verbeteringen - tussen 70 en 75 USD per vat ligt. Dat politieke spel kan best nog wat aanslepen, en op korte termijn zien we dan ook weinig herstel. Binnen de OPEC is er echter ook grote onenigheid over de te voeren politiek. Structureel ligt goedkope oliewinning namelijk wel degelijk achter ons en bovendien hebben de overheidsbegrotingen van de meeste olieproducerende landen - Rusland, maar zeker ook de meeste OPEC-leden, inclusief Saoedi Arabië - veel hogere olieprijzen nodig. Statoil anticipeerde eerder al op moeilijkere tijden met een strikt besparingsplan (1,3 miljard USD jaarlijks vanaf 2016), minder kapitaalbestedingen (cumulatief 5 miljard USD minder de komende 3 jaar) en strengere goedkeuringscriteria (minimaal 8% extra rendement) voor nieuwe projecten. Vooral dankzij een aantal desinvesteringen staat de productieteller na negen maanden op 1,87 miljoen vaten per dag, 3,7% minder dan vorig jaar. Voor de periode 2014 tot en met 2016 mikt Statoil op een gemiddelde jaarlijkse groei van 3%, ten opzichte van een omwille van desinvesteringen herberekend productieniveau in 2013 van 1,85 miljoen vaten per dag. De gezuiverde nettowinst daalde na negen maanden met 4,4%, tot 34,8 miljard NOK, of 10,94 NOK per aandeel. Analisten mikken voor volgend jaar op een nettowinst van 13 NOK per aandeel. Statoil is een zeer robuust bedrijf met een laag kostenprofiel. U mag kopen (rating 1A).Het aandeel van Seadrill zakte vorige week heel fors. Dat was nog vóór de beslissing door de OPEC-leden om de olieproductie niet te verlagen. Wat is de reden van de daling? Seadrill besliste met onmiddellijke ingang om het kwartaaldividend te schrappen. Een schok voor de aandeelhouders, die het aandeel op enkele dagen bijna 40% lager duwden. Seadrill keerde nochtans een steeds hoger brutodividend per aandeel uit: van 1,05 USD in 2009, naar 3,72 USD in 2013 en sinds het tweede kwartaal van dit jaar 1 USD per kwartaal. Bovendien gaf het in augustus nog aan het verhoogde kwartaaldividend minstens tot eind 2015 te zullen behouden. De beslissing is dan ook zeker niet licht genomen en geeft aan hoe snel en fors de situatie in de oliedienstensector de jongste maanden is verslechterd. Het Noorse bedrijf groeide, onder de vleugels van hoofdaandeelhouder (23%) en miljardair John Frederiksen, in tien jaar tijd uit tot een absolute wereldtopper onder de verhuurders van olieboorinstallaties. De sterke groei ging gepaard met een flinke aanwas van de nettoschuldpositie, die eind september 11,6 miljard USD bedroeg (6,2 miljard USD eind 2009). Bovendien heeft het ambitieuze bedrijf nog een nieuwbouwprogramma lopen van zestien nieuwe platforms, waarvan er twaalf in 2015 en drie in 2016 worden opgeleverd. De oplevering van één platform is al uitgesteld en wellicht zullen er nog andere volgen, want momenteel hebben slechts twee van de nieuwe platforms al een contract. In tegenstelling tot sommige concurrenten heeft Seadrill de komende twee jaar een relatief beperkt aantal platforms met aflopende contracten: negen in 2015 en twaalf in 2016, op een totale vloot van 53 platforms. Op die manier is het bedrijf - voorlopig - minder blootgesteld aan de dalende dagtarieven. Bovendien worden de jongste weken steeds vaker oude platforms buiten gebruik gesteld, wat de overtuiging van het management sterkt dat zich verderop in de zware cyclische dip opportuniteiten zullen voordoen. De drastische beslissing tot het schrappen van het dividend moet dan ook mede in die context worden bekeken: Seadrill wil niet alleen de balans verstevigen, maar ook klaar staan voor opportunistische overnames. Hoewel op dit moment niet prioritair, verschafte het bedrijf zich ook de toelating om de volgende twaalf maanden tot 10% van de eigen aandelen in te kopen. We zijn ervan overtuigd dat Seadrill vanuit een langeretermijnperspectief de juiste beslissing nam. We zien de Noren verderop in de cyclus een actieve overnamerol spelen en bevestigen ons koopadvies (rating 1A).