Vandaag gaat het Amerikaanse resultatenseizoen van start, met de bekendmaking van de kwartaalresultaten van Alcoa. De ontwikkeling van de bedrijfswinsten was vorig jaar de ontgoochelende factor op Wall Street. Voor de brede S&P500-index werd in 2013 een winstgroei van 9 à 10% verwacht, maar we zijn in de buurt van 6% gestrand, op 108,3 USD per aandeel. Dat betekent dat we vandaag gemiddeld 17,3 keer de historische winst betalen voor een Amerikaanse indexwaarde, het hoogste peil in jaren en 11% boven het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar. We betalen ook 1,7 keer d...

Vandaag gaat het Amerikaanse resultatenseizoen van start, met de bekendmaking van de kwartaalresultaten van Alcoa. De ontwikkeling van de bedrijfswinsten was vorig jaar de ontgoochelende factor op Wall Street. Voor de brede S&P500-index werd in 2013 een winstgroei van 9 à 10% verwacht, maar we zijn in de buurt van 6% gestrand, op 108,3 USD per aandeel. Dat betekent dat we vandaag gemiddeld 17,3 keer de historische winst betalen voor een Amerikaanse indexwaarde, het hoogste peil in jaren en 11% boven het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar. We betalen ook 1,7 keer de gemiddelde omzet en 2,6 keer de gemiddelde boekwaarde. De verhouding tussen de ondernemingswaarde (ev) en de bedrijfskasstroom (ebitda) bedraagt 10,4 en het gemiddelde dividendrendement ligt op 1,9%. Weinigen zullen betwisten dat Amerikaanse aandelen hoog gewaardeerd zijn, en dat dit enkel mogelijk is bij de gratie van de historisch lage rente. De consensus neigt ook naar de vaststelling dat we inzake rente-evolutie, zowel op korte als op lange termijn, de bodem voorbij zijn in de Verenigde Staten. Polar vortexDe Amerikaanse waarden moeten het dus hebben van een versnelling van de winstgroei om dit jaar nog hoger te kunnen gaan. Geen probleem, dachten de analisten enkele maanden geleden. Op 3 januari bedroeg de analistenconsensus voor de S&P500-index een winst per aandeel van 119,2 USD of een toename met 10% ten opzichte van 2013. Begin april moeten we vaststellen dat die winstverwachting, net als vorig jaar, begint af te brokkelen. De consensus staat op 3 april nog op 117,9 USD (+8,8% tegenover vorig jaar). Vooral met betrekking tot het eerste kwartaal moeten de analisten zich in bochten wringen om uit te leggen dat de groei minimaal zal zijn (consensus +1,1%). De zondebok is het klimaat, meer specifiek de 'polar vortex'. Want terwijl wij hier in West-Europa geen winter hebben gekend, was die ongemeen zwaar in de Verenigde Staten. De cycloon polar vortex zakte uitzonderlijk diep door vanaf de Noordpool en veroorzaakte uitzonderlijk lage temperaturen en gigantische hoeveelheden sneeuw, waardoor het economische leven grondig werd verstoord. Twee voorbeelden: Delta Air Lines moest in januari en februari 8000 vluchten schrappen en Ford Motor meldde dat het in februari 7500 wagens minder heeft kunnen produceren.Analisten proberen de markt ervan te overtuigen om de eerste drie maanden niet als richtinggevend te beschouwen voor de rest van het jaar. In elk geval blijft het voor ons duidelijk dat we erg behoedzaam omspringen met Amerikaanse waarden en focussen op achtergebleven, laag gewaardeerde aandelen (CF Industries, Deere&Co, Intel) of bedrijven die wel een stevige winstontwikkeling hebben (Schlumberger). Voor het overige focussen we eerder op Europese aandelen, waar de bedrijfswinsten fors zijn achtergebleven en de waarderingen een stuk lager liggen.